De Vlaamse rectoren willen meer kleur in de auditoria van onze universiteiten. Een prijzenswaardige doelstelling. Als minister van Jeugd wil ik ook meer diversiteit in de brede geledingen van ons jeugdwerk. Ons jeugdwerk is, zoals het verenigingsleven in Vlaanderen, een fenomenaal succesverhaal. Bijna de helft van de Vlamingen is of was ooit lid van een jeugdbeweging. Vandaag is 6 op de 10 van de 18-24-jarigen minstens voormalig lid van een jeugdvereniging (Vrind 2016). Onze grote, klassieke jeugdbewegingen tellen een kwart miljoen leden.

Maar in verhouding tot de bevolking bereikt ons jeugdwerk heel wat minder kwetsbare jongeren: kansarme jongeren, jongeren met een andere culturele achtergrond, jongeren met een beperking. Vergelijk dat eens met onze schoolbanken (behalve die van onze universiteiten dan)? Die zijn veel diverser dan ons jeugdwerk. Het recht trekken van die scheve verhouding is de absolute prioriteit van mijn jeugdbeleid.

Ik heb zelf te goede herinneringen aan de jeugdbeweging en teveel geleerd bij de scouts om aan dat onrecht ten overstaan van wie kwetsbaar is en kansarm, niets te willen doen. Deelnemen aan een vorm van jeugdwerking is, naast de opvoeding thuis en de school, ontzettend belangrijk in de ontwikkeling van onze jongeren.

'Ook Fatima en Vincenzo hebben recht op ons jeugdwerk'

In het jeugdwerk leren jongeren verkennen, experimenteren, proberen, met vallen en opstaan. Ze leren er voor zichzelf opkomen en hun plan trekken. Als spelend werken ze samen, organiseren ze en nemen ze verantwoordelijkheid. Verdedigen ze hun mening en laten ze anderen uitspreken. Moedigen ze anderen aan, leren ze pesten af en steken ze een handje toe. En leren ze hoe ze zelf geholpen kunnen worden als dat nodig is. Ze bouwen een netwerk uit dat vaak levenslange vriendschapsbanden oplevert.

Dankzij het jeugdwerk, zo leert onderzoek, voelen jongeren zich sterker betrokken bij hun buurt en hebben ze meer vertrouwen in anderen. Jeugdverenigingen bieden een onzichtbare maar permanente scholing in pluralisme en democratisch burgerschap. Vandaag geen overbodige luxe. En voor wie kwetsbaar is of thuis geen Nederlands spreekt, biedt het jeugdwerk zoveel meer kansen op integratie en zelfredzaamheid.

'Er bestaat voor de samenleving geen betere en mooiere manier van leren dan spelen en ravotten. Dan zullen zonder twijfel ook de banken van de universiteiten meer kleur krijgen.'

Met de Rondetafel van de Vlaamse Jeugdraad en met mijn initiatief voor een Burgerkabinet over jeugd en diversiteit ben ik aan de slag gegaan. Jongeren uit het Burgerkabinet vroegen me meer in te zetten op initiatieven die lokaal ontstaan, kleinere projecten die makkelijk toegankelijk zijn voor iedereen. Of ook, om in te zetten op 'bruggenbouwers'. Projecten die letterlijk een brug bouwen tussen de jongeren die vandaag uit de boot vallen en zij die reeds al spelend leren in de jeugdbeweging. Voor twintig nieuwe projecten maak ik € 750.000 vrij. Daaruit willen we leren. Leren hoe we niet alleen Marie en Max, maar ook Fatima en Vincenzo over de drempel kunnen krijgen. Desnoods door volslagen nieuwe vormen van jeugdwerk uit de pleinen te stampen. Jeugdwerk dus dat bruggen bouwt en bevrucht. Dat groeit uit de straten waar de diversiteit uit de stenen springt.

Met de ervaringen van die projecten hoop ik heel het brede jeugdwerk in Vlaanderen en Brussel te overtuigen, van de grootste jeugdbeweging tot het kleinste jeugdhuis. Ik weet dat tienduizenden jonge mensen in Vlaanderen en Brussel vrijwillig het grootste stuk van hun vrije tijd stoppen in die wereld van speelpleinen, jeugdhuizen, bosspelen, trekweekends en vakantiekampen. Ze doen dat omdat ze dat onwaarschijnlijk waardevolle vuur waarmee ze als kind ooit zijn aangestoken, willen doorgeven aan wie na hen komt. Ik weet zeker dat ze daarbij echt niemand willen uitsluiten. Omdat er voor de samenleving geen betere en mooiere manier van leren bestaat dan spelen en ravotten. Dan zullen zonder twijfel ook de banken van de universiteiten meer kleur krijgen.

