Dat er kritiek geuit wordt op het sociaal akkoord over het minimumloon, overuren en het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) is nogal wiedes: een habbekrats, tot 120 overuren zonder toeslag en het niet terugbrengen van de SWT-leeftijd van 60 naar 58 jaar bij herstructureringen van bedrijven. In liberale luchten werd het zoveelste Belgisch compromis - voor elke Vivaldipartij wat wils - bezwangerd. Het kost de werkgevers zo goed als niets. De 60.000 landgenoten die tegen het wettelijk minimumloon werken zien onder het mom van 'alle beetjes helpen' pas vanaf april 2022 hun brutoloon opgetrokken tot 1.702 euro bruto, let wel: ongeacht hun leeftijd. Hun netto-koopkracht neemt minimaal toe.

Wie zijn vaderlandse geschiedenis kent, weet dat de eerste partijpolitieke woordvoerders van de Vlaamse beweging (Meetingpartij, Christene Volkspartij (Daensisten) en Frontpartij) democratie, armoedebestrijding, solidariteit en gelijkheid als de energieleidingen voor 'volksverheffing' en het beleven van rechtvaardigheid gedrenkt in Vlaamse identiteit bepleitten. De weg naar een breed gedragen autonomieverwerving werd toen ingeslagen.

'Ontvoogding' werd hol begrip toen N-VA-parlementsleden het optrekken van het minimumloon verketterden.

Het is niet de eerste keer dat de Vlaamse beweging (al dan niet verbonden aan een partij) tot eigen schade en schande van dit hoopvol en solidaire pad afwijkt. Al is dit laakbaar gedrag voorspelbaar, de blinde val van kortzichtig electoralisme blijft niet alleen frappant, maar stoot elkeen af die Vlaamse beweging en de huidige verengde versie van het Vlaams-nationalisme ook maar verbindt met maximale autonomie en emancipatie.

De 'eindelijk-dag' van vorige woensdag gaf de grootste partij in de Vlaamse regering, tevens federale oppositiepartij, een wrange prelude: de dag dat 'slaaf én bedelaar' het won van het aloude adagio van de Vlaamse beweging 'slaaf noch bedelaar'. Of hoe 'ontvoogding' en 'vrijheid' holle woorden werden toen N-VA-parlementsleden het (geringe) optrekken van het minimumloon verketterden. Neen, niet omdat de toeslag té gering is, maar omdat de minste euro er aan gespendeerd er een te veel is. Het klassenverschil dient per se gebetonneerd te worden. De economische markt dient steeds over een contingent aan onderbetaalden te beschikken.

Die politiek wordt met de grootste hardnekkigheid en in volle consecratie van het neoliberalisme verdergezet na de nefaste loonnormwet van de eerdere Zweedse coalitie.

Vlaanderen telt geen V-partijen meer. De krachtlijnen van wat ooit de emancipatorische Vlaamse beweging schraagde, zijn onderuit gehaald. Met aftrek van de electorale marketingbureau's wordt de spoeling in het geheel van het partijlandschap erg dun. De kiezer is de meest onberekenbare factor in het partijpolitieke schaakspel, dus worden de pionnetjes uitgeschakeld door de stemplicht af te schaffen. Waar Bart De Wever pleitbezorger is van een meerderheidssysteem naar Brits of Amerikaans model wordt zoals van oudsher het algemeen stemrecht in een trechter geduwd. Cynisch genoeg wordt dit alles op de kiesmarkt verkocht als 'meer democratie'. Realiteit is dat beroepspolitici de burger ronduit dwingen zich niet langer met hun job te bemoeien.

Hersendood is de burger evenwel niet. Niet altijd spoken constructieve en hoopvolle gedachten door zijn of haar hoofd. De Coningsgezinden zijn daar exemplarisch voor.

Vijftien coronamaanden leverden geen certificaat van beleidsefficiëntie af. 'Wat we zelf doen, doen we beter' resulteerde in spreekwoordelijke negatieve intrest. Het gevolg is zichtbaar in de recente peilingen naar de kiesintenties.

Wie meer toekomstperspectief wil zien krijgt nauwelijks of geen sterk en helder verhaal aangereikt. De solidaire samenleving biedt een fundament. Het is het radicale tegenbeeld van Vlaamse suprematiegedachten, van toenemende armoede, vereenzaming en het behouden van 'slaaf én bedelaar' uit naam van concurrentiekracht en het leggen van rode lopers voor werkgevers die geen oren hebben naar het reduceren van de loonkloof.

Waar liggen kansen om iedereen een plaats in de samenleving te geven? Antwoorden verschaffen op die vraag vormt een permanent dynamisch proces. De antwoorden blijven vooralsnog goeddeels uit, zijn té aarzelend of krijgen in het ergste geval een averechtse invulling zoals de Peter De Roovers en Bjorn Anseeuws ze formuleren.

Wat is het alternatief? Een nieuwe progressieve, regionalistische partij? Schrap het vraagteken. De situatie is te ernstig.

