Hoewel in topsport op het allerhoogste niveau geen zekerheden bestaan, zeker in coronatijden, mogen verschillende Belgen toch met reële medaillehoop naar Japan afreizen. Een overzicht. Vijf jaar geleden won België twee keer goud. Naast de onverwachte titel van Greg Van Avermaet in de wegrit, was er ook een opperste bekroning voor Nafi Thiam. De 26-jarige zevenkampster verdedigt op woensdag 4 en donderdag 5 augustus haar olympische titel. Hoewel ze geen vlekkeloze aanloop naar de Spelen kende en niet echt indruk maakte in de voorbereidingswedstrijden, zo sprong ze op het BK in Brussel slechts over 1m84, toch lijkt Thiam (zonder pech) een certitude voor het podium. Dat kan veel minder worden gezegd van haar, in theorie, belangrijkste rivale Katarina Johnson-Thompson. De Britse snoepte in 2019 in Doha de wereldtitel af van Thiam maar liep vorig jaar een zware achillespeesblessure op. Achter haar vormpeil staat een groot vraagteken. Gymnaste Nina Derwael trekt naar Tokio als tweevoudig en regerend wereldkampioene aan de brug met ongelijke leggers. Olympisch goud is de enige hoofdprijs die nog ontbreekt op de nu al indrukwekkende erelijst van de 21-jarige Limburgse. Het is evenwel de vraag in hoeverre alle (extra)sportieve zorgen van de voorbije maanden haar parten spelen. Derwael liep een coronabesmettting op, zat meerdere keren in quarantaine, werd geconfronteerd met het misbruikschandaal in de turnwereld (waar ze als boegbeeld haar steun uitspraak voor de gecontesteerde coaches Marjorie Heuls en Yves Kieffer) en sukkelde bovendien met blessures. Daardoor zegde ze onder meer af voor het EK in Bazel in april. Intussen is het afwachten of Derwael haar moeilijkere oefening, waarmee ze in Tokio het verschil hoopt te maken, helemaal onder de knie heeft. Als ze die tot een goed einde brengt, kan ze een olympische medaille (goud?) in principe niet mislopen. Ook allround (en misschien aan de balk) behoort ze tot de kanshebbers. Een derde grote troefkaart van Team Belgium in Tokio is de hockeyploeg bij de mannen. De Red Lions moesten in Rio nog genoegen nemen met zilver maar gaan nu resoluut voor het allerhoogste. Sinds de vorige Spelen grossierde het team van bondscoach Shane McLeod in prijzen, met als hoogtepunten een wereldtitel (in 2018) en een Europese titel (in 2019). Die laatste speelden ze onlangs op het EK in Amstelveen wel kwijt aan gastland Nederland, dat de Lions in de halve finales versloeg na shoot-outs. België won daarna brons tegen Engeland. Op zaterdag 24 juli kunnen de Belgen meteen revanche nemen voor het EK, want dan staat in het Oi Hockey Stadium de eerste groepsmatch geprogrammeerd tegen ... Oranje. In tegenstelling tot Nafi Thiam lijkt de kans heel klein dat Greg Van Avermaet in het openingsweekend van de Spelen zijn titel op de weg zal verlengen. De Waaslander zal wel nuttig werk kunnen verrichten in dienst van Wout van Aert en Remco Evenepoel. Op het zware parcours met bijna 5.000 hoogtemeters en de loodzware Mikuni Pass lijken zij in een goede dag allerminst kansloos. Van Aert demonstreerde zijn stijgende vorm al met een indrukwekkende raid over de Mont Ventoux tijdens de Tour. Ook in de tijdrit enkele dagen later mogen de Belgische kopmannen hoog mikken, al start de Italiaanse wereldkampioen Filippo Ganna daar als dé te kloppen man. Vier judoka's zullen de Belgische kleuren verdedigen in Tokio. Uithangbord is Matthias Casse, de wereldkampioen en nummer 1 op de ranking in de klasse tot 81 kg. Als hij zijn ultieme ambitie wil waarmaken, in de voetsporen treden van Robert Van de Walle, olympisch kampioen in 1980 in Moskou, dan zal Casse wel voorbij de Israëliër Sagi Muki moeten. In acht onderlinge confrontaties vloerde de nummer twee van de wereld zijn Belgische rivaal liefst zeven keer. Op het WK vorige maand in Boedapest was Muki er niet bij. Net als Matthias Casse staat ook zeilster Emma Plasschaert nummer 1 op de wereldranglijst en heeft ze een wereldtitel op haar erelijst. In 2018 pakte ze in het Deense Aarhus goud in de Laser Radiaal-klasse. De 27-jarige West-Vlaamse is de natuurlijke opvolgster van Evi Van Acker. Die veroverde in 2012 brons in het Zuid-Engelse Weymouth, waar toen om olympisch