"Er werd bijvoorbeeld al aangetoond dat asymptomatische patiënten vaak een beperktere immuunrespons ontwikkelen", staat in het rapport. Maar de gevolgen op lange termijn van deze verstoorde immuunrespons werden tot op heden nog niet onderzocht. Het KCE zet zijn onderzoek voort en komt in oktober met meer resultaten. Het Federaal Kenniscentrum baseerde zich voor zijn rapport op een reeks wetenschappelijke artikelen van patiënten met langdurige klachten na een besmetting met het nieuwe coronavirus (SARS-CoV-2). De klachten van deze patiënten zijn erg divers en kunnen meerdere orgaansystemen treffen. Er wordt dan ook vermoed dat er verschillende mechanismen een rol spelen, maar die zijn nog grotendeels onbekend, zegt het KCE. "Waarschijnlijk zijn er meerdere mechanismen bij betrokken en is er ook wisselwerking tussen deze mechanismen. De wetenschappelijke gegevens hierover zijn nog erg beperkt en heterogeen en beschrijven verschillende verschijningsvormen, duurtijd en ernst van de symptomen", klinkt het. De resultaten van het onderzoek moeten dan ook met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Concreet onderscheidt het KCE momenteel twee categorieën van mechanismen die aan de basis kunnen liggen van langdurige COVID. Eerst en vooral mechanismen die verbonden zijn aan specifieke orgaanschade die werd opgelopen tijdens de acute fase van de ziekte en waarvan de blijvende symptomen een gevolg zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om laesies van longfibrose, een verslechtering van de samentrekking van de hartspier of nierinsufficiëntie. Deze schade kan worden geobjectiveerd door medische beeldvorming, histologische analyses of het meten van biomarkers. Anderzijds spelen er ook mechanismen die niet verbonden zijn aan specifieke orgaanschade, zoals bijvoorbeeld abnormale immuun- of ontstekingsreacties. De symptomen die patiënten vertonen zijn ook niet duidelijk geassocieerd met het slecht functioneren van een orgaan, zoals hoofdpijn, aanhoudende vermoeidheid, ongemak na inspanning, dyspneu zonder zichtbaar longletsel, maar ook stemmings- of neurocognitieve problemen. Het feit dat niet iedereen gevoelig blijkt voor de ontwikkeling van langdurige COVID is een ander element dat aandacht vraagt, zegt het KCE. "Het identificeren van fysiopathologische kenmerken die de individuele gevoeligheid beïnvloeden, kan helpen om de werkingsmechanismen beter te begrijpen." (Belga)

"Er werd bijvoorbeeld al aangetoond dat asymptomatische patiënten vaak een beperktere immuunrespons ontwikkelen", staat in het rapport. Maar de gevolgen op lange termijn van deze verstoorde immuunrespons werden tot op heden nog niet onderzocht. Het KCE zet zijn onderzoek voort en komt in oktober met meer resultaten. Het Federaal Kenniscentrum baseerde zich voor zijn rapport op een reeks wetenschappelijke artikelen van patiënten met langdurige klachten na een besmetting met het nieuwe coronavirus (SARS-CoV-2). De klachten van deze patiënten zijn erg divers en kunnen meerdere orgaansystemen treffen. Er wordt dan ook vermoed dat er verschillende mechanismen een rol spelen, maar die zijn nog grotendeels onbekend, zegt het KCE. "Waarschijnlijk zijn er meerdere mechanismen bij betrokken en is er ook wisselwerking tussen deze mechanismen. De wetenschappelijke gegevens hierover zijn nog erg beperkt en heterogeen en beschrijven verschillende verschijningsvormen, duurtijd en ernst van de symptomen", klinkt het. De resultaten van het onderzoek moeten dan ook met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Concreet onderscheidt het KCE momenteel twee categorieën van mechanismen die aan de basis kunnen liggen van langdurige COVID. Eerst en vooral mechanismen die verbonden zijn aan specifieke orgaanschade die werd opgelopen tijdens de acute fase van de ziekte en waarvan de blijvende symptomen een gevolg zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om laesies van longfibrose, een verslechtering van de samentrekking van de hartspier of nierinsufficiëntie. Deze schade kan worden geobjectiveerd door medische beeldvorming, histologische analyses of het meten van biomarkers. Anderzijds spelen er ook mechanismen die niet verbonden zijn aan specifieke orgaanschade, zoals bijvoorbeeld abnormale immuun- of ontstekingsreacties. De symptomen die patiënten vertonen zijn ook niet duidelijk geassocieerd met het slecht functioneren van een orgaan, zoals hoofdpijn, aanhoudende vermoeidheid, ongemak na inspanning, dyspneu zonder zichtbaar longletsel, maar ook stemmings- of neurocognitieve problemen. Het feit dat niet iedereen gevoelig blijkt voor de ontwikkeling van langdurige COVID is een ander element dat aandacht vraagt, zegt het KCE. "Het identificeren van fysiopathologische kenmerken die de individuele gevoeligheid beïnvloeden, kan helpen om de werkingsmechanismen beter te begrijpen." (Belga)