Topvrouw agentschap Opgroeien mag aanblijven, maar krijgt crisismanagers naast zich

© Belga

Katrien Verhegge mag aanblijven als leidend ambtenaar van het Vlaams agentschap Opgroeien, maar ze krijgt wel een crisismanagementcomité naast zich. Dat heeft Vlaams minister van Welzijn Hilde Crevits (CD&V) beslist. Bedoeling is om op die manier de werking van het agentschap te verbeteren en het vertrouwen in Kind en Gezin te herstellen

De onderzoekscommissie kinderopvang leverde woensdag een eindrapport af met behoorlijk striemende kritiek aan het adres van het agentschap Opgroeien en specifiek aan administrateur-generaal Katrien Verhegge. De commissie vroeg onder meer dat er “dringend” moest ingegrepen worden bij het management om zo het vertrouwen in Kind en Gezin te herstellen.
Commissieleden stelden haar positie openlijk in vraag en een ontslag van Verhegge hing in de lucht, maar dat komt er dus niet.
Minister Crevits heeft woensdagvoormiddag ruim twee uur vergaderd met de leidend ambtenaren van Opgroeien en van de Zorginspectie. “Want het moet beter, veel beter”, zegt Crevits.
“Zoals de aanbevelingen heel duidelijk aangeven, is versterking van het management van Opgroeien noodzakelijk. “Daarom komt er op mijn vraag een crisismanagementcomité, met externe expertise en bijzondere competenties inzake IT en organisatiebeheersing, dat gezamenlijk de leiding zal opnemen van het agentschap”, legt Crevits uit.
Verhegge is een statutair benoemd ambtenaar en wordt eind dit jaar opnieuw geëvalueerd.

Onderzoekscommissie snoeihard voor top Agentschap Opgroeien

De onderzoekscommissie kinderopvang is in haar aanbevelingen snoeihard voor de top van het Agentschap Opgroeien en met name voor leidend ambtenaar Katrien Verhegge.

De onderzoekscommisssie die de veiligheid in de kinderopvang de voorbije weken en maanden heeft onderzocht, is klaar met haar rapport. De commissie werd opgericht na het overlijden van een baby in een crèche in het Oost-Vlaamse Mariakerke in februari. De commissie heeft de voorbije weken tal van sprekers gehoord, gaande van experten tot de top van de administratie en gewezen minister van Welzijn Wouter Beke. 

Aanbevelingen

De commissie heeft nu een pakket met 75 concrete aanbevelingen klaar. Volgens commissievoorzitter Koen Daniëls gaat het om objectieve, serene en gedragen vaststellingen.

  • Een klassiek pijnpunt als het gaat over de kwaliteit van de kinderopvang is de kind-begeleiderratio. Nu is er een ratio van 1 begeleider per 8 of 9 kinderen. Die ratio moet voor de commissie omlaag. Een concreet getal wordt niet genoemd, maar het is de bedoeling de ratio te verlagen op basis van een vergelijkend onderzoek met de omliggende landen en wetenschappelijk onderzoek. De commissie vraagt ook een tijdspad om die verlaging te realiseren.
  • Net als de recente audit in de kinderopvang dringt ook de commissie aan op een performanter IT-systeem. Nu gebruiken de Zorginspectie en Kind en Gezin een verschillend systeem en duiken knipperlichten niet automatisch op. De commissie dringt daarom aan op een geïntegreerd en overzichtelijk systeem voor de opvolging van dossiers. Intussen heeft minister van Welzijn Hilde Crevits al de nodige middelen voorzien voor dat nieuwe IT-systeem.
  • Verder vraagt de commissie dat ouders actief inzage krijgen in klachten en inspectieverslagen. Die openbaarheid moet er komen ‘op korte termijn’. Organisatoren van kinderopvanginitiatieven en hun medewerkers moeten volgens de commissie ook om de drie jaar een uittreksel uit het strafregister (het vroegere attest van goed gedrag en zeden) kunnen voorleggen. Nu wordt dat uittreksel maar één keer gevraagd. 
  • Om alle uitdagingen aan te pakken, moeten zowel de Zorginspectie als Kind en Gezin kunnen rekenen op meer middelen en personeel. Zo moeten er extra inspecteurs komen om te zorgen voor meer en meer gerichte inspecties en moet Kind en Gezin meer dossierbeheerders krijgen om te zorgen voor een verlaging van de werkdruk en voor een betere dossieropvolging.

Maar de meest opvallende passage in het eindrapport gaat over de verantwoordelijkheden. Zo is de commissie bijzonder scherp voor de top van het Agentschap Opgroeien, met name voor leidend ambtenaar Katrien Verhegge en voor de verantwoordelijke rond handhaving Ariane Van den Berghe. Volgens de commissieleden is het dossierbeheer bij het agentschap ‘een puinhoop’ en  heeft de top ‘onvoldoende adequaat en niet met het gepaste urgentiegevoel gereageerd’. 

Wouter Beke

In de aanbevelingen vraagt de commissie ronduit dat er dringend (moet) ingegrepen worden in het organisatiebeleid en het management van het agentschap Opgroeien om het vertrouwen in Kind en Gezin te herstellen. 

Ook gewezen minister van Welzijn Wouter Beke krijgt in het rapport nog een veeg uit de pan. De ex-minister krijgt het verwijt dat hij te veel vertrouwen had in zijn administratie, iets wat Beke zelf ook toegaf bij zijn passage in de commissie. De commissie wijst er ook op dat de fouten die gebeurd zijn binnen de administratie onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister vallen.

Volgens oppositiepartij PVDA blijft de onderzoekscommissie mild voor voormalig Beke. Volgens PVDA had de minister ‘geen idee van de problemen bij zijn eigen diensten’. ‘Als de dossiers die in de pers werden aangeleverd serieus onderzocht waren, had het drama in ’t Sloeberhuisje misschien misschien vermeden kunnen worden’, aldus de partij.

Naast maatregelen zoals een verlaging van de kind-begeleiderratio, moet er volgens PVDA ook aandacht zijn voor betere loon- en arbeidsvoorwaarden in de sector. Jobs moeten er ‘aantrekkelijker’ worden, met doorgroeimogelijkheden en ‘stevigere opleidingen’, zo laat de oppositiepartij weten.

Partner Content