Het nieuwe Vlaamse regeerakkoord zegt:

'Meten is weten. We hanteren voortaan een nominale armoede-indicator die rekening houdt met alle tegemoetkomingen en sociale voordelen, zodat we naast het armoederisico ook de feitelijke armoede correct in kaart kunnen brengen en aanpakken. Deze nieuwe Vlaamse armoede-indicator houdt per gezinsvorm rekening met een korf van goederen en diensten en het referentiebudget dat nodig is om niet in armoede te leven.'

Maar wat leren referentiebudgetten ons over de staat van de armoede in Vlaanderen, meer in het bijzonder over de toereikendheid van de sociale bescherming voor gezinnen met kinderen?

In een recent gepubliceerde studie, vergelijk ik - samen met collega's - de financiële steun voor kinderen in zes verschillende Europese steden (Antwerpen, Athene, Barcelona, Budapest, Helsinki, Milaan). Deze steun neemt de vorm aan van kinderbijslagen en belastingvoordelen maar ook van gesubsidieerde diensten zoals kinderopvang, onderwijs en gezondheidszorg. We onderzoeken in welke mate dit pakket van gezinsondersteuning tegemoet komt aan de kosten van kinderen, berekend op basis van referentiebudgetten. Referentiebudgetten zijn geprijsde korven van goederen en diensten die weergeven wat gezinnen minimaal nodig hebben om volwaardig te kunnen participeren aan de samenleving.

Zo krijgen we een idee van de minimale noodzakelijke kosten die gezinnen moeten maken voor kinderen van verschillende leeftijden. De extra kosten die gepaard gaan met een ziekte of beperking worden niet meegenomen.

Deze oefening leert ons dat de financiële voordelen voor kinderen in de verschillende steden - Helsinki is de enige uitzondering - ontoereikend zijn voor gezinnen met een beperkt inkomen. Ook in Vlaanderen komen gezinnen met een leefloon of langdurige werkloosheidsuitkering niet rond aan het einde van de maand, laat staan wanneer ze private huur moeten betalen. Voornamelijk voor gezinnen met oudere kinderen weegt de overheidssteun niet op tegen de oplopende kosten, ook niet wanneer ze gebruik maken van alle sociale voordeeltarieven. Zelfs als een alleenstaande ouder of één van beide partners gaat werken aan een minimumloon, is dit geen garantie op een menswaardig bestaan voor gezinnen met kinderen.

Dit onderzoek houdt nog geen rekening met de recente veranderingen in de kinderbijslag. In januari 2019 deed de hervormde Vlaamse kinderbijslag of het 'Groeipakket' zijn intrede. Maar uit ons verder onderzoek blijkt dat ook het Groeipakket de minimale kosten van kinderen niet volledig dekt. Gezinnen met één of twee jonge kinderen gaan er wel op vooruit in het nieuwe systeem. En koppels die werken aan een laag loon komen nu in aanmerking voor een sociale toeslag, terwijl dit in het oude systeem niet zo was. Maar voor andere gezinnen is het nog moeilijker geworden om het hoofd boven water te houden. Door de afschaffing van de rang- en leeftijdstoeslagen zijn grotere gezinnen met oudere kinderen, in het bijzonder alleenstaande ouders en ouder(s) met een leefloon, de grootste verliezers van de hervorming. En laat dat nu net de gezinnen zijn met een kwetsbaar profiel.

Overheidssteun voor gezinnen met kinderen biedt onvoldoende garantie op een menswaardig bestaan.

Met het Verdrag van de Rechten van het Kind, gaat ons land nochtans duidelijk een engagement aan om ieder kind een gelijke kans te geven op een volwaardige participatie aan de samenleving. We zien echter dat gezinnen met kinderen met een beperkt inkomen onvoldoende beschermd worden tegen armoede. Gisteren en vandaag. Ook wanneer de armoede-indicator wordt gebruikt die de nieuwe Vlaamse regering naar voren schuift. Dit probleem verdient meer dan een flauw doekje tegen het bloeden. De regering zal met hogere ambities uit zijn pijp moeten komen om tegemoet te komen aan de essentiële kosten van kwetsbare gezinnen.

Het is meermaals geschreven dat dit in de eerste plaats moet gebeuren door het verzekeren van een menswaardig inkomen voor iedereen. Door het verhogen van de sociale toeslagen kan de kinderbijslag een effectiever instrument worden in de strijd tegen kinderarmoede. Daarnaast kan de regering ook kosten verminderen door te investeren in toegankelijke en betaalbare publieke goederen en diensten zoals onderwijs, sociale huisvesting, kinderopvang en gezondheidszorg. De invoering van een maximumfactuur in het secundair onderwijs zou hier alvast een duwtje in de rug zijn, maar jammer genoeg staat dit niet op de planning van de nieuwe regering. Ook het meer en effectiever inzetten op sociale huur en huursubsidies kan een wezenlijk verschil maken voor de eindrekening van gezinnen. Op deze manier krijgen gezinnen meer ademruimte en kunnen zowel ouders als kinderen waardige keuzes maken in, en ten voordele van, een menswaardige samenleving.

