Uit empirisch onderzoek blijkt dat het ons maar een fractie van een seconde kost om te beslissen of iemand mooi is of niet, en die beoordeling gebeurt meestal onbewust. De reden waarom het de moeite waard loont om dit instinct filosofisch te analyseren is dat we niet alleen oordelen over hoe aantrekkelijk iemand is, we handelen er ook naar door ons gedrag aan te passen aan hoe aantrekkelijk of onaantrekkelijk iemand is.

Lookism kunnen we ruim definiëren als de verschillende manier waarop mensen worden behandeld afhankelijk van hoe aantrekkelijk ze zijn, maar het wordt meestal eerder gebruikt om discriminatie tegen onaantrekkelijke mensen dan voorkeur tegen een mooi iemand aan te geven. Wegens impliciete vooroordelen tegen onaantrekkelijkheid, worden lelijke mensen vaak minder positief gezien dan mooie mensen. Omdat onaantrekkelijke mensen vaak negatief worden gezien, hebben ze op diverse levensdomeinen vaak te maken met een aantal nadelen.

Discriminatie

Het empirische bewijs voor zulke beweringen is behoorlijk overtuigend, zodat het geen twijfel lijdt dat lookism een ernstige en schadelijke vorm van discriminatie is.

Zo toont onderzoek aan dat aantrekkelijke mensen gemiddeld (gedurende hun hele leven) meer dan € 200.000 meer verdienen dan onaantrekkelijke mensen. Maar onaantrekkelijke mensen zijn ook minder bevoorrecht als student omdat leerkrachten een voorkeur blijken te hebben voor studenten die er goed uitzien. Zelfs in de rechtbank is onaantrekkelijkheid een nadeel: uit onderzoeken blijkt dat rechters mooie mensen minder streng behandelen dan onaantrekkelijke mensen.

Onaantrekkelijke mensen moeten opboksen tegen diepgewortelde vooroordelen.

Mensen verwerpen zulk bewijs doorgaans op basis van de populaire bewering dat 'schoonheid in de ogen van de aanschouwer ligt' en dus volledig subjectief is. Onderzoeken wijzen er echter op dat esthetische voorkeuren behoorlijk constant voorkomen in onderzoeken binnen eenzelfde cultuur en over verschillende culturen en etnische groepen heen. We hebben dus een goede reden om aan te nemen dat mensen de neiging hebben om het eens te zijn over wie ze wel of niet aantrekkelijk vinden. Dit betekent dat er een redelijke homogene groep mensen is, de onaantrekkelijken, die voortdurend gediscrimineerd wordt.

Het zou echter niet correct zijn om te stellen dat esthetische oordelen niet door de maatschappij worden beïnvloed omdat ze intersubjectief of zelfs objectief zijn. Er is immers overweldigend bewijs van het feit dat wat we mooi of lelijk beschouwen sterk beïnvloed wordt door de maatschappij en na verloop van tijd kan veranderen. We hebben in het bijzonder de neiging om graag te zien waar we vertrouwd mee zijn, en dat hangt voor een groot deel af van de maatschappij waarin we nu eenmaal geboren zijn. Dus bijvoorbeeld het feit dat blanke, slanke en grote vrouwen oververtegenwoordigd zijn op sociale en traditionele media draagt bij aan het verspreiden van een heel beperkte opvatting over schoonheid die een groot aantal vrouwen uitsluit die aantrekkelijk zouden worden bevonden, mochten we niet blootgesteld zijn aan dergelijke beperkte opvatting van schoonheid.

Zowel onze evolutionaire geschiedenis als onze sociale context dragen dus bij aan het bepalen van wat en wie we mooi en lelijk vinden, en we mogen geen van beide elementen negeren als we lookism willen begrijpen.

Bescherming

Gezien het overweldigende bewijs dat lookism schadelijk is en dat onaantrekkelijke mensen vaak grote nadelen ondervinden, is het redelijk om onszelf de vraag te stellen of we er iets moeten aan doen, en zo ja, wat we kunnen doen om de negatieve gevolgen van lookism tegen te gaan.

