Het onderzoek is gevoerd in samenwerking met VUB en KU Leuven en HOGent in 35 scholen en peilt naar de gevoelens van een grote groep jongeren in het vierde tot zesde leerjaar. 'Ze voelen zich ook minder zelfzeker over hun gezondheid en hun uiterlijk', ziet onderzoekscoördinator Jef Vlegels van het Jeugdonderzoeksplatform. 'Ze maken zich meer zorgen over hun materiële situatie en ook de toekomst'.

'Het valt ons heel erg op dat het algemeen welbevinden significant naar beneden is gegaan. Dit gaat niet om een toevallig dipje', zegt de socioloog. 'Heel wat genomen maatregelen hebben een rechtstreekse impact op deze kinderen. De sluiting van de scholen, maar ook - en dat mag zeker niet vergeten worden - de vrijetijdsbesteding.' Los van de beperking op het sociaal leven heeft de pandemie bijna alle bevraagde kinderen getroffen.

Het valt ons heel erg op dat het algemeen welbevinden significant naar beneden is gegaan. Dit gaat niet om een toevallig dipje.

Onderzoekscoördinator Jef Vlegels van het Jeugdonderzoeksplatform

Relatief goed geïnformeerd

Ongeveer 91 procent van de jongeren rapporteert dat hun school op zeker moment is gesloten. Zo'n 78 procent zegt dat er periodes waren waarin ze de hele dag thuis moesten zijn door het coronavirus. 46 procent geeft aan dat ze in quarantaine zijn moeten gaan en 26 procent moest zelfs meer dan 1 keer in quarantaine. Zo'n 83 procent kent iemand die in het verleden besmet was met het virus en 23 procent raakte zelf besmet met het virus of iemand van hun gezin.

De kinderen moesten meer thuis doorbrengen, en de gevolgen zijn niet noodzakelijk positief. 'De impact op het dagelijks leven van de jongeren was echt groot', besluiten de onderzoekers. De kinderen voelen zich minder vaak gesteund thuis en op school. Ze ervaren ook meer conflict en zelfs verbaal en fysiek geweld in hun thuissituatie en op school.

Positief is wel dat de kinderen aangeven dat ze zich relatief goed geïnformeerd voelen over het coronavirus en dat ze zich goed ondersteund voelen door hun vrienden. Ook de vrijetijdsbesteding van jonge kinderen is sterk geëvolueerd.

Grote verschillen

Sinds de coronacrisis spenderen kinderen meer tijd aan zorgtaken en huishoudelijk hulp, spelen ze vaker buiten en spenderen ze meer tijd aan online games. Buitenschoolse activiteiten, zoals muziekschool en tekenschool, zijn dan weer duidelijk afgenomen, met uitzondering van sportieve activiteiten. Over het algemeen geven kinderen aan minder tevreden te zijn over hun vrijetijdsbesteding in 2021 dan in 2018.

'Ofwel zouden die jongeren een hernieuwde band uitbouwen thuis. Ofwel niet, en geeft het spanningen. Jammer genoeg stellen we vast dat het gemiddeld gezien eerder die kant op gaat. We zien dat ze zich minder gesteund voelen thuis, minder veilig, en dat er meer conflicten zijn', klinkt het bij de onderzoekers.

De onderzoekers beklemtonen dat het gaat om dalende gemiddelden, die empirisch vastgesteld zijn over de volledige steekproef van 2.449 kinderen.

In sommige gezinnen heeft de isolatie zich mogelijk vertaald in een nieuwe verstandhouding met de ouders. 'Er zijn heel grote verschillen in de antwoorden', stelt Vlegels vast. De onderzoekers vragen bijkomend onderzoek en opvolging door de hogere overheden. 'Het is belangrijk de situatie goed te monitoren en bij beleidsmaatregelen steeds specifieke aandacht te hebben voor onze jonge, zich nog sterk ontwikkelende kinderen.'

