Gisteren raakte bekend dat de Vlaamse regering bespaart in de cultuursector. In de werkingssubsidies komt er een generieke besparing van 6 procent, met uitzonderingen voor de zeven erkende kunstinstellingen. Voor hen wordt de besparing op 3 procent beperkt. De projectsubsidies zakken dan weer fors: met ongeveer 60 procent, van 8,47 miljoen euro dit jaar naar 3,39 miljoen euro in 2020. Vanuit de sector werd al bezorgd gereageerd, maar ook de Vlaamse oppositiepartijen PVDA en Groen zijn kritisch. "De Vlaamse regering bespaart de kunstensector gewoon kapot. Voor minister van Cultuur Jan Jambon (N-VA) is kunst alleen relevant als protserig paradepaardje voor een nationalistisch Vlaanderen. Kritische en vernieuwende kunstenaars moeten inleveren en zwijgen", zegt Vlaams PVDA-parlementslid Tom De Meester. De extreemlinkse partij vreest voor de zware impact van de besparingen. "Dat is de doodsteek voor vele kritische, vernieuwende kunstenaars. De besparingen gaan bovendien op 1 januari al in. Cultuurhuizen zullen producties moeten schrappen, mensen ontslaan of besparen op personeel en publiekswerking. Dat is de cultuursector doelbewust verzwakken en kunstenaars monddood maken", zegt fractieleider Jos D'Haese. Ook Vlaams parlementslid Staf Pelckmans (Groen) hekelt dat de Vlaamse regering "liever investeert in zwijgende bakstenen dan in kritische kunstenaars en journalisten". "Dit is het oude adagio dat cultuur moet dienen als glijmiddel voor het eigen grote gelijk", zei Pelckmans aan de VRT. (Belga)