Ze bladert wat tussen de tientallen ansichtkaarten die in een schoenendoos zitten. Haalt er een uit en leest voor:
...

Ze bladert wat tussen de tientallen ansichtkaarten die in een schoenendoos zitten. Haalt er een uit en leest voor:Slechts zelden ga ik om met ondermaatsenOok ben ik niet gesteld op tegendraadsenIk ga aan zelfverloochening niet mankEn frequenteer geen gekken of melaatsenNoch woeste kannibaalse buitengaatsenMaar wel waardeer ik (zeg ik vrij en frank)contact met U, De Muynck en Van der Plaetsen...Ondermaatsen zijn Aureel De Muynck en Hendrika Van der Plaetsen zeker niet. En kannibaalse buitengaatsen al helemaal niet. Wel een sympathiek echtpaar uit Lochristi, een dorp vlak bij Gent. Aureel werkte ooit voor de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen, later De Lijn, Hendrika voor diverse uitgeverijen.Er is veel dat hen bindt, zoals de liefde voor taal. Ze zijn dol op Monty Python's Flying Circus. En ook op de man die ze in 1964 voor de eerste keer op televisie zagen. Bij Willem Duys was dat, in zwart-wit.Ze zijn beiden in de zeventig, maar herinneren het zich nog goed. Drs. P was een verzamelaar van ansichtkaarten. Net voor hij aan de piano ging zitten, zei hij: 'Ik heb een hele mooie, zuivere stem. Maar die gebruik ik nooit, want dat is zonde.' Toen moesten Aureel en Hendrika luid lachen voor hun zwart-wit televisie in Lochristi. En nog meer toen ze zijn lied 'De commensaal' aanhoorden, met de befaamde slotregel 'Zo'n juffrouw hoort in het kanaal en niet bij ons in 't trapportaal'. In die dagen was Vlaanderen nog braaf en katholiek. 'Dat soort absurde humor kenden wij hier niet.'Negen jaar later, op een dag in 1973, zagen ze in Gent een affiche hangen van Sursum Corda: een productie van Drs. P die gespeeld zou worden in het Arcatheater. Aureel en Hendrika kochten meteen kaarten en gingen naar het keldertheater aan de Hoogpoort. 'Ik herinner me niet alleen de voorstelling, maar ook de commotie achteraf', zegt Hendrika. 'De toenmalige directeurs Jean-Pierre De Decker en Jo Decaluwé kregen het nogal te verduren omdat ze zoiets geprogrammeerd hadden. Want "dat was toch geen theater". Maar wij vonden het geweldig. Het was zelfs zo goed dat we nog twee keer zijn gaan kijken. Heinz speelde niet mee, maar hij logeerde wel bij een vriendin van mij, die toentertijd Arcamedewerkster was. "Wat een speciale man is dat toch", zei ze.'Jaren later zagen ze de doctorandus in het echt. Op 23 juni 1990 werd de veertigste verjaardag van het Arcatheater gevierd, onder andere in de Hotsy Totsy, een legendarisch café in de Gentse Hoogstraat. 'Een memorabele avond', herinnert Hendrika zich. 'Ook Drs. P was er. In de loop van de avond werden er tekstboekjes verkocht van Middelpracht en Eeuwse Praal, die andere Arcaproductie van Drs. P. Ik wilde wel een gesigneerd exemplaar...''En dus stuurde ze mij', grijnst Aureel. 'Er stond veel volk rond Heinz. Ik wachtte af tot iedereen weg was, en ging toen naar hem toe. Hij keek me eerst observerend aan, met zijn spleetoogjes. In die dagen was ik, voor eigen gebruik, bezig met een documentaire van diapositieven over Indonesië. En dus begon ik daarover, om het ijs te breken. "Kom," zei hij, "we gaan vijf minuten zitten."'Ook Hendrika kwam erbij. Die vijf minuten duurden tot het eind van de avond. 'Ik denk dat hij onze terughoudendheid apprecieerde', zegt Aureel. 'Wij waren geen opdringerige fans.' Bij wijze van afscheid gaf het koppel hem hun adres. 'Als u nog eens in Gent bent...'Een paar weken later zat er een prentkaart in hun brievenbus. Op de voorkant stond een berglandschap uit Zwitserland, op de achterkant een ollekebolleke. Het was het begin van een lange ansichtkaartconversatie tussen de doctorandus en het koppel. Tientallen kaarten werden heen en weer gestuurd tussen Amsterdam en Lochristi.Hendrika heeft zich ook weleens aan het ollekebolleke gewaagd. 