Niet genoeg te eten

De onderzoekers maken zich vooral zorgen over een kleine groep aan de onderkant, bijna een vijfde van de jonge respondenten. Die spreken zich uitermate negatief uit over de voorbije periode. 'Over de ganse lijn', zegt Vlegels. 'Dat betekent dat ze vinden dat ze helemaal geen contact met hun vrienden kunnen onderhouden. Of dat het helemaal niet gelukt is om huiswerk te maken en zelfs dat het moeilijk was om aan eten te geraken.'

Concreet geeft 14 procent van de kinderen aan tijdens de lockdown niet elke dag voldoende te eten te hebben, 23 procent gaf toe dat het thuis niet of slechts een beetje lukte om te studeren, 18 procent vindt dat hun mening thuis niet serieus wordt genomen. Ongeveer 6 procent van de 10- tot 12-jarigen onderhield geen enkel contact met vrienden tijdens de lockdown.

Dat strookt met vaststellingen uit bestaande armoedebarometers. Toch gaat die vaststelling niet op bij de volledige groep. Een positieve noot klinkt in de cijfers over het contact die de jongeren al hadden met bestaande vrienden. 'Dat hebben ze goed kunnen onderhouden. Vooral omdat ondertussen ruim 80 procent van de jongeren een smartphone bezitten. Dat is positief.'

Toch is ook daar de confronterende vaststelling dat deze jongeren moeilijk nieuwe vrienden hebben kunnen maken. Het gaat om ruim 70 procent. 'We hebben vastgesteld dat de jongeren online mekaar vooral bellen of met video toespreken. Pas op de derde plaats komt sociale media.'

De onderzoekers vragen bijkomend onderzoek en opvolging door de hogere overheden. 'Het is belangrijk de situatie goed te monitoren en bij beleidsmaatregelen steeds specifieke aandacht te hebben voor onze jonge, zich nog sterk ontwikkelende kinderen.'

Het cross-sectioneel onderzoek kadert in het onderzoeksproject ISCWeB, dat bij ons een eerste keer is uitgevoerd in 2018. De onderzoekers hebben de vragen uitgebreid om bijkomend in 2021 inzicht te krijgen in de gevolgen op het mentaal welzijn van de coronapandemie.