Johan Velghe is woordvoerder van Vlinks.

Dat er kritiek geuit wordt op het sociaal akkoord over het minimumloon, overuren en het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) is nogal wiedes: een habbekrats, tot 120 overuren zonder toeslag en het niet terugbrengen van de SWT-leeftijd van 60 naar 58 jaar bij herstructureringen van bedrijven. In liberale luchten werd het zoveelste Belgisch compromis - voor elke Vivaldipartij wat wils - bezwangerd. Het kost de werkgevers zo goed als niets. De 60.000 landgenoten die tegen het wettelijk minimumloon werken zien onder het mom van 'alle beetjes helpen' pas vanaf april 2022 hun brutoloon opgetrokken tot 1.702 euro bruto, let wel: ongeacht hun leeftijd. Hun netto-koopkracht neemt minimaal toe. Wie zijn vaderlandse geschiedenis kent, weet dat de eerste partijpolitieke woordvoerders van de Vlaamse beweging (Meetingpartij, Christene Volkspartij (Daensisten) en Frontpartij) democratie, armoedebestrijding, solidariteit en gelijkheid als de energieleidingen voor 'volksverheffing' en het beleven van rechtvaardigheid gedrenkt in Vlaamse identiteit bepleitten. De weg naar een breed gedragen autonomieverwerving werd toen ingeslagen.Het is niet de eerste keer dat de Vlaamse beweging (al dan niet verbonden aan een partij) tot eigen schade en schande van dit hoopvol en solidaire pad afwijkt. Al is dit laakbaar gedrag voorspelbaar, de blinde val van kortzichtig electoralisme blijft niet alleen frappant, maar stoot elkeen af die Vlaamse beweging en de huidige verengde versie van het Vlaams-nationalisme ook maar verbindt met maximale autonomie en emancipatie.De 'eindelijk-dag' van vorige woensdag gaf de grootste partij in de Vlaamse regering, tevens federale oppositiepartij, een wrange prelude: de dag dat 'slaaf én bedelaar' het won van het aloude adagio van de Vlaamse beweging 'slaaf noch bedelaar'. Of hoe 'ontvoogding' en 'vrijheid' holle woorden werden toen N-VA-parlementsleden het (geringe) optrekken van het minimumloon verketterden. Neen, niet omdat de toeslag té gering is, maar omdat de minste euro er aan gespendeerd er een te veel is. Het klassenverschil dient per se gebetonneerd te worden. De economische markt dient steeds over een contingent aan onderbetaalden te beschikken.Die politiek wordt met de grootste hardnekkigheid en in volle consecratie van het neoliberalisme verdergezet na de nefaste loonnormwet van de eerdere Zweedse coalitie.Vlaanderen telt geen V-partijen meer. De krachtlijnen van wat ooit de emancipatorische Vlaamse beweging schraagde, zijn onderuit gehaald. Met aftrek van de electorale marketingbureau's wordt de spoeling in het geheel van het partijlandschap erg dun. De kiezer is de meest onberekenbare factor in het partijpolitieke schaakspel, dus worden de pionnetjes uitgeschakeld door de stemplicht af te schaffen. Waar Bart De Wever pleitbezorger is van een meerderheidssysteem naar Brits of Amerikaans model wordt zoals van oudsher het algemeen stemrecht in een trechter geduwd. Cynisch genoeg wordt dit alles op de kiesmarkt verkocht als 'meer democratie'. Realiteit is dat beroepspolitici de burger ronduit dwingen zich niet langer met hun job te bemoeien.Hersendood is de burger evenwel niet. Niet altijd spoken constructieve en hoopvolle gedachten door zijn of haar hoofd. De Coningsgezinden zijn daar exemplarisch voor.Vijftien coronamaanden leverden geen certificaat van beleidsefficiëntie af. 'Wat we zelf doen, doen we beter' resulteerde in spreekwoordelijke negatieve intrest. Het gevolg is zichtbaar in de recente peilingen naar de kiesintenties. Wie meer toekomstperspectief wil zien krijgt nauwelijks of geen sterk en helder verhaal aangereikt. De solidaire samenleving biedt een fundament. Het is het radicale tegenbeeld van Vlaamse suprematiegedachten, van toenemende armoede, vereenzaming en het behouden van 'slaaf én bedelaar' uit naam van concurrentiekracht en het leggen van rode lopers voor werkgevers die geen oren hebben naar het reduceren van de loonkloof.Waar liggen kansen om iedereen een plaats in de samenleving te geven? Antwoorden verschaffen op die vraag vormt een permanent dynamisch proces. De antwoorden blijven vooralsnog goeddeels uit, zijn té aarzelend of krijgen in het ergste geval een averechtse invulling zoals de Peter De Roovers en Bjorn Anseeuws ze formuleren.Wat is het alternatief? Een nieuwe progressieve, regionalistische partij? Schrap het vraagteken. De situatie is te ernstig.Johan Velghe is woordvoerder van Vlinks.