Na meer dan vier maanden informateurschap hebben Johan Vande Lanotte (sp.a) en Didier Reynders (MR) de bal in het kamp van PS en N-VA gelegd, de twee grootste partijen uit de twee taalgroepen. Volgens het duo is er voldoende basis voor N-VA en PS om op zoek te gaan naar overeenkomsten, zonder daarbij de vier andere partijen die in deze formule voor regeringsdeelname in aanmerking komen (MR, Open Vld, CD&V en sp.a), uit het oog te verliezen. Of de poging kans tot slagen heeft, blijft twijfelachtig. Toekomstig PS-voorzitter Paul Magnette liet vorige week nog noteren dat er tussen beide partijen over niets overeenstemming bestaat. De PS staat dus "erg ver af van een onderhandelingsfase met N-VA", luidde het maandag in socialistische rangen. Indien er iemand uit beide partijen met een koninklijke opdracht wordt belast, moet dat worden gezien als een verlengstuk van de informatieronde, waarbij de zes partijen betrokken zijn en worden geconsulteerd, en niet als een onderhandeling tussen twee partijen, wordt er aan toegevoegd. Daarbij blijft nog steeds een ander probleem overeind. Volgens de PS bevat de formule met zes een onevenwicht. De Franstalige socialisten hebben er al meermaals op gehamerd dat ze de Zweedse coalitie (N-VA, MR, CD&V en Open Vld) niet gewoon willen depanneren. Die coalitie zou te veel naar rechts hellen. Voor de PS kan er geen sprake van zijn te onderhandelen met zowel N-VA als Open Vld aan de andere kant van de tafel. En in die redenering, waar niet elke partij mathematisch nodig is, is Open Vld te veel... (Belga)