De pandemiewet van minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) - voluit het wetsontwerp betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie - ligt nu al enkele weken ter stemming klaar in het parlement. Met het ontwerp was enige haast gemoeid sinds verschillende rechters de huidige wettelijke basis van de coronamaatregelen als onvoldoende beoordeelden: de pandemiewet moet die wettelijke basis verstevigen. De oppositie drong er destijds bij Verlinden op aan om snel naar het parlement te komen met een tekst. Maar dat wetsontwerp geraakt maar niet gestemd. Nadat de goedkeuring in Commissie eerder dit jaar al heel wat voeten in de aarde had, loopt ook de plenaire stemming vast. Vanmiddag stond ze geagendeerd op een extra plenaire vergadering in de Kamer, maar oppositiepartijen N-VA, cdH en PVDA dienden nieuwe amendementen in en vroegen daarop het advies van de Raad van State. Het Vlaams Belang steunde die vraag, en dus was het vereiste aantal van vijftig Kamerleden bereikt. Kamervoorzitster Eliane Tillieux zal de Raad van State om een dringende behandeling vragen, maar het rechtscollege heeft op zijn minst vijf werkdagen nodig, waardoor een plenaire behandeling volgende week onzeker lijkt. Volgens N-VA-fractieleider Peter De Roover zijn er niet alleen blijvende inhoudelijke bezwaren, maar wil zijn fractie vooral verzekeren dat het wetsontwerp juridisch standhoudt. De amendementen waarvoor ze het advies van de Raad van State vraagt, zijn louter daarop gericht, zei hij. "De meerderheid mag de oppositie dankbaar zijn dat ze het tempo op verschillende momenten heeft getemperd, op die manier zijn er nog veel aanpassingen gestemd, ook van de meerderheid zelf", wierp De Roover op. "Niets belet de minister trouwens om zelf voorstellen daarrond neer te leggen in de Kamer" De meerderheid is echter niet helemaal overtuigd van die nobele doelstellingen, te meer omdat de oppositie in theorie tot in de eeuwigheid amendementen kan indienen om er het advies van de Raad van State op te vragen. "Je kunt je de vraag stellen hoe ver dit repititieve spel ons nog kan leiden", zei Open Vld-Kamerlid Patrick Dewael. "In een parlement moet je zorgvuldig omgaan met een minderheid, ik zal de laatste zijn om dat te bestrijden, maar het kan niet de bedoeling zijn dat die een democratische meerderheid het stemmen van een wettekst belet. In dat geval zou je kunnen spreken van een tirannie van de minderheid of van proceduremisbruik." CD&V-fractieleider Servais Verherstraeten sloot zich daarbij aan. "Het zijn die collega's die de afgelopen maanden schreeuwden dat er absoluut een pandemiewet moest komen, die nu alle middelen gebruiken om ervoor te zorgen dat het debat niet kan plaatsvinden en dat de wet waar ze zelf om hebben gevraagd niet tot stand kan komen", sneerde hij. Dewael is van plan om de hele kwestie aan te kaarten op de conferentie van voorzitters van de Kamer, waar de werkzaamheden worden geregeld. "Na inspraak, en daar vallen ook die adviezen van de Raad van State onder, moet een instelling op een bepaald ogenblik toch kunnen komen tot een uitspraak. Ik denk dat een wetswijziging zich opdringt." (Belga)

De pandemiewet van minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) - voluit het wetsontwerp betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie - ligt nu al enkele weken ter stemming klaar in het parlement. Met het ontwerp was enige haast gemoeid sinds verschillende rechters de huidige wettelijke basis van de coronamaatregelen als onvoldoende beoordeelden: de pandemiewet moet die wettelijke basis verstevigen. De oppositie drong er destijds bij Verlinden op aan om snel naar het parlement te komen met een tekst. Maar dat wetsontwerp geraakt maar niet gestemd. Nadat de goedkeuring in Commissie eerder dit jaar al heel wat voeten in de aarde had, loopt ook de plenaire stemming vast. Vanmiddag stond ze geagendeerd op een extra plenaire vergadering in de Kamer, maar oppositiepartijen N-VA, cdH en PVDA dienden nieuwe amendementen in en vroegen daarop het advies van de Raad van State. Het Vlaams Belang steunde die vraag, en dus was het vereiste aantal van vijftig Kamerleden bereikt. Kamervoorzitster Eliane Tillieux zal de Raad van State om een dringende behandeling vragen, maar het rechtscollege heeft op zijn minst vijf werkdagen nodig, waardoor een plenaire behandeling volgende week onzeker lijkt. Volgens N-VA-fractieleider Peter De Roover zijn er niet alleen blijvende inhoudelijke bezwaren, maar wil zijn fractie vooral verzekeren dat het wetsontwerp juridisch standhoudt. De amendementen waarvoor ze het advies van de Raad van State vraagt, zijn louter daarop gericht, zei hij. "De meerderheid mag de oppositie dankbaar zijn dat ze het tempo op verschillende momenten heeft getemperd, op die manier zijn er nog veel aanpassingen gestemd, ook van de meerderheid zelf", wierp De Roover op. "Niets belet de minister trouwens om zelf voorstellen daarrond neer te leggen in de Kamer" De meerderheid is echter niet helemaal overtuigd van die nobele doelstellingen, te meer omdat de oppositie in theorie tot in de eeuwigheid amendementen kan indienen om er het advies van de Raad van State op te vragen. "Je kunt je de vraag stellen hoe ver dit repititieve spel ons nog kan leiden", zei Open Vld-Kamerlid Patrick Dewael. "In een parlement moet je zorgvuldig omgaan met een minderheid, ik zal de laatste zijn om dat te bestrijden, maar het kan niet de bedoeling zijn dat die een democratische meerderheid het stemmen van een wettekst belet. In dat geval zou je kunnen spreken van een tirannie van de minderheid of van proceduremisbruik." CD&V-fractieleider Servais Verherstraeten sloot zich daarbij aan. "Het zijn die collega's die de afgelopen maanden schreeuwden dat er absoluut een pandemiewet moest komen, die nu alle middelen gebruiken om ervoor te zorgen dat het debat niet kan plaatsvinden en dat de wet waar ze zelf om hebben gevraagd niet tot stand kan komen", sneerde hij. Dewael is van plan om de hele kwestie aan te kaarten op de conferentie van voorzitters van de Kamer, waar de werkzaamheden worden geregeld. "Na inspraak, en daar vallen ook die adviezen van de Raad van State onder, moet een instelling op een bepaald ogenblik toch kunnen komen tot een uitspraak. Ik denk dat een wetswijziging zich opdringt." (Belga)