Piqueur krijgt ook een verbod opgelegd om gedurende drie jaar bestuurder te zijn van een vennootschap.

Fiscale fraude

Het gaat voor alle duidelijkheid om een zaak die los staat van het gerechtelijk onderzoek naar de praktijken van Optima Bank en de rol die Piqueur daarin zou gespeeld hebben.

De 62-jarige Piqueur werd vervolgd voor feiten tussen augustus 2007 en oktober 2013, voorafgaand aan het faillissement van de Optima Bank. Het gaat onder meer om niet-aangifte aan de inkomstenbelasting van roerende inkomsten op Luxemburgse en Monegaskische rekeningen. Die stonden op naam van offshore-structuren terwijl Piqueur ervan de begunstigde was.

Voor de inkomstenjaren 2006 tot en met 2012 ging het volgens de speurders over 1,5 miljoen euro aan roerende inkomsten. De rekeningen bevonden zich in Luxemburg of Monaco, maar stonden op naam van vennootschappen uit Liechtenstein of de Britse Maagdeneilanden.

Piqueur gaf volgens het openbaar ministerie ook een bedrag van 19,9 miljoen euro aan voorschotten op een liquidatiebonus van een offshorevennootschap niet aan. Het geld zou gebruikt zijn om de aankoop van zijn jacht Rubeccan te financieren.

Het parket stelde dat Piqueur in de gezamenlijke aangifte met zijn echtgenote melding had moeten maken van de buitenlandse rekeningen.

Crimineel

Het openbaar ministerie had 18 maanden cel met uitstel, een beroepsverbod van tien jaar en de verbeurdverklaring van 2,3 miljoen euro vermogensvoordelen gevorderd. Piqueur wou het geld regulariseren en maakte zelf stukken over aan het contactpunt regularisaties van de FOD Financiën. Volgens de verdediging was de strafvordering niet ontvankelijk, omdat de fiscus de dading met Optima Bank niet zou hebben nagekomen.

De rechtbank volgde die stelling niet. 'Het recht op een eerlijk proces is niet geschonden', motiveerde voorzitter Christophe Snoeck. 'De organisatie van de fraude en de lange periode ervan getuigen van zijn criminele ingesteldheid en een gebrek aan respect voor zijn medemens in deze samenleving. De vaststelling dat hij zich poogt te verschuilen achter zijn raadgever, getuigt van een gebrek aan verantwoordelijkheid.'

Piqueur ontloopt toch straf

Ondanks de effectieve celstraf zal Jeroen Piqueur niet naar de gevangenis moeten. Celstraffen onder de drie jaar moeten, ondanks het feit dat ze 'effectief' zijn, niet worden uitgezeten. Daarom zou Piqueur wel een enkelband moeten krijgen, maar aangezien het slechts om vier maanden celstraf gaat, zal ook die straf vervallen. Enkel 'terroristen' moeten deze celstraf wel uitzitten.

Faillissement

Oprichter en belangrijkste aandeelhouder Jeroen Piqueur wordt ook beschuldigd - dat onderzoek is dus nog lopende - van 'zware onregelmatigheden' bij zijn eigen Optima Bank, dat voor gefortuneerden financiële plannen opstelde en actief was als vastgoedmakelaar en bankier. Op 15 juni 2016 werd Optima Bank failliet verklaard. In een exclusief interview met Knack begin juli wees hij elke verantwoordelijkheid hiervoor af. Herlees het hier.

Lees ook uit Trends: hoe het bankavontuur van Optima faliekant afliep

Piqueur krijgt ook een verbod opgelegd om gedurende drie jaar bestuurder te zijn van een vennootschap. Het gaat voor alle duidelijkheid om een zaak die los staat van het gerechtelijk onderzoek naar de praktijken van Optima Bank en de rol die Piqueur daarin zou gespeeld hebben.De 62-jarige Piqueur werd vervolgd voor feiten tussen augustus 2007 en oktober 2013, voorafgaand aan het faillissement van de Optima Bank. Het gaat onder meer om niet-aangifte aan de inkomstenbelasting van roerende inkomsten op Luxemburgse en Monegaskische rekeningen. Die stonden op naam van offshore-structuren terwijl Piqueur ervan de begunstigde was. Voor de inkomstenjaren 2006 tot en met 2012 ging het volgens de speurders over 1,5 miljoen euro aan roerende inkomsten. De rekeningen bevonden zich in Luxemburg of Monaco, maar stonden op naam van vennootschappen uit Liechtenstein of de Britse Maagdeneilanden. Piqueur gaf volgens het openbaar ministerie ook een bedrag van 19,9 miljoen euro aan voorschotten op een liquidatiebonus van een offshorevennootschap niet aan. Het geld zou gebruikt zijn om de aankoop van zijn jacht Rubeccan te financieren. Het parket stelde dat Piqueur in de gezamenlijke aangifte met zijn echtgenote melding had moeten maken van de buitenlandse rekeningen.Het openbaar ministerie had 18 maanden cel met uitstel, een beroepsverbod van tien jaar en de verbeurdverklaring van 2,3 miljoen euro vermogensvoordelen gevorderd. Piqueur wou het geld regulariseren en maakte zelf stukken over aan het contactpunt regularisaties van de FOD Financiën. Volgens de verdediging was de strafvordering niet ontvankelijk, omdat de fiscus de dading met Optima Bank niet zou hebben nagekomen. De rechtbank volgde die stelling niet. 'Het recht op een eerlijk proces is niet geschonden', motiveerde voorzitter Christophe Snoeck. 'De organisatie van de fraude en de lange periode ervan getuigen van zijn criminele ingesteldheid en een gebrek aan respect voor zijn medemens in deze samenleving. De vaststelling dat hij zich poogt te verschuilen achter zijn raadgever, getuigt van een gebrek aan verantwoordelijkheid.' Ondanks de effectieve celstraf zal Jeroen Piqueur niet naar de gevangenis moeten. Celstraffen onder de drie jaar moeten, ondanks het feit dat ze 'effectief' zijn, niet worden uitgezeten. Daarom zou Piqueur wel een enkelband moeten krijgen, maar aangezien het slechts om vier maanden celstraf gaat, zal ook die straf vervallen. Enkel 'terroristen' moeten deze celstraf wel uitzitten.