'Het geestige was dat hij me soms berispte. Omdat ik bijvoorbeeld eens "wier" geschreven had in plaats van "wiens". Of omdat ik een klemtoon verkeerd gelegd had. Maar hij voegde eraan toe: "Wat kan een mens nog meer verlangen dan u te zijner tijd terug te zien? In Gent verwacht men, schijnt het, mijn gezangen."'Elke zomer trad Drs. P op tijdens de Gentse Feesten, vertelt Hendrika. 'We gingen hem dan ophalen van het Sint-Pietersstation om de middag bij ons thuis door te brengen.' Allengs werden die middagen een vaste gewoonte. Een heel fijne gewoonte, benadrukt Aureel. 'Hij was ontzettend erudiet. Eén keer heb ik hem ook geïnterviewd. De meest diverse onderwerpen kwamen aan bod, zelfs kinderen.'Na het interview vroeg Hendrika aan Heinz of hij geen mooie naam kon suggereren voor hun tweede kleinkind. '"O ja," antwoordde hij, "ik heb een prachtige vriendin gekend die Félicité heette." Mijn dochter, die erbij zat, draaide met haar ogen. Maar uiteindelijk heeft ze haar kind Fee genoemd. Ze heeft dus toch een beetje naar hem geluisterd. Heinz heeft zelfs de tekst geschreven van het geboortekaartje.'Groot nieuws! Er is alhier een kind geborenDit deel ik mede met een vreugdekreetDie men tot ver voorbij de grens kan horenOok wist ik een gegeven op te sporen't Is Fee - zo is het dat mijn zusje heet.Ingo (broertje van Fee)Rond een uur of zes was het tijd om ons naar de Spiegeltent op het plein 'Aan Sint-Jacobs' te begeven. 'Hij vertrok altijd met wat tegenzin', zegt Aureel. 'Maar die verdween zodra hij op het podium kwam. Elke keer werd hij met het grootste enthousiasme onthaald. Ik heb spijt dat ik nooit foto's gemaakt heb van het publiek.' Aureel herinnert zich al die vrolijk lachende jonge gezichten nog goed.'Drs. P hield van Gent', vertelt Hendrika. 'De nabespreking na de voorstelling kon weleens tot in de late uren uitlopen. Daarna brachten we hem naar zijn hotel. Eén keer had hij zoveel "nagenoten" dat we hem met twee vrouwen moesten ondersteunen. Dat vond hij wel leuk. Toen moest hij door de draaideur, maar hij vond de uitgang niet. Hij bleef maar draaien. En wij maar lachen.' Dat beeld staat op haar netvlies gebrand: die man uit een ander tijdperk, die verstrikt was in een draaideur van de twintigste eeuw.Een paar dagen later stuurde Heinz een nieuwe ansichtkaart naar Lochristi. 'Waarde vrienden, wederom heb ik alle reden tot dankbaarheid en aangename terugdenking aan jullie gastvrij gedrag, de uitmuntende verzorging, de prettige conversatie, de toegewijde begeleiding in de Spiegeltent en tenslotte het verpozen bij Cocteau (een ontdekking!) met Hendrika, Aureel, Magda en Dominique: met laatstgenoemde bleek het wonderwel te klikken, zoals men dat hier noemt. Laat ik niet vergeten, Aureel, je te complimenteren met je gladgeschorenheid. Oprechte groeten alom''Ik had voordien een sikje', zegt Aureel. 'Hij vond mijn gezicht best te pruimen, maar "dat kleine dingetje hier (wijst naar zijn kin) Aureel, dat is jammer" (lacht). Kort voor dat bezoek had ik het afgeschoren.'Het jaar daarop stonden Aureel en Hendrika weer op het Sint-Pietersstation om hem op te wachten. Ze hoorden zijn stem al van ver. In de trein op weg naar Gent had hij een gelegenheidsgedicht geschreven dat hij die avond in de Spiegeltent voordroeg. Jaren later kennen ze de woorden nog uit het hoofd. Ze citeren in koor:De nacht is zwart, mijn ziel benard, waar is het licht gebleven?Het land is kil en leeg en stil, ontdaan van alle levenMaar neen, men ziet in het verschiet een lang gevaarte naderenWat kan het zijn, het is een trein, een trein met vele raderenEn wij vernemen bang te moe een boegeroep: bloehoe... bloehoe...De machinist studeert en gist, waar zal de trein belanden?Hij hijgt, hij staart, bekijkt de kaart met angstig klamme handenDe conducteur staat in de deur, de passagiers zij morrenDe stoker stookt, de schoorsteen rookt terwijl zij voorwaarts snorrenDan klinkt gelijk een heldendicht de tijding: GENT! Ja, Gent in zicht!O, Gent, mooi Gent, lief Gent, ja Gent, ik moet uw naam herhalenDat doe ik dan ook consequent, desnoods herhaalde malenDus Gent, Gent, Gent, Gent, Gent, Gent, Gent, gelegen in Oost-VlaanderenBemind bij burger en student en vele buitenstaanderenO Gent, verklaar ik hier te Gent, wat ben ik blij dat u er bentNadat ze elkaar hartelijk begroet hadden, vroeg Aureel toestemming aan Drs. P om zijn optredens op te nemen. 