Het onderzoek richtte zich tijdens de eerste zeven maanden van 2019 op de private huurwoningenmarkt. Er werden 5.509 praktijktesten uitgevoerd via Immoweb en Zimmo. Daarbij werden vier discriminatiegronden getest: etnische origine, handicap, inkomensbron en gezinssamenstelling. Die laatste discriminatieachtergrond werd ook transversaal naar gender en etnische origine getest. De resultaten tonen dat mannen met een Noord-Afrikaanse naam in 20 procent van de gevallen gediscrimineerd worden door makelaars ten opzichte van mannen met een Belgische naam. Kandidaten met een werkloosheidsuitkering worden in 23 procent van de testen systematische benadeeld in vergelijking met kandidaten met een loon van ongeveer dezelfde hoogte. Personen met een mentale beperking worden zelfs in 29 procent van de gevallen benadeeld. Bij gezinssamenstelling hangt de mate van discriminatie sterk af van het geslacht en de etnische afkomst. Voor kandidaten met een Belgische naam speelt de gezinssamenstelling amper een rol. "Bij kandidaat-huurders met een Noord-Afrikaanse naam lijkt de gezinssamenstelling wel een significante rol te spelen: daar worden voornamelijk Noord-Afrikaanse, alleenstaande mannen gediscrimineerd en veel minder de Noord-Afrikaanse koppels of Noord-Afrikaanse vrouwen", stelt prof. Verhaeghe. Deze resultaten bevestigen de bevindingen uit de nulmeting van 2017. In deze opvolgmeting zijn er geen indicaties dat de discriminatie op de huurwoningmarkt van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verminderd is. (Belga)