Het nieuwe Vlaamse regeerakkoord zegt:Maar wat leren referentiebudgetten ons over de staat van de armoede in Vlaanderen, meer in het bijzonder over de toereikendheid van de sociale bescherming voor gezinnen met kinderen?In een recent gepubliceerde studie, vergelijk ik - samen met collega's - de financiële steun voor kinderen in zes verschillende Europese steden (Antwerpen, Athene, Barcelona, Budapest, Helsinki, Milaan). Deze steun neemt de vorm aan van kinderbijslagen en belastingvoordelen maar ook van gesubsidieerde diensten zoals kinderopvang, onderwijs en gezondheidszorg. We onderzoeken in welke mate dit pakket van gezinsondersteuning tegemoet komt aan de kosten van kinderen, berekend op basis van referentiebudgetten. Referentiebudgetten zijn geprijsde korven van goederen en diensten die weergeven wat gezinnen minimaal nodig hebben om volwaardig te kunnen participeren aan de samenleving. Zo krijgen we een idee van de minimale noodzakelijke kosten die gezinnen moeten maken voor kinderen van verschillende leeftijden. De extra kosten die gepaard gaan met een ziekte of beperking worden niet meegenomen. Deze oefening leert ons dat de financiële voordelen voor kinderen in de verschillende steden - Helsinki is de enige uitzondering - ontoereikend zijn voor gezinnen met een beperkt inkomen. Ook in Vlaanderen komen gezinnen met een leefloon of langdurige werkloosheidsuitkering niet rond aan het einde van de maand, laat staan wanneer ze private huur moeten betalen. Voornamelijk voor gezinnen met oudere kinderen weegt de overheidssteun niet op tegen de oplopende kosten, ook niet wanneer ze gebruik maken van alle sociale voordeeltarieven. Zelfs als een alleenstaande ouder of één van beide partners gaat werken aan een minimumloon, is dit geen garantie op een menswaardig bestaan voor gezinnen met kinderen. Dit onderzoek houdt nog geen rekening met de recente veranderingen in de kinderbijslag. In januari 2019 deed de hervormde Vlaamse kinderbijslag of het 'Groeipakket' zijn intrede. Maar uit ons verder onderzoek blijkt dat ook het Groeipakket de minimale kosten van kinderen niet volledig dekt. Gezinnen met één of twee jonge kinderen gaan er wel op vooruit in het nieuwe systeem. En koppels die werken aan een laag loon komen nu in aanmerking voor een sociale toeslag, terwijl dit in het oude systeem niet zo was. Maar voor andere gezinnen is het nog moeilijker geworden om het hoofd boven water te houden. Door de afschaffing van de rang- en leeftijdstoeslagen zijn grotere gezinnen met oudere kinderen, in het bijzonder alleenstaande ouders en ouder(s) met een leefloon, de grootste verliezers van de hervorming. En laat dat nu net de gezinnen zijn met een kwetsbaar profiel. Met het Verdrag van de Rechten van het Kind, gaat ons land nochtans duidelijk een engagement aan om ieder kind een gelijke kans te geven op een volwaardige participatie aan de samenleving. We zien echter dat gezinnen met kinderen met een beperkt inkomen onvoldoende beschermd worden tegen armoede. Gisteren en vandaag. Ook wanneer de armoede-indicator wordt gebruikt die de nieuwe Vlaamse regering naar voren schuift. Dit probleem verdient meer dan een flauw doekje tegen het bloeden. De regering zal met hogere ambities uit zijn pijp moeten komen om tegemoet te komen aan de essentiële kosten van kwetsbare gezinnen. Het is meermaals geschreven dat dit in de eerste plaats moet gebeuren door het verzekeren van een menswaardig inkomen voor iedereen. Door het verhogen van de sociale toeslagen kan de kinderbijslag een effectiever instrument worden in de strijd tegen kinderarmoede. Daarnaast kan de regering ook kosten verminderen door te investeren in toegankelijke en betaalbare publieke goederen en diensten zoals onderwijs, sociale huisvesting, kinderopvang en gezondheidszorg. De invoering van een maximumfactuur in het secundair onderwijs zou hier alvast een duwtje in de rug zijn, maar jammer genoeg staat dit niet op de planning van de nieuwe regering. Ook het meer en effectiever inzetten op sociale huur en huursubsidies kan een wezenlijk verschil maken voor de eindrekening van gezinnen. Op deze manier krijgen gezinnen meer ademruimte en kunnen zowel ouders als kinderen waardige keuzes maken in, en ten voordele van, een menswaardige samenleving.