Oppositiepartijen N-VA, Vlaams Belang, PVDA, DéFI en cdH interpelleerden minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden donderdag tijdens het vragenuurtje in de Kamer over het ontbreken van een wettelijke basis voor de ingrijpende coronamaatregelen in de vorm van een pandemiewet. Die maatregelen worden al een hele tijd via ministeriële besluiten genomen, zonder voorafgaand overleg met het parlement, tot grote onvrede van de oppositie. Volgens Vlaams Belang-fractieleidster Barbara Pas zijn de ministeriële besluiten "een aanfluiting voor de democratie". "Iedereen is zich ervan bewust dat we in uitzonderlijke omstandigheden leven, en dat dat uitzonderlijke maatregelen vraagt. Maar er is wel een verschil tussen noodmaatregelen, en het langdurig beknotten van vrijheden." N-VA-fractieleider Peter De Roover betichtte de regering ervan het parlement buitenspel te zetten. De Roover waarschuwde ook voor chaos in de rechtbanken: sommige rechters hebben al geoordeeld dat ze bepaalde overtredingen op de coronaregels niet kunnen bestraffen omdat de wettelijke basis onvoldoende is, zei hij. Minister Verlinden ontkende dat laatste met klem. "De Raad van State heeft het ministerieel besluit al verschillende keren als rechtsgrond erkend. Dat moet naar waarde worden geschat. Het treft mij dat zij die de mond vol hebben van de wettigheid van die ministeriële besluiten zich willen verheffen boven wat het hoogste administratieve rechtscollege daarover al herhaaldelijk heeft gezegd", klonk het fijntjes. Bovendien kan iedereen dit dat wil naar de Raad van State stappen tegen bepaalde maatregelen, zei ze. "Onze rechtstaat functioneert, en wie het tegendeel beweert is niet ver weg van desinformatie." De minister is wel nog altijd van plan om dit voorjaar een ontwerp van pandemiewet in te dienen in het parlement. Dat wordt een "toekomstige juridische basis voor pandemieën op lange termijn", zei ze, die evenwicht zal houden tussen de nodige flexibiliteit die nodig is om snel maatregelen te treffen in een pandemie en rechtszekerheid. Een concrete datum voor de indiening van het ontwerp in de Kamer gaf Verlinden niet. De Roover diende een motie in om de regering aan te bevelen dat ten laatste tegen 15 februari te doen. (Belga)

Oppositiepartijen N-VA, Vlaams Belang, PVDA, DéFI en cdH interpelleerden minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden donderdag tijdens het vragenuurtje in de Kamer over het ontbreken van een wettelijke basis voor de ingrijpende coronamaatregelen in de vorm van een pandemiewet. Die maatregelen worden al een hele tijd via ministeriële besluiten genomen, zonder voorafgaand overleg met het parlement, tot grote onvrede van de oppositie. Volgens Vlaams Belang-fractieleidster Barbara Pas zijn de ministeriële besluiten "een aanfluiting voor de democratie". "Iedereen is zich ervan bewust dat we in uitzonderlijke omstandigheden leven, en dat dat uitzonderlijke maatregelen vraagt. Maar er is wel een verschil tussen noodmaatregelen, en het langdurig beknotten van vrijheden." N-VA-fractieleider Peter De Roover betichtte de regering ervan het parlement buitenspel te zetten. De Roover waarschuwde ook voor chaos in de rechtbanken: sommige rechters hebben al geoordeeld dat ze bepaalde overtredingen op de coronaregels niet kunnen bestraffen omdat de wettelijke basis onvoldoende is, zei hij. Minister Verlinden ontkende dat laatste met klem. "De Raad van State heeft het ministerieel besluit al verschillende keren als rechtsgrond erkend. Dat moet naar waarde worden geschat. Het treft mij dat zij die de mond vol hebben van de wettigheid van die ministeriële besluiten zich willen verheffen boven wat het hoogste administratieve rechtscollege daarover al herhaaldelijk heeft gezegd", klonk het fijntjes. Bovendien kan iedereen dit dat wil naar de Raad van State stappen tegen bepaalde maatregelen, zei ze. "Onze rechtstaat functioneert, en wie het tegendeel beweert is niet ver weg van desinformatie." De minister is wel nog altijd van plan om dit voorjaar een ontwerp van pandemiewet in te dienen in het parlement. Dat wordt een "toekomstige juridische basis voor pandemieën op lange termijn", zei ze, die evenwicht zal houden tussen de nodige flexibiliteit die nodig is om snel maatregelen te treffen in een pandemie en rechtszekerheid. Een concrete datum voor de indiening van het ontwerp in de Kamer gaf Verlinden niet. De Roover diende een motie in om de regering aan te bevelen dat ten laatste tegen 15 februari te doen. (Belga)