eremetaal werd gezeild. Even goed of zelfs beter doen is de uitdaging voor Emma Plasschaert. Tijdens de laatste grote test, vorige maand in het Nederlandse Medemblik, bleek wel dat er nog werkpunten op tafel liggen. Ze moest er tevreden zijn met de negende plaats. Een van de zes medailles in Rio had België te danken aan Jolien D'hoore, die in het omnium naar brons snelde. De 31-jarige Gentse is inmiddels bezig aan een afscheidstournee, 2021 is haar laatste seizoen, en ze wil in Tokio nog een keer uitpakken. Met Lotte Kopecky rijdt ze de ploegkoers, een discipline waarin ze in 2017 in Hongkong wereldkampioen werden. Kopecky is aangeduid voor het omnium. Bij de mannen rijdt de ervaren Kenny De Ketele het omnium en de ploegkoers, een discipline waarin hij in 2012 in Melbourne wereldkampioen werd met Gijs Van Hoecke. In Tokio vormt hij een duo met Robbe Ghys. De Belgische pistiers starten net als een rist andere Belgen in Tokio niet als uitgesproken favoriet maar kunnen op een goede dag wel op het olympisch podium pronken. Tot die categorie van outsiders horen onder meer ook de Belgian Cats (onlangs nog goed voor brons op het EK basket in Spanje) en de 4x400 meter aflossingsploegen bij de mannen en in de gemengde competitie. In Rio werden de Tornados nog ondankbaar vierde, na een vijfde plek in Londen. Ook de Belgian Hammers, de Belgische triatleten, kunnen zowel in team als individueel (met Jelle Geens en Marten Van Riel, zesde in Rio) scoren, net als de jumpingruiters en de Belgian Lions 3x3 (in een competitie met slechts acht deelnemende landen). Taekwondoka Jaouad Achab kon vijf jaar geleden zijn status als topfavoriet niet waarmaken. Hij werd in de klasse tot 68 kg vijfde. Op zijn 28e doet de Belgische Marokkaan in Tokio een tweede gooi naar olympisch eremetaal. In tegenstelling tot 2016, toen ook Si Momahed Ketbi en Raheleh Asemani erbij waren, treedt Achab nu als enige Belgische deelnemer in het taekwondo aan. Roeiers Niels Van Zandweghe en Tim Brys kregen in Rio, door een vreemde kronkel in het reglement, niet de kans om hun kunsten te tonen hoewel ze de olympische kwalificatierace hadden gewonnen. Sindsdien haalde het duo in de lichte dubbeltwee al het WK- en EK-podium en waren ze ook succesvol in de wereldbeker. In Tokio willen Van Zandweghe en Brys nog een laatste keer knallen voor ze elk hun eigen weg gaan. In het golf stuurt België met Thomas Pieters, Thomas Detry en Manon de Roey drie landgenoten naar de Spelen. Pieters heeft als enige olympische ervaring. Hij was in Brazilië zelfs dicht bij een medaille maar viel uiteindelijk net naast het podium. Afwachten of de Antwerpenaar zich opnieuw toont. Detry toonde dan weer zijn goeie vorm met een gedeelde tweede plaats in het Scottish Open afgelopen weekend. Tot de (ruime) groep van potentiële medaillekandidaten mogen we ook tennisster Elise Mertens rekenen in enkel en dubbel (met Alison Van Uytvanck). In die laatste discipline won de Limburgse zaterdag nog Wimbledon met Su-Wei Hsieh en mag ze zich opnieuw nummer 1 op de ranking noemen. Ook judoka's Jorre Verstraeten, Toma Nikiforov en Charline Van Snick (al brons in Londen) zijn allerminst kansloos en wie weet verrast Bashir Abdi tijdens de slotdag van de Spelen op de marathon. Op de Spelen van 2016 haalde België zes medailles en negentien top 8-plaatsen (olympische diploma's). Olav Spahl, directeur Topsport van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC), hoopt dat Team Belgium in Tokio beter doet, zo benadrukte de Duitser onlangs nog eens tijdens een voorstelling van de selectie. "Voor Tokio 2020 wilden we twintig top 8-plaatsen, voor 2021 zijn er dat nu eenentwintig. Dit lijkt ook realistisch te zijn als we de voorspellingen bekijken van onafhankelijke statistiekenbureaus." Het gerenommeerde Gracenote voorspelde half april, honderd dagen voor de start van de Spelen, alvast dat België in Tokio elf medailles zal winnen (2x goud, 4x zilver, 5x brons). Alleen in een ver verleden haalden de Belgen meer eremetaal, met als uitschieter 36 medailles op de Spelen van 1920 in eigen land (Antwerpen). De Olympische Spelen barsten los op 23 juli en eindigen ruim twee weken later op 8 augustus. (Belga)

