Ja, op het eerste gezicht was het een hele verrassing: dat een nationale bekendheid als Rik Torfs het bij de Leuvense rectorverkiezing moest afleggen tegen Luc Sels, een relatief onbekende outsider. Al even verbaasd kijkt het grote publiek toe hoe ze aan de UGent intussen de vijfde verkiezingsronde ingaan.
...

Ja, op het eerste gezicht was het een hele verrassing: dat een nationale bekendheid als Rik Torfs het bij de Leuvense rectorverkiezing moest afleggen tegen Luc Sels, een relatief onbekende outsider. Al even verbaasd kijkt het grote publiek toe hoe ze aan de UGent intussen de vijfde verkiezingsronde ingaan. 'Schaf de rectorverkiezingen gewoon af', reageerde de Gentse vicerector Freddy Mortier in een opiniestuk in De Standaard: 'Een mega-instelling, met een jaarresultaat van ongeveer 0,75 miljard euro, laten runnen op basis van verkiezingen alleen is a priori al niet zo'n goed idee.' Mortier verwees naar het buitenland. Vorig jaar werd de Vlaamse ingenieur Karen Maex rector - 'rector magnificus' heet dat daar nog altijd - van de Universiteit van Amsterdam. Ze kreeg die functie na 'unaniem advies van de benoemingsadviescommissie, en op basis daarvan werd ze vervolgens benoemd door de Raad van Toezicht. Daar komen geen verkiezingen aan te pas. Drie jaar eerder was Maex al graag rector geweest van de KU Leuven, maar toen verloor ze de verkiezingen van Rik Torfs. Freddy Mortier is niet de enige universitaire bestuurder die de rectorverkiezingen liever kwijt dan rijk is. Een van de eerste topacademici die pleitten voor een meer zakelijke regeling was André Oosterlinck, de voorzitter van de Leuvense associatie. Oosterlincks critici zeggen dat hij als rector (1996-2005) de universiteiten al op een bedrijfsleest heeft geschoeid - en Oosterlinck zelf zal dat niet helemaal tegenspreken. Daarom ook had hij het niet begrepen op rectorverkiezingen: een bedrijf laat zijn ceo toch ook niet door het personeel kiezen? Daar kiest de raad van bestuur voor de persoon aan wie de aandeelhouders het vertrouwen schenken. Als de ceo faalt, wordt hij bedankt voor bewezen diensten. Emoties komen daar niet bij kijken, democratie evenmin. Oosterlinck liet het Leuvense reglement aanpassen, als een eerste stap in de 'goede richting': nadat een rector verkozen was, hoefde hij zich niet meer te laten herverkiezen. Een interne - positieve, weliswaar - evaluatie van het bestuur zou volstaan om een nieuwe ambtstermijn te mogen aanvatten. Maar de eerste keer dat die regel werd toegepast, in 2009, werd rector Marc Vervenne meteen te licht bevonden. Waarop de kritiek losbarstte op de 'onmenselijke' procedure, en Leuven opnieuw voor de klassieke verkiezingen koos. Leed Oosterlinck toen een van de schaarse nederlagen uit zijn leven? Niet echt. Ook veel professoren die zich uitspreken tégen het 'model-Oosterlinck' in het algemeen - met zijn prestatie- en publicatiedruk, zijn sterke oriëntatie op het Angelsaksische universitaire systeem - zijn inmiddels tegenstander van rectorverkiezingen. In 2005 deed de bekende Leuvense hoogleraar medisch recht Herman Nys een mislukte gooi naar het rectoraat. Hij wilde af van het model van Oosterlinck, die 'de universiteit wilde runnen als een bedrijf'. Bij zijn emeritaat vorig jaar zei Nys in Knack opeens dat 'het niet meer van deze tijd is om een rector van de universiteit te laten verkiezen door een collega en zijn studenten'. Nys argumenteerde: 'Wie kan die strijd nog winnen? Alleen mensen zoals Rik Torfs. Een academicus die nooit in de media komt, maakt geen schijn van kans meer.' Het kan verkeren. Dat onze Vlaamse universiteiten hun rectoren überhaupt willen verkiezen, is het rechtstreekse gevolg van 'Leuven-Vlaams'. De aloude, tweetalige Katholieke Universiteit van Leuven werd geleid door een rector - een monseigneur - die was aangesteld door de Belgische