Onder wetenschappers die lookism bestuderen is er geen consensus over of de overheid al dan niet moet tussenkomen om onaantrekkelijke mensen wettelijk te beschermen tegen discriminatie door lookism.

Enerzijds wordt gezegd dat de staat niet mag tussenkomen omdat elke wettelijke maatregel onvermijdelijk zou mislukken, aangezien het heel moeilijk is om gevallen van lookism te identificeren. Bovendien heeft de overheid volgens non-interventionisten geen reden om de vrijheid van burgers in te perken omdat schoonheid afhangt van persoonlijke voorkeur.

Anderzijds heeft rechtsgeleerde Deborah Rhode opgeworpen dat de wet moet tussenkomen om mensen tegen discriminatie op basis van uiterlijk te beschermen omdat dit het beginsel van gelijke kansen en individuele waardigheid schendt.

Sommige landen en regio's proberen nu al wettelijke maatregelen te nemen om met lookism om te gaan: in het Amerikaanse Michigan, District of Columbia, Howard County, San Francisco, Santa Cruz, Madison en Urbana zijn maatregelen genomen om discriminatie op basis van uiterlijk wettelijk te straffen, vooral op het vlak van werkgelegenheid. In Australië verbiedt de staat Victoria discriminatie op basis van hoogte, gewicht, maat, gelaatstrekken en moedervlekken (Equal Opportunity Act 2010). Rhode suggereerde ook dat het toepassingsgebied van wetten inzake handicaps kan worden uitgebreid om mensen te beschermen tegen diverse vormen van discriminatie op basis van uiterlijk.

Econoom Daniel Hamermesh heeft andere opties vermeld om bescherming te bieden aan onaantrekkelijke mensen, bijvoorbeeld via economische compensatie en positieve acties. Volgens Hamermesh kunnen deze maatregelen onaantrekkelijke mensen helpen, maar vragen ze mogelijk wel een hoge prijs aan de maatschappij in het algemeen. Een staat beschikt maar over beperkte middelen. Daarom betekent een toename van het aantal mensen die een wettelijke bescherming tegen discriminatie kunnen inroepen dat er minder middelen zijn voor andere gediscrimineerde groepen, zoals bijvoorbeeld etnische minderheden. Het is dus belangrijk om te begrijpen waar en hoe moet worden tussengekomen. Op dit ogenblik is het nog niet duidelijk of juridische maatregelen tegen lookism in het algemeen de gelijkheid en gerechtigheid in onze maatschappij zouden verbeteren.

Ondertussen kunnen maatschappelijke veranderingen (in zekere mate) op andere manieren worden verkregen, bijvoorbeeld door mensen bewust te maken over de schadelijke gevolgen van lookism. Op dit moment is het belangrijkste probleem van lookism dat het om een onzichtbare vorm van discriminatie gaat, zodat mensen er zich meestal niet bewust van zijn dat ze lookist zijn. Er kan veel meer worden gedaan om mensen bewust te maken van deze vorm van discriminatie, en veel meer moet gedaan worden om onaantrekkelijke mensen te helpen via wettelijke, sociale en soms zelfs medische tussenkomsten.

( Vertaling door Herman Boel - Alta Verba)

Francesca Minerva is post-doctoraal onderzoeker bij FWO aan de Faculteit Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen (UGent). Zij is gespecialiseerd in bio-ethiek, medische ethiek en moraalfilosofie. Haar onderzoeksinteresse ligt onder meer in toegepaste filosofie (waaronder lookism), abortus en cryonisme.

Francesca Minerva spreekt over lookism op het filosofiefestival Nacht van de Vrijdenker op zaterdag 9 november in de Vooruit (Gent). Die avond staan er nog meer dan dertig denkers uit binnen- en buitenland op het programma, met o.m. Susan Neiman, TomᨠSedláček, Sarah Bakewell, Philippe Van Parijs, Donald Robertson, Diana Fleischman, Ludo Abicht en Tinneke Beeckman. Info en tickets: nachtvandevrijdenker.be.