Wie vragen heeft over zijn of haar afstamming kan sinds april terecht bij het Afstammingscentrum. Dat centrum biedt technische en psychosociale ondersteuning en moet op termijn uitgroeien tot een expertisecentrum. Het centrum werkt samen met het centrum menselijke erfelijkheid van het UZ Leuven voor DNA-onderzoek en voor het uitbouwen van een DNA-databank. Zo kan men, geheel vrijwillig, een DNA-staal laten afnemen om zo te zoeken naar verwanten. De oprichting van het Afstammingscentrum komt voort uit de getuigenissen uit 2014 van mensen die hun kind onder dwang hebben moeten afstaan. CD&V-parlementslid Schryvers was jaren later (in 2019) hoofdindiener van het decreet dat het Afstammingscentrum en de DNA-databank mogelijk maakte. Uit cijfers die Schryvers heeft opgevraagd, blijkt dat het centrum eind augustus 89 dossiers en vragen had gekregen. "Wekelijks komen er gemiddeld 2 tot 5 nieuwe vragen bij", aldus Schryvers. De vragen zijn afkomstig van verschillende doelgroepen, voornamelijk internationaal (17) en nationaal (12) geadopteerden, metissen (13) en donorkinderen (10). Verder werden ook vragen behandeld van sous-X personen (3) (kinderen geboren bij een anonieme bevalling), een eerste ouder nationaal en een eerste ouder internationaal, een adoptieouder internationaal en 7 donoren (of hun familieleden). "De cijfers tonen ook dat er nood is aan deze dienstverlening", zegt Schryvers. "Mensen krijgen zo informatie en worden geholpen in hun zoektocht. De grote meerwaarde is ook dat er psychologische begeleiding kan worden geboden, want een zoektocht gaat altijd gepaard met hevige emoties." De CD&V-politica erkent wel dat er nog niet voor alle vragen een oplossing geboden kan worden. "De vrijwilligheid en het feit dat de matching beperkt wordt tot de eerste graad vormen nog een beperking", klinkt het. Zij pleit er daarom voor om op federaal niveau de anonimiteit van donoren af te schaffen. "Mensen hebben het recht om hun afkomst te kennen en ook broers en zussen, kleinkinderen en grootouders willen mekaar vinden. Het opheffen van de anonimiteit van donoren heeft in omliggende landen geen negatief effect gehad op de bereidheid om donor te zijn. Hoog tijd dus om verder werk te maken van het recht van kinderen om hun afkomst te kennen en de anonimiteit van donoren op te heffen." (Belga)

Wie vragen heeft over zijn of haar afstamming kan sinds april terecht bij het Afstammingscentrum. Dat centrum biedt technische en psychosociale ondersteuning en moet op termijn uitgroeien tot een expertisecentrum. Het centrum werkt samen met het centrum menselijke erfelijkheid van het UZ Leuven voor DNA-onderzoek en voor het uitbouwen van een DNA-databank. Zo kan men, geheel vrijwillig, een DNA-staal laten afnemen om zo te zoeken naar verwanten. De oprichting van het Afstammingscentrum komt voort uit de getuigenissen uit 2014 van mensen die hun kind onder dwang hebben moeten afstaan. CD&V-parlementslid Schryvers was jaren later (in 2019) hoofdindiener van het decreet dat het Afstammingscentrum en de DNA-databank mogelijk maakte. Uit cijfers die Schryvers heeft opgevraagd, blijkt dat het centrum eind augustus 89 dossiers en vragen had gekregen. "Wekelijks komen er gemiddeld 2 tot 5 nieuwe vragen bij", aldus Schryvers. De vragen zijn afkomstig van verschillende doelgroepen, voornamelijk internationaal (17) en nationaal (12) geadopteerden, metissen (13) en donorkinderen (10). Verder werden ook vragen behandeld van sous-X personen (3) (kinderen geboren bij een anonieme bevalling), een eerste ouder nationaal en een eerste ouder internationaal, een adoptieouder internationaal en 7 donoren (of hun familieleden). "De cijfers tonen ook dat er nood is aan deze dienstverlening", zegt Schryvers. "Mensen krijgen zo informatie en worden geholpen in hun zoektocht. De grote meerwaarde is ook dat er psychologische begeleiding kan worden geboden, want een zoektocht gaat altijd gepaard met hevige emoties." De CD&V-politica erkent wel dat er nog niet voor alle vragen een oplossing geboden kan worden. "De vrijwilligheid en het feit dat de matching beperkt wordt tot de eerste graad vormen nog een beperking", klinkt het. Zij pleit er daarom voor om op federaal niveau de anonimiteit van donoren af te schaffen. "Mensen hebben het recht om hun afkomst te kennen en ook broers en zussen, kleinkinderen en grootouders willen mekaar vinden. Het opheffen van de anonimiteit van donoren heeft in omliggende landen geen negatief effect gehad op de bereidheid om donor te zijn. Hoog tijd dus om verder werk te maken van het recht van kinderen om hun afkomst te kennen en de anonimiteit van donoren op te heffen." (Belga)