Hoewel in topsport op het allerhoogste niveau geen zekerheden bestaan, zeker in coronatijden, mogen verschillende Belgen toch met reële medaillehoop naar Japan afreizen. Een overzicht. Vijf jaar geleden won België twee keer goud. Naast de onverwachte titel van Greg Van Avermaet in de wegrit, was er ook een opperste bekroning voor Nafi Thiam. De 26-jarige zevenkampster verdedigt op woensdag 4 en donderdag 5 augustus haar olympische titel. Hoewel ze geen vlekkeloze aanloop naar de Spelen kende en niet echt indruk maakte in de voorbereidingswedstrijden, zo sprong ze op het BK in Brussel slechts over 1m84, toch lijkt Thiam (zonder pech) een certitude voor het podium. Dat kan veel minder worden gezegd van haar, in theorie, belangrijkste rivale Katarina Johnson-Thompson. De Britse snoepte in 2019 in Doha de wereldtitel af van Thiam maar liep vorig jaar een zware achillespeesblessure op. Achter haar vormpeil staat een groot vraagteken. Gymnaste Nina Derwael trekt naar Tokio als tweevoudig en regerend wereldkampioene aan de brug met ongelijke leggers. Olympisch goud is de enige hoofdprijs die nog ontbreekt op de nu al indrukwekkende erelijst van de 21-jarige Limburgse. Het is evenwel de vraag in hoeverre alle (extra)sportieve zorgen van de voorbije maanden haar parten spelen. Derwael liep een coronabesmettting op, zat meerdere keren in quarantaine, werd geconfronteerd met het misbruikschandaal in de turnwereld (waar ze als boegbeeld haar steun uitspraak voor de gecontesteerde coaches Marjorie Heuls en Yves Kieffer) en sukkelde bovendien met blessures. Daardoor zegde ze onder meer af voor het EK in Bazel in april. Intussen is het afwachten of Derwael haar moeilijkere oefening, waarmee ze in Tokio het verschil hoopt te maken, helemaal onder de knie heeft. Als ze die tot een goed einde brengt, kan ze een olympische medaille (goud?) in principe niet mislopen. Ook allround (en misschien aan de balk) behoort ze tot de kanshebbers. Een derde grote troefkaart van Team Belgium in Tokio is de hockeyploeg bij de mannen. De Red Lions moesten in Rio nog genoegen nemen met zilver maar gaan nu resoluut voor het allerhoogste. Sinds de vorige Spelen grossierde het team van bondscoach Shane McLeod in prijzen, met als hoogtepunten een wereldtitel (in 2018) en een Europese titel (in 2019). Die laatste speelden ze onlangs op het EK in Amstelveen wel kwijt aan gastland Nederland, dat de Lions in de halve finales versloeg na shoot-outs. België won daarna brons tegen Engeland. Op zaterdag 24 juli kunnen de Belgen meteen revanche nemen voor het EK, want dan staat in het Oi Hockey Stadium de eerste groepsmatch geprogrammeerd tegen ... Oranje. In tegenstelling tot Nafi Thiam lijkt de kans heel klein dat Greg Van Avermaet in het openingsweekend van de Spelen zijn titel op de weg zal verlengen. De Waaslander zal wel nuttig werk kunnen verrichten in dienst van Wout van Aert en Remco Evenepoel. Op het zware parcours met bijna 5.000 hoogtemeters en de loodzware Mikuni Pass lijken zij in een goede dag allerminst kansloos. Van Aert demonstreerde zijn stijgende vorm al met een indrukwekkende raid over de Mont Ventoux tijdens de Tour. Ook in de tijdrit enkele dagen later mogen de Belgische kopmannen hoog mikken, al start de Italiaanse wereldkampioen Filippo Ganna daar als dé te kloppen man. Vier judoka's zullen de Belgische kleuren verdedigen in Tokio. Uithangbord is Matthias Casse, de wereldkampioen en nummer 1 op de ranking in de klasse tot 81 kg. Als hij zijn ultieme ambitie wil waarmaken, in de voetsporen treden van Robert Van de Walle, olympisch kampioen in 1980 in Moskou, dan zal Casse wel voorbij de Israëliër Sagi Muki moeten. In acht onderlinge confrontaties vloerde de nummer twee van de wereld zijn Belgische rivaal liefst zeven keer. Op het WK vorige maand in Boedapest was Muki er niet bij. Net als Matthias Casse staat ook zeilster Emma Plasschaert nummer 1 op de wereldranglijst en heeft ze een wereldtitel op haar erelijst. In 2018 pakte ze in het Deense Aarhus goud in de Laser Radiaal-klasse. De 27-jarige West-Vlaamse is de natuurlijke opvolgster van Evi Van Acker. Die veroverde in 2012 brons in het Zuid-Engelse Weymouth, waar toen om olympisch