De zogenaamde bijkluswet bood de mogelijkheid aan iedereen die in hoofdberoep als zelfstandige, werknemer, ambtenaar of gepensioneerde werkt, onbelast tot 6.000 euro per jaar bij te verdienen in het kader van het verenigingswerk, de occasionele diensten tussen burgers en de diensten verleend via erkende elektronische platforms. Het Grondwettelijk Hof oordeelde echter dat de regeling op verschillende punten in strijd is met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie. "De focus van het nieuwe voorstel ligt op het verenigingswerk, wat met name voor de sportverenigingen van pas zal komen omdat zij goed zijn voor bijna 70 procent van de bijklussers", stelt Kamerlid Tania De Jonge, die het wetsvoorstel indient. Het wetsvoorstel voorziet een legaal statuut voor semi-agorale activiteiten (verenigingswerk). De nieuwe regeling behoudt de voorwaarde dat mensen minstens 4/5de moeten werken om verenigingswerk te kunnen doen. Ook het plafond van 6.000 euro per jaar blijft behouden, maar de inkomsten worden niet langer volledig (para)fiscaal vrijgesteld. "We vragen voortaan een beperkte sociale bijdrage van 10 procent op de inkomsten die ten laste zijn van de vereniging." Dat moet tegemoet komen aan de kritiek van het Grondwettelijk Hof. Daarnaast wordt er ook een limiet gesteld aan het aantal uren verenigingswerk per maand: je kan maximaal 50 uren verenigingswerk per maand uitvoeren, gemiddeld en te respecteren over een periode van één jaar. Ten slotte wordt er voorzien in een betere bescherming van de verenigingswerker. Zo worden er onder andere regels voorzien met betrekking tot het werkrooster, gewaarborgde rustpauzes en een kader voor een beperkte opzegtermijn en -vergoeding. (Belga)

De zogenaamde bijkluswet bood de mogelijkheid aan iedereen die in hoofdberoep als zelfstandige, werknemer, ambtenaar of gepensioneerde werkt, onbelast tot 6.000 euro per jaar bij te verdienen in het kader van het verenigingswerk, de occasionele diensten tussen burgers en de diensten verleend via erkende elektronische platforms. Het Grondwettelijk Hof oordeelde echter dat de regeling op verschillende punten in strijd is met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie. "De focus van het nieuwe voorstel ligt op het verenigingswerk, wat met name voor de sportverenigingen van pas zal komen omdat zij goed zijn voor bijna 70 procent van de bijklussers", stelt Kamerlid Tania De Jonge, die het wetsvoorstel indient. Het wetsvoorstel voorziet een legaal statuut voor semi-agorale activiteiten (verenigingswerk). De nieuwe regeling behoudt de voorwaarde dat mensen minstens 4/5de moeten werken om verenigingswerk te kunnen doen. Ook het plafond van 6.000 euro per jaar blijft behouden, maar de inkomsten worden niet langer volledig (para)fiscaal vrijgesteld. "We vragen voortaan een beperkte sociale bijdrage van 10 procent op de inkomsten die ten laste zijn van de vereniging." Dat moet tegemoet komen aan de kritiek van het Grondwettelijk Hof. Daarnaast wordt er ook een limiet gesteld aan het aantal uren verenigingswerk per maand: je kan maximaal 50 uren verenigingswerk per maand uitvoeren, gemiddeld en te respecteren over een periode van één jaar. Ten slotte wordt er voorzien in een betere bescherming van de verenigingswerker. Zo worden er onder andere regels voorzien met betrekking tot het werkrooster, gewaarborgde rustpauzes en een kader voor een beperkte opzegtermijn en -vergoeding. (Belga)