bisschoppen. In de woelige jaren zestig ging dat autoritaire model op de schop. Studenten én professoren eisten dat de nieuwe rector 'verkozen en leek' (dus een niet-priester) moest zijn. Piet De Somer, die intussen al was aangesteld als eerste rector van de Vlaamse KU Leuven, ging ermee akkoord om zich democratisch te laten verkiezen. In 1971 had hij geen enkele tegenkandidaat, maar in 1976 en in 1981 moest hij het opnemen tegen een aantal prominente uitdagers. In 1976 had hij twee stemronden nodig, in 1981 drie. Zelfs voor een welhaast legendarische figuur als Piet De Somer was het niet vanzelfsprekend om door zijn eigen universitaire gemeenschap herverkozen te worden. Historici van de KU Leuven hebben erop gewezen dat er al in 1976 'in het algemeen een zeker onbehagen wasover de machtspositie die de rector en zijn medewerkers hadden opgebouwd in het universitaire bestel'. Daarbij kwam dat 'ook in de humane wetenschappen sommigen zich enigszins tekortgedaan voelden door het gevoerde beleid'. Die kritiek kon in de decennia daarna bij ongeveer elke Leuvense rectorverkiezing herhaald worden. Na De Somer wekten belangrijke rectoren als Roger Dillemans (1985-1995) en André Oosterlinck (1995-2005) dezelfde aversie op. Heeft het ermee te maken dat academici het altijd moeilijk hebben met hiërarchie en kritisch zijn voor de man of vrouw die haar belichaamt, met name de rector? Zijn academici geboren anarchisten? Of gaat er een fundamenteler ongenoegen achter schuil? Namelijk dat ongeveer de helft van de universitaire gemeenschap het níét eens is met het model-Oosterlinck, dat de universiteit ziet als een 'intellectueel bedrijf' dat veel geld moet aantrekken voor wetenschappelijk onderzoek, bij voorkeur in samenwerking met het bedrijfsleven. Er zit namelijk nog een tweede constante in de (Leuvense) rectorverkiezingen: de kleine marges tussen de twee kandidaat-rectoren. In 2005 verloor Rik Torfs van Marc Vervenne met 20 stemmen verschil. In 2009 was het verschil een tikje groter en klopte Mark Waer zijn opponent Koen Geens met een honderdtal stemmen. In 2013 versloeg Torfs opponente Karen Maex met 36 stemmen. En vorige week moest hij dus het onderspit delven tegen Luc Sels, met een verschil van maar 48 stemmen. Het is stilaan een vast patroon, en het lijkt te wijzen op een steeds terugkerende inhoudelijke tegenstelling over de opdracht van de universiteit. De functie maakt ook de man: aan die natuurwet is ook Rik Torfs niet ontsnapt. In 2005 en 2013 was hij de grote uitdager van het establishment. Nu was hij als rector de behoeder van het bestel en Luc Sels de uitdager. De 'onbekende' Sels is evenwel al acht jaar decaan van de faculteit economie en bedrijfswetenschappen, en dus bepaald geen 'man zonder eigenschappen' - en zeker niet zonder ambitie. Hij maakte zijn kandidatuur bekend toen niemand die nog verwachtte en stond er meteen mee op de voorpagina van De Standaard. Zo overtroefde hij Torfs op diens favoriete terrein: dat van de media. Vervolgens leek ook De Tijd zijn kandidatuur niet ongenegen - als specialist inzake de arbeidsmarkt heeft Sels uitstekende contacten in de economische pers. En de laatste dagen voor de verkiezingen maakte hij groot schandaal van een aantal ongepermitteerde vriendendiensten die blijkbaar nog altijd schering en inslag zijn. Ook dat is een vaststelling: de universitaire gemeenschap woont niet meer in een ivoren toren. Ze zit voor de computer, ze tokkelt op de smartphone, ze is consument van de kwaliteitsbladen en van roddelberichten op internet. De academische kiezer verschilt in niets van de kiezer tout court. Ook de universitaire gemeenschap draagt de macht graag over aan de underdog, de outsider, de uitdager van het systeem. Want zo blijft de kiezer uiteindelijk altijd zelf aan de touwtjes trekken. Het lijkt bijna echte politiek.