eremetaal werd gezeild. Even goed of zelfs beter doen is de uitdaging voor Emma Plasschaert. Tijdens de laatste grote test, vorige maand in het Nederlandse Medemblik, bleek wel dat er nog werkpunten op tafel liggen. Ze moest er tevreden zijn met de negende plaats. Een van de zes medailles in Rio had België te danken aan Jolien D'hoore, die in het omnium naar brons snelde. De 31-jarige Gentse is inmiddels bezig aan een afscheidstournee, 2021 is haar laatste seizoen, en ze wil in Tokio nog een keer uitpakken. Met Lotte Kopecky rijdt ze de ploegkoers, een discipline waarin ze in 2017 in Hongkong wereldkampioen werden. Kopecky is aangeduid voor het omnium. Bij de mannen rijdt de ervaren Kenny De Ketele het omnium en de ploegkoers, een discipline waarin hij in 2012 in Melbourne wereldkampioen werd met Gijs Van Hoecke. In Tokio vormt hij een duo met Robbe Ghys. De Belgische pistiers starten net als een rist andere Belgen in Tokio niet als uitgesproken favoriet maar kunnen op een goede dag wel op het olympisch podium pronken. Tot die categorie van outsiders horen onder meer ook de Belgian Cats (onlangs nog goed voor brons op het EK basket in Spanje) en de 4x400 meter aflossingsploegen bij de mannen en in de gemengde competitie. In Rio werden de Tornados nog ondankbaar vierde, na een vijfde plek in Londen. Ook de Belgian Hammers, de Belgische triatleten, kunnen zowel in team als individueel (met Jelle Geens en Marten Van Riel, zesde in Rio) scoren, net als de jumpingruiters en de Belgian Lions 3x3 (in een competitie met slechts acht deelnemende landen). Taekwondoka Jaouad Achab kon vijf jaar geleden zijn status als topfavoriet niet waarmaken. Hij werd in de klasse tot 68 kg vijfde. Op zijn 28e doet de Belgische Marokkaan in Tokio een tweede gooi naar olympisch eremetaal. In tegenstelling tot 2016, toen ook Si Momahed Ketbi en Raheleh Asemani erbij waren, treedt Achab nu als enige Belgische deelnemer in het taekwondo aan. Roeiers Niels Van Zandweghe en Tim Brys kregen in Rio, door een vreemde kronkel in het reglement, niet de kans om hun kunsten te tonen hoewel ze de olympische kwalificatierace hadden gewonnen. Sindsdien haalde het duo in de lichte dubbeltwee al het WK- en EK-podium en waren ze ook succesvol in de wereldbeker. In Tokio willen Van Zandweghe en Brys nog een laatste keer knallen voor ze elk hun eigen weg gaan. In het golf stuurt België met Thomas Pieters, Thomas Detry en Manon de Roey drie landgenoten naar de Spelen. Pieters heeft als enige olympische ervaring. Hij was in Brazilië zelfs dicht bij een medaille maar viel uiteindelijk net naast het podium. Afwachten of de Antwerpenaar zich opnieuw toont. Detry toonde dan weer zijn goeie vorm met een gedeelde tweede plaats in het Scottish Open afgelopen weekend. Tot de (ruime) groep van potentiële medaillekandidaten mogen we ook tennisster Elise Mertens rekenen in enkel en dubbel (met Alison Van Uytvanck). In die laatste discipline won de Limburgse zaterdag nog Wimbledon met Su-Wei Hsieh en mag ze zich opnieuw nummer 1 op de ranking noemen. Ook judoka's Jorre Verstraeten, Toma Nikiforov en Charline Van Snick (al brons in Londen) zijn allerminst kansloos en wie weet verrast Bashir Abdi tijdens de slotdag van de Spelen op de marathon. Op de Spelen van 2016 haalde België zes medailles en negentien top 8-plaatsen (olympische diploma's). Olav Spahl, directeur Topsport van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC), hoopt dat Team Belgium in Tokio beter doet, zo benadrukte de Duitser onlangs nog eens tijdens een voorstelling van de selectie. "Voor Tokio 2020 wilden we twintig top 8-plaatsen, voor 2021 zijn er dat nu eenentwintig. Dit lijkt ook realistisch te zijn als we de voorspellingen bekijken van onafhankelijke statistiekenbureaus." Het gerenommeerde Gracenote voorspelde half april, honderd dagen voor de start van de Spelen, alvast dat België in Tokio elf medailles zal winnen (2x goud, 4x zilver, 5x brons). Alleen in een ver verleden haalden de Belgen meer eremetaal, met als uitschieter 36 medailles op de Spelen van 1920 in eigen land (Antwerpen). De Olympische Spelen barsten los op 23 juli en eindigen ruim twee weken later op 8 augustus. (Belga)