Onze minister van Omgeving, Natuur en Landbouw laat zich in een interview in Knack van haar meest sombere kant zien. Zo schildert ze onze grootste natuurvereniging af als de ontbosser bij uitstek. Een sterk groeiende, duurzame landbouwtak is volgens de minister geldverslindend en niet efficiënt. Een lokaal verankerde, kleinschalige landbouw lijkt ontegensprekelijk ten dode opgeschreven. Zowel op vlak van landbouw, natuur als omgeving ontbreekt een ambitieuze, toekomstgerichte visie.

Als het over landbouw gaat, klinkt de minister opvallend neerslachtig. Het pad van de grootschalige landbouw dat sinds de jaren 80 wordt bewandeld, botst steeds meer op zijn economische, sociale en ecologische grenzen. En toch komen er geen constructieve voorstellen.

'Onze conventionele landbouw loopt met de regelmaat van de klok tegen een crisis aan'

De problemen vandaag liggen bij onze op export gerichte massaproductie van bulkproducten die worden afgezet op de wereldmarkt. Enkel door sterke intensivering proberen we met deze anonieme producten te concurreren. Onze huidige problemen liggen niet bij de kleinschalige biologische productie maar bij de grootschalige industriële veeteelt. De milieu-impact ervan is nefast. De biodiversiteit boert achteruit, vervuilde bodems en waterlopen doorkruisen het Vlaamse landschap en onze bodems spoelen weg. En het effect op de gezondheid van de omwonenden wordt steeds luider in vraag gesteld.

Lost boekhouden alles op?

Ook op economisch vlak kunnen er kritische bedenkingen worden gemaakt. Onze conventionele landbouw loopt met de regelmaat van de klok tegen een crisis aan. Geopolitieke verschuivingen en een sterk volatiele prijs voor bulkproducten maken dat onze boeren geen waardig inkomen kunnen halen uit hun activiteiten.

Ook hier is de dierlijke productie de slechtste leerling van de klas. De minister stelt een wel zeer eenvoudige oplossing voor: het bijhouden van een goede boekhouding. Tegen deze mondiale politiek, de chronische overproductie en het niet in rekening brengen van de externe kosten kan zelfs een boer met een doctoraat in financieel management niet op.

Het huidige model kent enkel verliezers. Zowel voor de kosten van de milieuvervuiling als voor het stabiliseren van de crisis draait de belastingbetaler op. En de landbouwer? Die zinkt ondertussen verder weg in de financiële beerput.

Een rendabel model produceert een divers aanbod kwaliteitsproducten voor de lokale markt. Het maatschappelijk draagvlak voor een kleinschalige, duurzame landbouw groeit als kool. Dit ontwaken bij de burger zou het beleid moeten aangrijpen om ambitieuze doelstellingen neer te zetten en resoluut te kiezen voor een ander systeem.

Investeer in alternatieven

Dat het ontwikkelen en uitbouwen van systemen zoals de biologische landbouw investeringen vraagt, is evident. Maar hen afschilderen als de geldwolf uit de roedel is pertinent onwaar. De grootste herkauwer van subsidies is onze vleesindustrie. Zij gaan met het leeuwendeel van de inkomenssteun en investeringssteun lopen.

Bovendien is deze sector economisch ziek waardoor de crisisjaren zich in sneltempo opvolgen. In 2015 alleen werd meer dan 30 miljoen euro aan crisis uitgekeerd aan de vleesveeteelt. Tel daar nog de extra maatschappelijke kosten op vlak van milieuvervuiling en gezondheidseffecten bij en de slinger slaat helemaal door in de verkeerde richting.

De biologische vleesveeteelt wordt ook ondersteund, zij het niet meer of minder dan de conventionele teelt. Wel werken ze kleinschaliger, grondgebonden en met aandacht voor de grenzen van ons ecosysteem. Hierdoor leveren ze naast voeding ook ondersteuning van publieke diensten zoals een grotere biodiversiteit, gezonde bodems en koolstofopslag. Het leveren van deze maatschappelijke meerwaarde wordt nog te weinig financieel ondersteund. De conventionele veeteelt daarentegen betalen we om te vervuilen. Zo weinig mogelijk misschien, maar het blijft vervuilen.

Zijn er binnenkort nog bomen om onder te wachten op Godot?

Op vlak van bebossing lijkt vooral een spelletje zwartepieten aan de gang. Natuurpunt voert beleid uit opgelegd door de minister, en wordt nu afgeschilderd als ontbosser. Op enkele jaren tijd is Vlaanderen van een netto bebosser naar een netto ontbosser gegaan.

De instrumenten waar het aantal hectaren bos mee wordt gemeten hebben een enorme foutenmarge, wat opvolging en bijsturing moeilijk maakt. Ook de discussie over het vrijmaken van het boscompensatiefonds heeft jaren aangesleept. De compensatie-achterstand is intussen opgelopen tot meer dan 2.000 hectaren. Van een bosuitbreidingsbeleid kunnen we enkel dromen. De minister lijkt vooral te wachten op Godot.

Grijp deze unieke kans

Zowel landbouw als natuur liggen versmolten in onze Vlaamse omgeving. De overlapping en wederzijdse beïnvloeding van deze domeinen op elkaar is enorm. De minister heeft de unieke kans om haar beleidsdomeinen constructief te verzoenen. Dit zou vertrekken vanuit een optimistische en sterke beleidsvisie die het huidige falende model in vraag stelt en een systeemtransitie ondersteunt. Helaas wordt er gekozen voor polarisatie en struisvogelpolitiek. Net nu de vlucht vooruit meer dan nodig is.