'Hij zong meestal dezelfde nummers, maar zijn bindteksten veranderden vaak en waren ontzettend vindingrijk en grappig. Daar bestonden geen opnames van en ik wilde die bewaren voor later. Hij vond het best fijn dat alles geregistreerd werd. Dat was niet zo vanzelfsprekend, want het waren nog pre-digitale tijden. Ik maakte de microfoon van mijn cassetterecorder vast aan de zijne...'Overal in Vlaanderen waar de doctorandus kwam, stond ook Aureel met zijn cassetterecorder: van Ternat over Bierbeek tot in Oosteeklo. 'Dat laatste was een legendarisch optreden. Werkelijk bij elk nummer liep iets mis. Tot grote hilariteit van het publiek. "Volgend jaar kom ik terug om het goed te doen", zei hij.'Het volgende jaar, 1996, keerde hij niet terug naar Oosteeklo maar ging wel naar Strombeek-Bever. 'Tijdens de pauze nodigde een verantwoordelijke van het cultureel centrum ons uit om backstage te komen en kregen we een glas champagne. "Dit is mijn laatste optreden", zei Heinz. "Dat heb ik zonet in de trein beslist." We waren verbouwereerd. Hij had ons weleens verteld dat hij niet wilde eindigen als Heintje Davids, die ze op den duur op het podium moesten dragen. We merkten wel dat de verplaatsingen en het optreden zelf hem steeds meer moeite kostten, maar zielig was het allesbehalve. Het publiek was dol op zijn improvisaties. Daarom kwam het einde zo onverwacht. Het onwezenlijke was dat hij na de pauze niet aankondigde dat het zijn laatste optreden was. Alleen de organisatoren en wij waren op de hoogte.'Onderweg naar huis hebben Aureel en Hendrika niet veel meer van gedachten gewisseld. Ze waren uit het lood geslagen. Omdat ze allebei wisten dat Heinz zijn mening niet zou herzien.Maar de correspondentie ging nog jaren door. Tot ze op een dag in 2005 een vreemde ansichtkaart kregen. Op de voorkant stond een mistig zwart-wit beeld van de Amsterdamse grachten. Op de achterkant meldde Drs. P dat de herinneringen aan hun vriendschap hem dierbaar waren. Maar dat het helaas daarbij moest blijven, want zijn vrouw had bezwaar tegen verder contact.'Wij hebben ons daar niet helemaal aan gehouden en nog een paar keer een wenskaart verstuurd, weliswaar niet gepost in Lochristi en zonder afzender om geen argwaan te wekken', zegt Hendrika. 'Hij antwoordde nog wel. Maar na een paar maanden zijn we gestopt met kaarten schrijven, omdat we hem niet in de problemen wilden brengen. Het is trouwens een magere troost dat het niet enkel met ons zo'n kant is opgegaan.'Het was een afscheid in mineur. 'Natuurlijk heeft dat abrupte einde ons geraakt. Maar we verwijten hem niets, die gang van zaken was zeker niet zijn eigen initiatief. Alleen vinden we het jammer dat we hem tijdens zijn laatste, moeilijke jaren niet hebben kunnen bezoeken. Dat zal altijd blijven knagen. Na zijn dood vernamen we wel dat hij al onze ansichtkaarten bewaard had. Dat deed ons veel plezier.'De kleinkinderen Ingo en Fee zijn intussen al ver in de twintig, Fee is zelfs kersverse moeder. Maar Hendrika koestert nog altijd haar geboortekaart en de tientallen andere kaarten van de doctorandus, die in de schoenendoos zitten. En Aureel doet hetzelfde met de 29 audiocassettes die hij ooit opnam. 'Ik ben ze nu opnieuw aan het beluisteren, want ik ben bezig alles te digitaliseren.' Vaak moet hij dan even luid lachen als die eerste keer dat hij Drs. P zag bij Willem Duys, in zwart-wit.'Het is maar een vermoeden,' zegt Aureel, 'maar ik denk dat Heinz' optredens in ons land deels een vlucht waren uit een situatie die voor buitenstaanders minder bekend was. En toch zijn wij hem eeuwig dankbaar voor de jarenlange vriendschap.'GENT! Ja, Gent in zicht!'Leve onze goede Czaar, het Drs. P Jaar- en Bewaarboek' is uitgegeven bij Nijgh & Van Ditmar