Elke week vraagt Knack aan ondernemende Belgen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

De dag van ons gesprek is Heidi Rakels al van tien voor zes uit de veren. Ze houdt van de ochtend en van de stilte, stilaan een zeldzaam goed. 'Tot voor kort stond ik soms om drie uur op om te beginnen werken', zegt Rakels terwijl we in haar tuin gaan zitten. 'Daar ben ik toch maar mee gestopt.' In haar stap bemerk ik een kleine knik. Het gevolg van een zware val tijdens het turnen, op haar vijftiende. Rakels schafte zich een judopak aan, ging trainen als een beest en won in 1992 brons op de Olympische Spelen van Barcelona. Zevenentwintig jaar later staat ze aan het hoofd van een van de snelst groeiende technologiebedrijven van het land. Guardsquare, dat ze samen met haar man Eric Lafortune runt, beveiligt apps tegen aanvallen van hackers. Banken en hightechbedrijven van over de hele wereld zijn klant, tot Google toe. Begin dit jaar investeerde het Amerikaanse Battery Ventures 29 miljoen dollar in jullie bedrijf. Verschijnen er dollartekens in uw pupillen wanneer u winst vermoedt, zoals bij Dagobert Duck? Heidi Rakels: Winst maken is het doel van alles, anders overleef je gewoon niet als bedrijf. We groeien snel en we zijn ook nog eens winstgevend, dat is redelijk uitzonderlijk. Maar kwaliteit primeert. In eerste instantie willen Eric en ik trots kunnen zijn op ons product en goede banden onderhouden met onze werknemers, onze leveranciers en onze klanten. Via de omweg van kwaliteit kom je automatisch bij winst uit. In de beginjaren van ons bedrijf hadden we een opdracht voor een bekende koffieketen, ik mag de naam niet zeggen, en toen heeft Eric de avond voor de deadline de hele nacht door gewerkt. Tot alles klaar was, zodat de klant 's anderendaags zijn app kon uitbrengen. Met de koffiekop die hij nadien als bedankje kreeg, was Eric blij als een kind. Om dat gevoel draait het. Uw man streeft naar een rustig leven. 'Saai is goed' is zijn motto. 'Heidi is ambitieuzer', zo vertelde hij me. 'Zij duwt alles vooruit.' Rakels: Zonder Eric was ons bedrijf er nooit geweest, hij heeft alles in gang gezet. Dankzij de openbronsoftware die hij ontworpen heeft, zijn we zo snel internationaal opgepikt. Maar zonder mij zat hij nu misschien nog altijd in zijn eentje te programmeren. We vormen een goede tandem. Hij zei ook: 'Heidi meet graag dingen. En ze stelt zichzelf graag doelen.' Rakels: Dat heb ik al mijn hele leven. Ik leg mezelf geregeld doelstellingen op, en dan doe ik er alles aan om die te bereiken. Ondertussen weet ik dat de gelukkigste periodes vaak die zijn waarin je gefocust bent op een specifiek doel. Als judoka liet u uw tegenstander pas los wanneer uw vingers kraakten. Bent u nog altijd zo vastberaden? Rakels: Vanwege een training moest ik onlangs aan alle mensen in mijn omgeving vragen welke eigenschap van mezelf hen het meest opvalt. Zo goed als iedereen antwoordde: doorzettingsvermogen. Als ik door iets bevangen ben, laat ik niet meer los. Omgekeerd geldt hetzelfde: als het me niets zegt, krijg je me niet in gang. Koken, bijvoorbeeld, daar slabak ik altijd in. Ik heb niet voor alles karakter. (toont haar handen) Kijk, mijn vingers zijn nog altijd krom en dik. Zo ver ging ik als judoka. Met alle gevolgen van dien: ik ben een hele periode overtraind geweest, maanden aan een stuk was ik doodmoe. Achteraf bekeken was dat misschien niet eens zo slecht. Ik was midden in de twintig en ik had mijn burn-out al gehad, rond mijn veertigste hoefde ik hem niet meer te krijgen. Guardsquare heeft klanten in meer dan zeventig landen. U neemt elke week een nieuwe werknemer in dienst, en binnenkort opent u een tweede kantoor in de VS. Hebt u nog tijd om op adem te komen? Rakels: Tegenwoordig weer meer dan de vorige jaren. Ook met het bedrijf ben ik een tijdje over mijn grenzen gegaan. In de beginjaren werkten Eric en ik elke dag van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat, ook in het weekend. Ooit begon ik een weekend met een to-dolijst van drieëndertig puntjes. Die tijd is voorbij. Ik ga geen tweede keer met mijn hoofd tegen de muur lopen. We kunnen als mens meer aan dan we vaak denken. Het is helemaal niet erg om een periode hard te werken, integendeel, zeker niet in een positieve omgeving. Maar erna moet je wel weer kunnen