Tijdens de eerste zittingsdag kwam hij na jaren van stilzwijgen met de verklaring dat hij het lichaam van de jongen had gevonden, maar dat Nicky toen al was overleden. Uit angst - B. heeft een zedenverleden - durfde hij dat niet te melden. Nadere vragen daarover ontweek de 57-jarige uit Nederlands-Limburg ook vandaag in de rechtbank in Maastricht. B. zei dat hij had besloten dat hij "niets met de zaak te maken wilde hebben". Dat besluit nam hij naar eigen zeggen "nadat ik de jongen gevonden had op de Heikop in 1998". Het lichaam van Nicky werd een kilometer verderop gevonden bij een sparrenbos op de Brunssummerheide, ongeveer een kilometer van de plek waar Nicky op kamp was. De Limburger zei niet meer precies te weten wat hij kort daarvoor had gezegd. "Ik was op de heide, dus..." De zaak bleef jarenlang onopgelost, tot de Nederlander in beeld kwam na een grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek. B. had daar niet aan meegewerkt. Maar omdat zijn familie hem als vermist had opgegeven en spullen waar zijn DNA op zat naar de politie had gestuurd, kwam er een 100 procents-DNA-match. Sporen van hem zijn onder meer op de pyjamabroek en onderbroek van Nicky gevonden. Toen dit onderwerp besproken werd, verklaarde B. ook tegenstrijdige dingen. Zo vertelde hij dat hij toen hij het lichaam van Nicky had gevonden "de dag erna" nogmaals naar de Brunssummerheide fietste en daar werd aangehouden door de marechaussee, de op militaire leest geschoeide politie in Nederland. De rechtbank vroeg B. wat hij bedoelde met de dag erna. Maandag tijdens de eerste zittingsdag in de rechtbank had hij immers verklaard dat hij Nicky op 11 augustus dood had gevonden. Diezelfde nacht werd hij staande gehouden. Ook over zijn ontmoeting met de marechaussee zei B. tegenstrijdige dingen. Hij verklaarde dat hij destijds toch had besloten te vertellen dat hij een overleden jongen had gevonden, maar dat hij van de marechaussee had begrepen dat de jongen inmiddels gevonden was. Echter, uit niets blijkt dat de marechaussee dat aan B. had verteld. Volgende week gaat de behandeling van de rechtszaak verder, dan komen onder meer deskundigen aan het woord. Op donderdag zal het OM de strafeis formuleren. Het is nog niet bekend wanneer de rechtbank uitspraak doet. (Belga)

Tijdens de eerste zittingsdag kwam hij na jaren van stilzwijgen met de verklaring dat hij het lichaam van de jongen had gevonden, maar dat Nicky toen al was overleden. Uit angst - B. heeft een zedenverleden - durfde hij dat niet te melden. Nadere vragen daarover ontweek de 57-jarige uit Nederlands-Limburg ook vandaag in de rechtbank in Maastricht. B. zei dat hij had besloten dat hij "niets met de zaak te maken wilde hebben". Dat besluit nam hij naar eigen zeggen "nadat ik de jongen gevonden had op de Heikop in 1998". Het lichaam van Nicky werd een kilometer verderop gevonden bij een sparrenbos op de Brunssummerheide, ongeveer een kilometer van de plek waar Nicky op kamp was. De Limburger zei niet meer precies te weten wat hij kort daarvoor had gezegd. "Ik was op de heide, dus..." De zaak bleef jarenlang onopgelost, tot de Nederlander in beeld kwam na een grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek. B. had daar niet aan meegewerkt. Maar omdat zijn familie hem als vermist had opgegeven en spullen waar zijn DNA op zat naar de politie had gestuurd, kwam er een 100 procents-DNA-match. Sporen van hem zijn onder meer op de pyjamabroek en onderbroek van Nicky gevonden. Toen dit onderwerp besproken werd, verklaarde B. ook tegenstrijdige dingen. Zo vertelde hij dat hij toen hij het lichaam van Nicky had gevonden "de dag erna" nogmaals naar de Brunssummerheide fietste en daar werd aangehouden door de marechaussee, de op militaire leest geschoeide politie in Nederland. De rechtbank vroeg B. wat hij bedoelde met de dag erna. Maandag tijdens de eerste zittingsdag in de rechtbank had hij immers verklaard dat hij Nicky op 11 augustus dood had gevonden. Diezelfde nacht werd hij staande gehouden. Ook over zijn ontmoeting met de marechaussee zei B. tegenstrijdige dingen. Hij verklaarde dat hij destijds toch had besloten te vertellen dat hij een overleden jongen had gevonden, maar dat hij van de marechaussee had begrepen dat de jongen inmiddels gevonden was. Echter, uit niets blijkt dat de marechaussee dat aan B. had verteld. Volgende week gaat de behandeling van de rechtszaak verder, dan komen onder meer deskundigen aan het woord. Op donderdag zal het OM de strafeis formuleren. Het is nog niet bekend wanneer de rechtbank uitspraak doet. (Belga)