Sociologen Dounia Bourabain (VUB), Pieter-Paul Verhaeghe (VUB) en Peter Stevens (UGent) stuurden in augustus 2018 een e-mail naar 2.243 Nederlandstalige kleuterscholen in Vlaanderen en Brussel. Ze deden zich telkens voor als ouders van een kleuter die voor het eerst naar school moest en informeerden naar de inschrijvingsprocedure en vroegen ook een persoonlijke rondleiding. De onderzoekers gebruikten zes fictieve afzenders: telkens twee ouders van Belgische origine, van Sub-Saharaanse afkomst en van Maghrebijnse origine. De ene ouder kwam telkens uit de middenklasse, de andere uit een kwetsbaardere sociaaleconomische groep. De etnische afkomst van de afzender bleek uit de naam in het e-mailadres en de naam van het kind, het opleidingsniveau moest impliciet blijken door bijvoorbeeld tikfouten in de mail en de vermelding dat de ouder in ploegendienst werkt. Veruit de meeste fictieve ouders kregen een antwoord op de e-mail, en sociaaleconomische positie of de etnische afkomst speelden daarbij geen rol. Wél was de inhoud van het antwoord anders afhankelijk van de afzender. Sommigen kregen het bericht dat ze hun kleuter konden inschrijven, anderen kregen dan weer de reactie dat de school vol was of dat er een lange wachtlijst was. De ouders van Belgische origine hadden daarbij 70 procent kans om hun kleuter te kunnen inschrijven, tegenover respectievelijk 40 en 38 procent bij de ouders van Sub-Saharaanse of Maghrebijnse afkomst. Nog frappanter waren de reacties op de vraag om de school te kunnen bezoeken. De Belgische ouders hadden 70 procent kans om uitgenodigd te worden voor zo'n bezoek, de ouders van Sub-Saharaanse en Maghrebijnse afkomst slechts respectievelijk 31 en 32 procent kans. Ook de sociaaleconomische positie bleek daarbij bepalend: de ouders van middenklassegezinnen van Belgische afkomst hadden 76 procent kans op een uitnodiging, die uit de kwetsbaardere sociale groep amper 36 procent. De Sub-Saharaanse en Maghrebijnse ouders uit kwetsbare milieus hadden zelfs amper 18 en 22 procent kans op een uitnodiging. Volgens Bourabain toont het onderzoek aan dat scholen proberen om de samenstelling van hun leerlingenpopulatie naar hun hand te zetten. "Dat doen ze vooral omdat veel Vlaamse ouders een school met weinig diversiteit nog altijd prestigieuzer vinden. Hoe meer leerlingen met een migratieachtergrond er les volgen, hoe lager de kwaliteit van het onderwijs wordt ingeschat", legt ze uit. "Wanneer een school diverser wordt, kan dat voor sommige ouders zelfs een reden zijn om hun kind er weg te halen. Vandaar dat sommige directies veel moeite doen om meer leerlingen uit de witte middenklasse aan te trekken." De resultaten van het onderzoek wijzen er ook op dat het niet zozeer witte of concentratiescholen zijn die op de rem gaan staan, maar wel scholen uit de middenmoot die vrezen dat hun leerlingenpopulatie te divers dreigt te worden. (Belga)

Sociologen Dounia Bourabain (VUB), Pieter-Paul Verhaeghe (VUB) en Peter Stevens (UGent) stuurden in augustus 2018 een e-mail naar 2.243 Nederlandstalige kleuterscholen in Vlaanderen en Brussel. Ze deden zich telkens voor als ouders van een kleuter die voor het eerst naar school moest en informeerden naar de inschrijvingsprocedure en vroegen ook een persoonlijke rondleiding. De onderzoekers gebruikten zes fictieve afzenders: telkens twee ouders van Belgische origine, van Sub-Saharaanse afkomst en van Maghrebijnse origine. De ene ouder kwam telkens uit de middenklasse, de andere uit een kwetsbaardere sociaaleconomische groep. De etnische afkomst van de afzender bleek uit de naam in het e-mailadres en de naam van het kind, het opleidingsniveau moest impliciet blijken door bijvoorbeeld tikfouten in de mail en de vermelding dat de ouder in ploegendienst werkt. Veruit de meeste fictieve ouders kregen een antwoord op de e-mail, en sociaaleconomische positie of de etnische afkomst speelden daarbij geen rol. Wél was de inhoud van het antwoord anders afhankelijk van de afzender. Sommigen kregen het bericht dat ze hun kleuter konden inschrijven, anderen kregen dan weer de reactie dat de school vol was of dat er een lange wachtlijst was. De ouders van Belgische origine hadden daarbij 70 procent kans om hun kleuter te kunnen inschrijven, tegenover respectievelijk 40 en 38 procent bij de ouders van Sub-Saharaanse of Maghrebijnse afkomst. Nog frappanter waren de reacties op de vraag om de school te kunnen bezoeken. De Belgische ouders hadden 70 procent kans om uitgenodigd te worden voor zo'n bezoek, de ouders van Sub-Saharaanse en Maghrebijnse afkomst slechts respectievelijk 31 en 32 procent kans. Ook de sociaaleconomische positie bleek daarbij bepalend: de ouders van middenklassegezinnen van Belgische afkomst hadden 76 procent kans op een uitnodiging, die uit de kwetsbaardere sociale groep amper 36 procent. De Sub-Saharaanse en Maghrebijnse ouders uit kwetsbare milieus hadden zelfs amper 18 en 22 procent kans op een uitnodiging. Volgens Bourabain toont het onderzoek aan dat scholen proberen om de samenstelling van hun leerlingenpopulatie naar hun hand te zetten. "Dat doen ze vooral omdat veel Vlaamse ouders een school met weinig diversiteit nog altijd prestigieuzer vinden. Hoe meer leerlingen met een migratieachtergrond er les volgen, hoe lager de kwaliteit van het onderwijs wordt ingeschat", legt ze uit. "Wanneer een school diverser wordt, kan dat voor sommige ouders zelfs een reden zijn om hun kind er weg te halen. Vandaar dat sommige directies veel moeite doen om meer leerlingen uit de witte middenklasse aan te trekken." De resultaten van het onderzoek wijzen er ook op dat het niet zozeer witte of concentratiescholen zijn die op de rem gaan staan, maar wel scholen uit de middenmoot die vrezen dat hun leerlingenpopulatie te divers dreigt te worden. (Belga)