Het onderzoek is gevoerd in samenwerking met VUB en KU Leuven en HOGent in 35 scholen en peilt naar de gevoelens van een grote groep jongeren in het vierde tot zesde leerjaar. 'Ze voelen zich ook minder zelfzeker over hun gezondheid en hun uiterlijk', ziet onderzoekscoördinator Jef Vlegels van het Jeugdonderzoeksplatform. 'Ze maken zich meer zorgen over hun materiële situatie en ook de toekomst'. 'Het valt ons heel erg op dat het algemeen welbevinden significant naar beneden is gegaan. Dit gaat niet om een toevallig dipje', zegt de socioloog. 'Heel wat genomen maatregelen hebben een rechtstreekse impact op deze kinderen. De sluiting van de scholen, maar ook - en dat mag zeker niet vergeten worden - de vrijetijdsbesteding.' Los van de beperking op het sociaal leven heeft de pandemie bijna alle bevraagde kinderen getroffen. Ongeveer 91 procent van de jongeren rapporteert dat hun school op zeker moment is gesloten. Zo'n 78 procent zegt dat er periodes waren waarin ze de hele dag thuis moesten zijn door het coronavirus. 46 procent geeft aan dat ze in quarantaine zijn moeten gaan en 26 procent moest zelfs meer dan 1 keer in quarantaine. Zo'n 83 procent kent iemand die in het verleden besmet was met het virus en 23 procent raakte zelf besmet met het virus of iemand van hun gezin. De kinderen moesten meer thuis doorbrengen, en de gevolgen zijn niet noodzakelijk positief. 'De impact op het dagelijks leven van de jongeren was echt groot', besluiten de onderzoekers. De kinderen voelen zich minder vaak gesteund thuis en op school. Ze ervaren ook meer conflict en zelfs verbaal en fysiek geweld in hun thuissituatie en op school. Positief is wel dat de kinderen aangeven dat ze zich relatief goed geïnformeerd voelen over het coronavirus en dat ze zich goed ondersteund voelen door hun vrienden. Ook de vrijetijdsbesteding van jonge kinderen is sterk geëvolueerd. Sinds de coronacrisis spenderen kinderen meer tijd aan zorgtaken en huishoudelijk hulp, spelen ze vaker buiten en spenderen ze meer tijd aan online games. Buitenschoolse activiteiten, zoals muziekschool en tekenschool, zijn dan weer duidelijk afgenomen, met uitzondering van sportieve activiteiten. Over het algemeen geven kinderen aan minder tevreden te zijn over hun vrijetijdsbesteding in 2021 dan in 2018. 'Ofwel zouden die jongeren een hernieuwde band uitbouwen thuis. Ofwel niet, en geeft het spanningen. Jammer genoeg stellen we vast dat het gemiddeld gezien eerder die kant op gaat. We zien dat ze zich minder gesteund voelen thuis, minder veilig, en dat er meer conflicten zijn', klinkt het bij de onderzoekers. De onderzoekers beklemtonen dat het gaat om dalende gemiddelden, die empirisch vastgesteld zijn over de volledige steekproef van 2.449 kinderen. In sommige gezinnen heeft de isolatie zich mogelijk vertaald in een nieuwe verstandhouding met de ouders. 'Er zijn heel grote verschillen in de antwoorden', stelt Vlegels vast. De onderzoekers vragen bijkomend onderzoek en opvolging door de hogere overheden. 'Het is belangrijk de situatie goed te monitoren en bij beleidsmaatregelen steeds specifieke aandacht te hebben voor onze jonge, zich nog sterk ontwikkelende kinderen.' De onderzoekers maken zich vooral zorgen over een kleine groep aan de onderkant, bijna een vijfde van de jonge respondenten. Die spreken zich uitermate negatief uit over de voorbije periode. 'Over de ganse lijn', zegt Vlegels. 'Dat betekent dat ze vinden dat ze helemaal geen contact met hun vrienden kunnen onderhouden. Of dat het helemaal niet gelukt is om huiswerk te maken en zelfs dat het moeilijk was om aan eten te geraken.' Concreet geeft 14 procent van de kinderen aan tijdens de lockdown niet elke dag voldoende te eten te hebben, 23 procent gaf toe dat het thuis niet of slechts een beetje lukte om te studeren, 18 procent vindt dat hun mening thuis niet serieus wordt genomen. Ongeveer 6 procent van de 10- tot 12-jarigen onderhield geen enkel contact met vrienden tijdens de lockdown. Dat strookt met vaststellingen uit bestaande armoedebarometers. Toch gaat die vaststelling niet op bij de volledige groep. Een positieve noot klinkt in de cijfers over het contact die de jongeren al hadden met bestaande vrienden. 'Dat hebben ze goed kunnen onderhouden. Vooral omdat ondertussen ruim 80 procent van de jongeren een smartphone bezitten. Dat is positief.' Toch is ook daar de confronterende vaststelling dat deze jongeren moeilijk nieuwe vrienden hebben kunnen maken. Het gaat om ruim 70 procent. 'We hebben vastgesteld dat de jongeren online mekaar vooral bellen of met video toespreken. Pas op de derde plaats komt sociale media.' De onderzoekers vragen bijkomend onderzoek en opvolging door de hogere overheden. 'Het is belangrijk de situatie goed te monitoren en bij beleidsmaatregelen steeds specifieke aandacht te hebben voor onze jonge, zich nog sterk ontwikkelende kinderen.' Het cross-sectioneel onderzoek kadert in het onderzoeksproject ISCWeB, dat bij ons een eerste keer is uitgevoerd in 2018. De onderzoekers hebben de vragen uitgebreid om bijkomend in 2021 inzicht te krijgen in de gevolgen op het mentaal welzijn van de coronapandemie.