De onderzoekers observeerden in vier instapklassen met 2,5-jarigen urenlang wat er gebeurde en wat er door wie en tegen wie gezegd werd. Ze concludeerden dat ongelijkheid niet wordt weggewerkt door alle kinderen vroeg naar de kleuterschool te sturen, maar dat die daar al begint. Want wat blijkt: de kleuterleiders van de instapklassen hechten erg veel belang aan routine en discipline. "In hun taalgebruik domineert de instructietaal: doe dit, doe niet dat. Trek je jas aan, ga zitten, wees stil! Dat is taalgebruik waar een kind zelf maar heel weinig van leert, op gebied van eigen taalontwikkeling", zegt professor Michel Vandenbroeck. Bovendien worden kinderen niet aangemoedigd om met elkaar in gesprek te gaan. Het wordt zelfs vaak afgeremd: ze moeten stil op de bank blijven wachten tot iedereen klaar is. Dat alles maakt dat kinderen die taalzwak zijn, een hele schooldag lang maar weinig kansen krijgen om iets te zeggen. Kinderen met een andere thuistaal en kinderen uit een kansarm gezin worden daardoor veel minder uitgedaagd om met de juf in gesprek te gaan dan kinderen die beter Nederlands spreken en daardoor mondiger en ­assertiever zijn. Ze krijgen dus veel minder taalstimulansen en ontwikkelingskansen. (Belga)