rusten, anders ga je eraan kapot.Voelt uw huidige leven aan als een compensatie voor uw geest, na de jarenlange fixatie op uw lichaam? Rakels: O ja. Toen ik nog aan judo deed, was ik daar dikwijls gefrustreerd over. Tijdens een stage ben je een hele week alleen maar met je lichaam bezig. Trainen, eten, slapen. Op zich best leuk, maar op den duur vond ik het zinloos. Ik las wel boeken, maar al met al werd mijn geest te weinig gevoed. Ik ben blij dat de balans tussen lichaam en geest nu veel meer in evenwicht is. Vlak voor de Olympische Spelen van Barcelona sloeg uw hart slechts negenentwintig keer per minuut. Rakels: Een slag om de twee seconden. Nu vind ik dat net als jij heel gek, gevaarlijk zelfs. Toen stond ik er niet bij stil. Zodra ik op dreef ben, ga ik gemakkelijk over mijn toeren. Dat is nog altijd zo. Ze moeten me telkens intomen. U draagt een smartwatch. Hoeveel bedraagt uw hartslag op dit moment? Rakels: Even kijken. Drieënzeventig. (schrikt) Oei, en ik zit al negenentwintig minuten in de hoge stresszone. Dat is niet goed. Hebt u een piekerhoofd? Rakels: Enorm, ja. Ik doe al een tijdje aan vipassana, een meditatietechniek, om dat wat stop te zetten. In het begin werd ik er telkens doodzenuwachtig van. De hele tijd op een kussen blijven stilzitten, dacht ik, is niets voor mij. Ik heb doorgezet, ben een cursus gaan volgen en begin nu te voelen dat het me helpt. Elke dag probeer ik een uur te mediteren, meestal 's avonds. Net als die stressmeter op mijn polshorloge beschermt het me tegen mijn gepieker. U kunt slecht om met kritiek. Is dat uw achilleshiel? Rakels: Ik sta open voor kritiek, maar het moet rationeel zijn en met de bedoeling de dingen te verbeteren. Soms wordt kritiek alleen gegeven om je omlaag te halen of om je te pesten, en daar kan ik niet mee om. Telkens als het gebeurt, probeer ik het onderscheid tussen feit en gevoel te maken. Ik wil alleen op feiten afgaan. Dat ik het zo moeilijk heb met kritiek, is een overblijfsel van mijn judoleven. Jean-Marie (Dedecker, toen haar coach, nvdr) had enorme kwaliteiten, anders behaal je niet de resultaten die hij behaald heeft. Maar hij leidde zijn groep met harde hand. Daar had ik veel moeite mee. Door die ervaring leidt u uw bedrijf met zachte hand? Rakels: Vooral door wie ik ben. Ik kan heel geconcentreerd werken, maar ik delegeer ook gemakkelijk. Mijn grootste kwaliteit binnen het bedrijf is dat ik me heb laten omringen door mensen die mijn zwakke punten opvangen. Marketing, peoplemanagement: laat andere mensen dat maar doen. Dat is een totaal andere aanpak dan die van Jean-Marie indertijd. Twee jaar geleden kwam de judosport in opspraak, na enkele getuigenissen over ongepaste opmerkingen en betastingen. Rakels: Ik schrok toen ik die getuigenissen hoorde, zoiets heb ik nooit aan den lijve meegemaakt of gezien. Ik wist natuurlijk wel dat judo een harde wereld is, vol macho's. Om de haverklap krijg je seksistische opmerkingen naar je hoofd geslingerd. Na verloop van tijd word je daar op de een of andere manier ongevoelig voor. Althans, ik toch. Je denkt dat het erbij hoort. U bent introvert. Hoe uit zich dat op de werkvloer? Rakels: Ik werk vaak thuis, verkies een-op-eengesprekken boven vergaderingen en in ons kantoor in Leuven is er nu een stille ruimte. Een plek waar medewerkers kunnen mediteren, bidden of yoga beoefenen, waar ze even weg kunnen zijn van de collega's en alle prikkels. Zelf ga ik er geregeld twee minuten op mijn hoofd staan of andere yogaoefeningen doen. Onlangs heb ik ook mijn telefoonnummer uit mijn e-mailhandtekening verwijderd. Ik bel niet graag en zo word ik veel minder gestoord wanneer ik aan het werken ben. En als we op de werkvloer al eens een fles champagne ontkurken, omdat we een doelstelling gehaald hebben, mag wie dat wil gewoon op zijn stoel blijven zitten en doorwerken. Bij ons zijn er geen sociale verplichtingen. Nerds? Dat vind ik juist ongelooflijk leuke mensen. Ze storten zich op hun passie en praten er enthousiast over. Geen smalltalk, altijd met boeiende zaken bezig. In uw bedrijf werken mensen van achttien verschillende nationaliteiten. Bloedt uw hart door de groeiende polarisering in onze samenleving? Rakels: Ik vind dat angstaanjagend, ja. Van nature zijn we allemaal bang voor het onbekende, dat begrijp ik, maar helaas doen