De taskforce heeft enkele adviezen klaar voor de praktische implementatie van ventilatie en de bewaking van de luchtkwaliteit van binnenruimtes. Wouters kwam daarover tekst en uitleg geven op de persconferentie. Zoals bekend en aangetoond in verschillende wetenschappelijke onderzoeken, verspreiden we bij het uitademen zeer kleine partikeltjes die uren kunnen circuleren. Op die manier kunnen ze ook het virus verspreiden. "Het komt er dus op aan om de concentratie van de partikeltjes zo laag mogelijk te houden", aldus Wouters. Buiten en als er voldoende afstand wordt bewaard, is er geen probleem. In binnenruimtes kunnen de concentraties van partikels laag gehouden worden door de toestroom van verse buitenlucht, ventilatie dus. Een andere mogelijkheid is luchtzuivering, waarbij het aantal besmette deeltjes in de binnenruimte vermindert, waardoor ook de kans op een besmetting lager is. De taskforce bekeek hoeveel ventilatie er nodig is voor een veilige binnenruimte. Een rustig zittend persoon ademt ongeveer 0,5 m3 per uur in en uit. Op basis daarvan raadt de taskforce 40 kubieke meter per uur ventilatie aan. In de praktijk is het niet eenvoudig om de hoeveelheid verse lucht in een ruimte te meten, maar daarvoor bestaan er CO2-meters. "Als we uitademen, stoten we ook een hoeveelheid CO2 uit. Als we uitgaan van 40 kubieke meter per uur ventilatie, komt dat overeen met een stijging van 500 ppm (aantal deeltjes per miljoen) in de CO2-concentratie. Dat is een belangrijke manier om te zien of er voldoende ventilatie is", verklaart Wouters. "In de buitenlucht is er meestal een concentratie van 400 ppm CO2. Als er een toename van 500 ppm mag zijn, mag de concentratie in een binnenruimte dus niet hoger zijn dan 900 ppm." Als uit de CO2-meting blijkt dat er CO2-concentratie te hoog is, moeten er maatregelen genomen worden. Het gaat dan om het openen van deuren en ramen, de bezetting in de ruimte verminderen of stucturele maatregelen, zoals luchtzuiving en mechanische ventilatie. Als de concentraties niet te hoog zijn, kan men ervan uitgaan dat de situatie oké is. Wouters waarschuwt echter dat dat niet betekent dat een besmetting niet mogelijk is. 100 procent zekerheid is er nooit, klinkt het. Voor de ventilatie zijn er dus al richtlijnen, maar aan de adviezen rond luchtzuivering wordt nog gewerkt, zegt Wouters. (Belga)

De taskforce heeft enkele adviezen klaar voor de praktische implementatie van ventilatie en de bewaking van de luchtkwaliteit van binnenruimtes. Wouters kwam daarover tekst en uitleg geven op de persconferentie. Zoals bekend en aangetoond in verschillende wetenschappelijke onderzoeken, verspreiden we bij het uitademen zeer kleine partikeltjes die uren kunnen circuleren. Op die manier kunnen ze ook het virus verspreiden. "Het komt er dus op aan om de concentratie van de partikeltjes zo laag mogelijk te houden", aldus Wouters. Buiten en als er voldoende afstand wordt bewaard, is er geen probleem. In binnenruimtes kunnen de concentraties van partikels laag gehouden worden door de toestroom van verse buitenlucht, ventilatie dus. Een andere mogelijkheid is luchtzuivering, waarbij het aantal besmette deeltjes in de binnenruimte vermindert, waardoor ook de kans op een besmetting lager is. De taskforce bekeek hoeveel ventilatie er nodig is voor een veilige binnenruimte. Een rustig zittend persoon ademt ongeveer 0,5 m3 per uur in en uit. Op basis daarvan raadt de taskforce 40 kubieke meter per uur ventilatie aan. In de praktijk is het niet eenvoudig om de hoeveelheid verse lucht in een ruimte te meten, maar daarvoor bestaan er CO2-meters. "Als we uitademen, stoten we ook een hoeveelheid CO2 uit. Als we uitgaan van 40 kubieke meter per uur ventilatie, komt dat overeen met een stijging van 500 ppm (aantal deeltjes per miljoen) in de CO2-concentratie. Dat is een belangrijke manier om te zien of er voldoende ventilatie is", verklaart Wouters. "In de buitenlucht is er meestal een concentratie van 400 ppm CO2. Als er een toename van 500 ppm mag zijn, mag de concentratie in een binnenruimte dus niet hoger zijn dan 900 ppm." Als uit de CO2-meting blijkt dat er CO2-concentratie te hoog is, moeten er maatregelen genomen worden. Het gaat dan om het openen van deuren en ramen, de bezetting in de ruimte verminderen of stucturele maatregelen, zoals luchtzuiving en mechanische ventilatie. Als de concentraties niet te hoog zijn, kan men ervan uitgaan dat de situatie oké is. Wouters waarschuwt echter dat dat niet betekent dat een besmetting niet mogelijk is. 100 procent zekerheid is er nooit, klinkt het. Voor de ventilatie zijn er dus al richtlijnen, maar aan de adviezen rond luchtzuivering wordt nog gewerkt, zegt Wouters. (Belga)