Onze minister van Omgeving, Natuur en Landbouw laat zich in een interview in Knack van haar meest sombere kant zien. Zo schildert ze onze grootste natuurvereniging af als de ontbosser bij uitstek. Een sterk groeiende, duurzame landbouwtak is volgens de minister geldverslindend en niet efficiënt. Een lokaal verankerde, kleinschalige landbouw lijkt ontegensprekelijk ten dode opgeschreven. Zowel op vlak van landbouw, natuur als omgeving ontbreekt een ambitieuze, toekomstgerichte visie. Als het over landbouw gaat, klinkt de minister opvallend neerslachtig. Het pad van de grootschalige landbouw dat sinds de jaren 80 wordt bewandeld, botst steeds meer op zijn economische, sociale en ecologische grenzen. En toch komen er geen constructieve voorstellen.De problemen vandaag liggen bij onze op export gerichte massaproductie van bulkproducten die worden afgezet op de wereldmarkt. Enkel door sterke intensivering proberen we met deze anonieme producten te concurreren. Onze huidige problemen liggen niet bij de kleinschalige biologische productie maar bij de grootschalige industriële veeteelt. De milieu-impact ervan is nefast. De biodiversiteit boert achteruit, vervuilde bodems en waterlopen doorkruisen het Vlaamse landschap en onze bodems spoelen weg. En het effect op de gezondheid van de omwonenden wordt steeds luider in vraag gesteld. Lost boekhouden alles op?Ook op economisch vlak kunnen er kritische bedenkingen worden gemaakt. Onze conventionele landbouw loopt met de regelmaat van de klok tegen een crisis aan. Geopolitieke verschuivingen en een sterk volatiele prijs voor bulkproducten maken dat onze boeren geen waardig inkomen kunnen halen uit hun activiteiten. Ook hier is de dierlijke productie de slechtste leerling van de klas. De minister stelt een wel zeer eenvoudige oplossing voor: het bijhouden van een goede boekhouding. Tegen deze mondiale politiek, de chronische overproductie en het niet in rekening brengen van de externe kosten kan zelfs een boer met een doctoraat in financieel management niet op. Het huidige model kent enkel verliezers. Zowel voor de kosten van de milieuvervuiling als voor het stabiliseren van de crisis draait de belastingbetaler op. En de landbouwer? Die zinkt ondertussen verder weg in de financiële beerput. Een rendabel model produceert een divers aanbod kwaliteitsproducten voor de lokale markt. Het maatschappelijk draagvlak voor een kleinschalige, duurzame landbouw groeit als kool. Dit ontwaken bij de burger zou het beleid moeten aangrijpen om ambitieuze doelstellingen neer te zetten en resoluut te kiezen voor een ander systeem.Investeer in alternatievenDat het ontwikkelen en uitbouwen van systemen zoals de biologische landbouw investeringen vraagt, is evident. Maar hen afschilderen als de geldwolf uit de roedel is pertinent onwaar. De grootste herkauwer van subsidies is onze vleesindustrie. Zij gaan met het leeuwendeel van de inkomenssteun en investeringssteun lopen. Bovendien is deze sector economisch ziek waardoor de crisisjaren zich in sneltempo opvolgen. In 2015 alleen werd meer dan 30 miljoen euro aan crisis uitgekeerd aan de vleesveeteelt. Tel daar nog de extra maatschappelijke kosten op vlak van milieuvervuiling en gezondheidseffecten bij en de slinger slaat helemaal door in de verkeerde richting. De biologische vleesveeteelt wordt ook ondersteund, zij het niet meer of minder dan de conventionele teelt. Wel werken ze kleinschaliger, grondgebonden en met aandacht voor de grenzen van ons ecosysteem. Hierdoor leveren ze naast voeding ook ondersteuning van publieke diensten zoals een grotere biodiversiteit, gezonde bodems en koolstofopslag. Het leveren van deze maatschappelijke meerwaarde wordt nog te weinig financieel ondersteund. De conventionele veeteelt daarentegen betalen we om te vervuilen. Zo weinig mogelijk misschien, maar het blijft vervuilen. Zijn er binnenkort nog bomen om onder te wachten op Godot?Op vlak van bebossing lijkt vooral een spelletje zwartepieten aan de gang. Natuurpunt voert beleid uit opgelegd door de minister, en wordt nu afgeschilderd als ontbosser. Op enkele jaren tijd is Vlaanderen van een netto bebosser naar een netto ontbosser gegaan. De instrumenten waar het aantal hectaren bos mee wordt gemeten hebben een enorme foutenmarge, wat opvolging en bijsturing moeilijk maakt. Ook de discussie over het vrijmaken van het boscompensatiefonds heeft jaren aangesleept. De compensatie-achterstand is intussen opgelopen tot meer dan 2.000 hectaren. Van een bosuitbreidingsbeleid kunnen we enkel dromen. De minister lijkt vooral te wachten op Godot. Grijp deze unieke kansZowel landbouw als natuur liggen versmolten in onze Vlaamse omgeving. De overlapping en wederzijdse beïnvloeding van deze domeinen op elkaar is enorm. De minister heeft de unieke kans om haar beleidsdomeinen constructief te verzoenen. Dit zou vertrekken vanuit een optimistische en sterke beleidsvisie die het huidige falende model in vraag stelt en een systeemtransitie ondersteunt. Helaas wordt er gekozen voor polarisatie en struisvogelpolitiek. Net nu de vlucht vooruit meer dan nodig is.