De Vlaamse rectoren willen meer kleur in de auditoria van onze universiteiten. Een prijzenswaardige doelstelling. Als minister van Jeugd wil ik ook meer diversiteit in de brede geledingen van ons jeugdwerk. Ons jeugdwerk is, zoals het verenigingsleven in Vlaanderen, een fenomenaal succesverhaal. Bijna de helft van de Vlamingen is of was ooit lid van een jeugdbeweging. Vandaag is 6 op de 10 van de 18-24-jarigen minstens voormalig lid van een jeugdvereniging (Vrind 2016). Onze grote, klassieke jeugdbewegingen tellen een kwart miljoen leden. Maar in verhouding tot de bevolking bereikt ons jeugdwerk heel wat minder kwetsbare jongeren: kansarme jongeren, jongeren met een andere culturele achtergrond, jongeren met een beperking. Vergelijk dat eens met onze schoolbanken (behalve die van onze universiteiten dan)? Die zijn veel diverser dan ons jeugdwerk. Het recht trekken van die scheve verhouding is de absolute prioriteit van mijn jeugdbeleid.Ik heb zelf te goede herinneringen aan de jeugdbeweging en teveel geleerd bij de scouts om aan dat onrecht ten overstaan van wie kwetsbaar is en kansarm, niets te willen doen. Deelnemen aan een vorm van jeugdwerking is, naast de opvoeding thuis en de school, ontzettend belangrijk in de ontwikkeling van onze jongeren.In het jeugdwerk leren jongeren verkennen, experimenteren, proberen, met vallen en opstaan. Ze leren er voor zichzelf opkomen en hun plan trekken. Als spelend werken ze samen, organiseren ze en nemen ze verantwoordelijkheid. Verdedigen ze hun mening en laten ze anderen uitspreken. Moedigen ze anderen aan, leren ze pesten af en steken ze een handje toe. En leren ze hoe ze zelf geholpen kunnen worden als dat nodig is. Ze bouwen een netwerk uit dat vaak levenslange vriendschapsbanden oplevert.Dankzij het jeugdwerk, zo leert onderzoek, voelen jongeren zich sterker betrokken bij hun buurt en hebben ze meer vertrouwen in anderen. Jeugdverenigingen bieden een onzichtbare maar permanente scholing in pluralisme en democratisch burgerschap. Vandaag geen overbodige luxe. En voor wie kwetsbaar is of thuis geen Nederlands spreekt, biedt het jeugdwerk zoveel meer kansen op integratie en zelfredzaamheid.Met de Rondetafel van de Vlaamse Jeugdraad en met mijn initiatief voor een Burgerkabinet over jeugd en diversiteit ben ik aan de slag gegaan. Jongeren uit het Burgerkabinet vroegen me meer in te zetten op initiatieven die lokaal ontstaan, kleinere projecten die makkelijk toegankelijk zijn voor iedereen. Of ook, om in te zetten op 'bruggenbouwers'. Projecten die letterlijk een brug bouwen tussen de jongeren die vandaag uit de boot vallen en zij die reeds al spelend leren in de jeugdbeweging. Voor twintig nieuwe projecten maak ik € 750.000 vrij. Daaruit willen we leren. Leren hoe we niet alleen Marie en Max, maar ook Fatima en Vincenzo over de drempel kunnen krijgen. Desnoods door volslagen nieuwe vormen van jeugdwerk uit de pleinen te stampen. Jeugdwerk dus dat bruggen bouwt en bevrucht. Dat groeit uit de straten waar de diversiteit uit de stenen springt. Met de ervaringen van die projecten hoop ik heel het brede jeugdwerk in Vlaanderen en Brussel te overtuigen, van de grootste jeugdbeweging tot het kleinste jeugdhuis. Ik weet dat tienduizenden jonge mensen in Vlaanderen en Brussel vrijwillig het grootste stuk van hun vrije tijd stoppen in die wereld van speelpleinen, jeugdhuizen, bosspelen, trekweekends en vakantiekampen. Ze doen dat omdat ze dat onwaarschijnlijk waardevolle vuur waarmee ze als kind ooit zijn aangestoken, willen doorgeven aan wie na hen komt. Ik weet zeker dat ze daarbij echt niemand willen uitsluiten. Omdat er voor de samenleving geen betere en mooiere manier van leren bestaat dan spelen en ravotten. Dan zullen zonder twijfel ook de banken van de universiteiten meer kleur krijgen.