Na een eerste vergadering gisterenavond zit de nieuwe federale regering deze namiddag opnieuw samen met de deelstaten over de coronasituatie. Op de agenda staat onder meer de benoeming van een coronacommissaris die het coronabeleid moet stroomlijnen en afstemmen met de deelstaten. Pedro Facon, de huidige directeur-generaal bij de FOD Volksgezondheid, wordt voor die post voorgedragen. Op de kleurenbarometer, die acties tegen het virus moet koppelen aan een fase in de epidemie, is het wellicht nog even wachten. In regeringskringen valt te horen dat het systeem eerst volledig op punt moet staan. Maar Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts maakt wel van de gelegenheid gebruik om te benadrukken dat het onderwijs - dat al een tijdje met eigen kleurcodes werkt - zoveel mogelijk op code geel moet blijven, zoals nu het geval is. Dat niveau duidt op een laag risico op besmetting, waardoor kinderen in het kleuter- en basisonderwijs altijd voltijds naar school kunnen gaan en ook leerlingen in het middelbaar, deeltijds kunst- en volwassenenonderwijs vijf dagen per week op school worden verwacht, zij het met een mondmasker. Volgens Weyts valt het aantal coronabesmettingen dat in scholen wordt vastgesteld op dit moment mee en zijn de besmettingen bovendien vaak het resultaat van contacten buiten de schoolmuren. "Binnen de scholen wordt alles goed gecontroleerd", zegt Weyts. "Er worden ongelofelijke inspanningen geleverd om het veilig te organiseren, en dat draait goed." Bovendien heeft schakelen naar code oranje, wat een matig risico op besmetting inhoudt, weinig impact op het basisonderwijs, stipt Weyts aan. Kinderen in het kleuter- en lager onderwijs en in de eerste graad van het secundair onderwijs worden dan nog altijd gewoon vijf dagen per week op school verwacht. De leerlingen in de tweede en derde graad van het middelbaar, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs moeten dan wellicht slechts week om week naar school, maar "het is een illusie om te denken dat die scholieren dan allemaal braaf thuis gaan zitten", vindt de minister. "We zullen minder vat hebben op leerlingen die thuis zitten, en zij zullen buiten school meer risico lopen op een besmetting." (Belga)

Na een eerste vergadering gisterenavond zit de nieuwe federale regering deze namiddag opnieuw samen met de deelstaten over de coronasituatie. Op de agenda staat onder meer de benoeming van een coronacommissaris die het coronabeleid moet stroomlijnen en afstemmen met de deelstaten. Pedro Facon, de huidige directeur-generaal bij de FOD Volksgezondheid, wordt voor die post voorgedragen. Op de kleurenbarometer, die acties tegen het virus moet koppelen aan een fase in de epidemie, is het wellicht nog even wachten. In regeringskringen valt te horen dat het systeem eerst volledig op punt moet staan. Maar Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts maakt wel van de gelegenheid gebruik om te benadrukken dat het onderwijs - dat al een tijdje met eigen kleurcodes werkt - zoveel mogelijk op code geel moet blijven, zoals nu het geval is. Dat niveau duidt op een laag risico op besmetting, waardoor kinderen in het kleuter- en basisonderwijs altijd voltijds naar school kunnen gaan en ook leerlingen in het middelbaar, deeltijds kunst- en volwassenenonderwijs vijf dagen per week op school worden verwacht, zij het met een mondmasker. Volgens Weyts valt het aantal coronabesmettingen dat in scholen wordt vastgesteld op dit moment mee en zijn de besmettingen bovendien vaak het resultaat van contacten buiten de schoolmuren. "Binnen de scholen wordt alles goed gecontroleerd", zegt Weyts. "Er worden ongelofelijke inspanningen geleverd om het veilig te organiseren, en dat draait goed." Bovendien heeft schakelen naar code oranje, wat een matig risico op besmetting inhoudt, weinig impact op het basisonderwijs, stipt Weyts aan. Kinderen in het kleuter- en lager onderwijs en in de eerste graad van het secundair onderwijs worden dan nog altijd gewoon vijf dagen per week op school verwacht. De leerlingen in de tweede en derde graad van het middelbaar, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs moeten dan wellicht slechts week om week naar school, maar "het is een illusie om te denken dat die scholieren dan allemaal braaf thuis gaan zitten", vindt de minister. "We zullen minder vat hebben op leerlingen die thuis zitten, en zij zullen buiten school meer risico lopen op een besmetting." (Belga)