veel te weinig mensen de moeite om hun vooroordelen aan de realiteit te toetsen. Mensen die we racistisch behandelen, duwen we in feite met zijn allen in de richting van agressiever gedrag. En als het dan eens tot een uitbarsting komt, zijn we allemaal verontwaardigd. We kunnen ons niet indenken welke sporen vooroordelen nalaten, als je ze van jongs af aan te horen krijgt. U bent al uw hele leven aan het vechten. Tegen uw eigen lichaam, tegen andere judoka's, tegen hackers. Leeft u met een gebalde vuist? Rakels: Ik ben een echte vechter, dat klopt, al hou ik niet van conflict. Je kent ongetwijfeld de theorie van vechten, vluchten of bevriezen? De manier waarop elk van ons instinctief reageert op acuut gevaar? Wel, in zo'n bedreigende situatie zal ik altijd vechten. Ik ben heel strijdvaardig, altijd al geweest. Hebt u altijd al op eigen benen willen staan? Rakels: Dat heb ik van mijn vader, die advocaat was. Hij duldde niemand boven of naast zich. Ik heb die attitude van hem meegekregen, denk ik. Ik was een zelfstandig kind. Ik moest wel, ik had last van longontstekingen en werd op mijn vijfde naar het Zeepreventorium in De Haan gestuurd. Voor de frisse lucht. Ik vond De Haan verschrikkelijk. Mijn ouders woonden in Maasmechelen, aan de andere kant van het land, en konden me maar om de twee weken komen bezoeken. Ook fysiek was het zwaar. Zwemmen, wandelen, turnen: we waren de hele dag aan het sporten. En wanneer ik thuis was, ging ik met mijn vader en mijn broer lopen of voetballen. Als je iets dikwijls herhaalt, word je er vanzelf goed in. Na een zomer waarin ik veel gesport had, was ik ineens veel sterker dan de andere kinderen in De Haan. Dan begin je het leuk te vinden, natuurlijk. Op uw vijftiende brak u tijdens het turnen uw voet. Rakels: Zonder die blessure had ik nooit een olympische medaille gewonnen, dan was ik waarschijnlijk blijven turnen. Maar nu beperkt die voet mijn bewegingsvrijheid. Vorig jaar was ik er slecht aan toe, ik kon amper nog wandelen. Ik heb artrose in de vierde graad. Door vinyasayoga, een energieke vorm van yoga, is het ondertussen flink verbeterd. Ik doe het vier, vijf keer per week en het effect is spectaculair. Onlangs bent u zestien kilo afgevallen. Kijkt u opnieuw graag in de spiegel? Rakels: Zeventien kilo. (lacht) De eerste jaren in het bedrijf heb ik mijn lichaam verwaarloosd. Ik deed geen sport meer en ik werd dik. Vorig jaar ben ik vijftig geworden. Toen heb ik tegen mezelf gezegd dat het nu of nooit was. Door een proteïnedieet ben ik op korte termijn veel afgevallen. Ik voel me stukken beter. Ik kan opnieuw een trap op zonder uitgeput boven te komen en mijn zelfvertrouwen is flink toegenomen. Als judoka verloor u soms vier kilo in één dag. Rakels: Zeker nadat ik besloten had om in de categorie tot 66 kilo te vechten, terwijl mijn competitiegewicht op 72 kilo lag (in die gewichtsklasse vochten eerst Ingrid Berghmans en daarna Ulla Werbrouck al, nvdr). De dag voor de weging was telkens heel intens. De laatste kilo's verlies je puur op vocht, want je hebt bijna geen vet meer aan je lijf. Ik ging lopen met verschillende regenjassen boven elkaar aan, kroop erna nog in de sauna, dronk een hele dag niets en at heel weinig. Na de weging had ik meestal nog een paar uur voor de kamp begon, dan kon ik snel mijn reserves weer aanvullen. Extreem? Mensen die gemakkelijk aankomen en hun hele leven strikt op hun gewicht moeten letten, hebben het zwaarder dan ik toen. Gezond was het niet, maar ik heb er niets ernstigs aan overgehouden. Geen eetstoornissen of zo. Toen u in die periode de Mont Blanc beklom, kreeg u kippenvel. Waarom? Rakels: De natuur was zo overweldigend, ik was diep onder de indruk. Bergen, rotsen, rivieren, ik hou er nog altijd enorm van. Het mag best wat wild zijn voor mij. Na de Mont Blanc ben ik blijven bergbeklimmen. Ik heb op de top van de Elbroes en de Kilimanjaro gestaan, en in Nepal ben ik boven de zesduizend meter geweest. Als ik een berg zie, is er geen houden aan. Maar vergis je niet: ik wil op de top staan, maar op weg ernaartoe wil ik ook rustig kunnen rondkijken. Welke doelstelling heeft u momenteel op het oog? Rakels: Winterzwemmen. We hebben in onze tuin een zwemvijver, en ik zou er de hele winter door in willen zwemmen. Elke dag, ook al ben ik een gigantische koukleum.