Nadat verschillende gevallen van bloedklonters in combinatie met een laag aantal bloedplaatjes na vaccinatie met AstraZeneca waren opgedoken, heeft het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) zich herhaaldelijk over het dossier gebogen. Twee weken geleden kwam het tot de conclusie dat een combinatie van bloedstolsels (trombose) en een laag aantal bloedplaatjes (trombocytopenie) een bijwerking kan vormen van het coronavaccin van AstraZeneca, al zal die zich slechts uiterst zeldzaam voordoen. Volgens het EMA zijn de voordelen van het vaccin nog steeds groter dan de risico's. Het team rond Greinacher komt nu met een hypothese op de proppen die mogelijk kan verklaren waar het precies foutloopt. Het coronavaccin van AstraZeneca, dat is gebaseerd op een verzwakt adenovirus dat bij chimpansees voorkomt, wordt namelijk geteeld aan de hand van menselijke embryonale niercellen. Bij het winnen van het vaccin uit die cellen zouden er volgens de onderzoekers nog sporen van een heel aantal menselijke eiwitten achterblijven. Die sporen zouden dan kunnen verklaren waarom sommige mensen in extreem zeldzame gevallen een bloedklonter en een laag aantal bloedplaatjes ontwikkelen. Het probleem zou zich met andere woorden niet in het virusdeeltje zelf, maar wel in het productieproces voordoen. "Dit is een stap in de goede richting", vindt Leroux-Roels. "Het is zeker niet de ultieme oplossing, maar het brengt ons wel ietsje dichter bij een mogelijke oplossing." Welk eiwit precies verantwoordelijk zou kunnen zijn voor de reactie kunnen de onderzoekers ook nog niet zeggen. Leroux-Roels zegt zelf ook verschillen in frequentie te hebben gezien in het Verenigd Koninkrijk en Europa. "Dat zou er kunnen op wijzen dat details in het productieproces fungeren als uitlokkende factor", klinkt het. Daarom is het volgens de viroloog interessant om in een volgende stap verschillende loten en verschillende productiesites met elkaar te vergelijken. Daarnaast denkt Leroux-Roels ook aan vergelijkende studies tussen het vaccin van AstraZeneca en dat van Johnson & Johnson, dat met vergelijkbare problemen heeft af te rekenen, en het Russische Spoetnik V-vaccin. Alle drie de vaccins zijn namelijk gebaseerd op adenovirussen en worden op dezelfde manier gecreëerd. AstraZeneca en Johnson & Johnson werken trouwens achter de schermen al samen om de oorzaak van de ernstige bijwerkingen te achterhalen. (Belga)

Nadat verschillende gevallen van bloedklonters in combinatie met een laag aantal bloedplaatjes na vaccinatie met AstraZeneca waren opgedoken, heeft het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) zich herhaaldelijk over het dossier gebogen. Twee weken geleden kwam het tot de conclusie dat een combinatie van bloedstolsels (trombose) en een laag aantal bloedplaatjes (trombocytopenie) een bijwerking kan vormen van het coronavaccin van AstraZeneca, al zal die zich slechts uiterst zeldzaam voordoen. Volgens het EMA zijn de voordelen van het vaccin nog steeds groter dan de risico's. Het team rond Greinacher komt nu met een hypothese op de proppen die mogelijk kan verklaren waar het precies foutloopt. Het coronavaccin van AstraZeneca, dat is gebaseerd op een verzwakt adenovirus dat bij chimpansees voorkomt, wordt namelijk geteeld aan de hand van menselijke embryonale niercellen. Bij het winnen van het vaccin uit die cellen zouden er volgens de onderzoekers nog sporen van een heel aantal menselijke eiwitten achterblijven. Die sporen zouden dan kunnen verklaren waarom sommige mensen in extreem zeldzame gevallen een bloedklonter en een laag aantal bloedplaatjes ontwikkelen. Het probleem zou zich met andere woorden niet in het virusdeeltje zelf, maar wel in het productieproces voordoen. "Dit is een stap in de goede richting", vindt Leroux-Roels. "Het is zeker niet de ultieme oplossing, maar het brengt ons wel ietsje dichter bij een mogelijke oplossing." Welk eiwit precies verantwoordelijk zou kunnen zijn voor de reactie kunnen de onderzoekers ook nog niet zeggen. Leroux-Roels zegt zelf ook verschillen in frequentie te hebben gezien in het Verenigd Koninkrijk en Europa. "Dat zou er kunnen op wijzen dat details in het productieproces fungeren als uitlokkende factor", klinkt het. Daarom is het volgens de viroloog interessant om in een volgende stap verschillende loten en verschillende productiesites met elkaar te vergelijken. Daarnaast denkt Leroux-Roels ook aan vergelijkende studies tussen het vaccin van AstraZeneca en dat van Johnson & Johnson, dat met vergelijkbare problemen heeft af te rekenen, en het Russische Spoetnik V-vaccin. Alle drie de vaccins zijn namelijk gebaseerd op adenovirussen en worden op dezelfde manier gecreëerd. AstraZeneca en Johnson & Johnson werken trouwens achter de schermen al samen om de oorzaak van de ernstige bijwerkingen te achterhalen. (Belga)