Drie leerlingen getuigen over de clash in de klas: ‘Ze vinden homo’s monsters’

© Getty
Ann Peuteman
Ann Peuteman Redactrice bij Knack

Het clasht in de klas, en leerkrachten weten vaak niet hoe ze moeten omgaan met woke, genderissues of racisme. Drie leerlingen getuigen.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Michiel Strauven (17)

‘Twee jaar lang ben ik op school nooit naar het toilet geweest. Dat durfde ik gewoon niet. Ik wist dat de kans groot was dat ik dan in elkaar zou worden geslagen. Van de eerste dag dat ik op die school zat, werd ik geviseerd door een groep jongens die er een probleem van maakte dat ik gay ben. Liep ik door de gang, dan hielden ze me tegen en riepen ze: “Zullen we je eens slaan zodat je weer normaal wordt?” Gelukkig zaten ze niet bij mij in de klas, maar lichamelijke opvoeding hadden we wel samen. In die lessen deed ik zo weinig mogelijk mee om toch maar niet te veel op te vallen. Anders kreeg ik weer bakken kritiek.

Michiel Strauven
Michiel Strauven © REBECCA FERTINEL

Tot vandaag weet ik niet echt wat die jongens bezielde. Sommigen leken er gewoon van te genieten om me te kleineren. Dat had waarschijnlijk met hun eigen onzekerheden te maken. Anderen waren er echt van overtuigd dat homoseksualiteit abnormaal is. Dat kwam vooral doordat hun geloof een andere seksualiteit verbiedt. “Een monster”, noemden ze me zelfs. Vreemd genoeg dachten de moslim- meisjes op school daar niet zo over. Zij deden ook helemaal niet vervelend tegen me. Terwijl ze natuurlijk wel hetzelfde geloof hadden.

Het is ook niet dat de school veel inspanningen deed om de leerlingen duidelijk te maken dat er niets mis is met een andere seksualiteit. Toen ik tijdens de 100 Dagenweek opstapte omdat ze met steentjes naar me gooiden, was ík het die een preek kreeg. Er was één leerkracht die me echt steunde. Zij is ook een paar keer naar de directie gestapt, maar veel haalde dat niet uit. Elke keer weer gaven ze me de raad om het me allemaal niet te veel aan te trekken. Wel heeft de school een keer een workshop georganiseerd. Best interessant. Er werd onder meer uitleg gegeven over het Regenbooghuis en allerlei organisaties die zich inzetten voor rechten van lgbtq+-mensen. Maar met één workshop verander je het gedrag en de overtuigingen van mensen natuurlijk niet.’

Gust De Graeve (17)

‘Het begon in september vorig jaar. Een goede vriend van me, die non-binair is, wilde op school met de jongensnaam Ken* worden aangesproken. Sommige klasgenoten hadden daar totaal geen begrip voor. Telkens als Ken een leerkracht vroeg om zijn officiële naam niet meer te gebruiken, begonnen ze hem te beledigen en uit te lachen. “Als jij je Ken mag noemen, dan heet ik vanaf nu Geile Beer”, riep een van die gasten. Een andere klasgenoot bleef maar herhalen: “Jij bent een vrouw! Jij bent een vrouw!” In het begin reageerden de leerkrachten daar amper op. Waarschijnlijk wisten ze niet goed wat er aan de hand was.

Gust De Graeve
Gust De Graeve © REBECCA FERTINEL

Binnen de kortste keren viel onze klas in twee groepen uiteen. Elke dag weer waren er incidenten en discussies. Niet alleen op school, maar ook in onze klaschatgroep. De ergste was Akela*, een jongen met diabetes. Hij had een hele theorie om uit te leggen waarom hij geen respect heeft voor non-binaire mensen en transpersonen. Volgens hem moesten dokters veel te veel tijd in die “mentale ziekten” investeren. Ze zouden zich beter concentreren op échte aandoeningen, zoals diabetes of kanker.

Ook de houding van sommige leerkrachten hielp niet echt. Zo was er een leraar die ons alleen wilde aanspreken met de naam die op de officiële klaslijst stond. Heel vervelend voor Ken en de andere non-binaire leerlingen. Tijdens een klassenraad hebben ze dan aan alle leerkrachten gevraagd om wat beter hun best te doen. De meeste deden dat ook. Er was maar één leraar die bleef dwarsliggen.

Ondertussen probeerde de school een beetje tussen de leerlingen te bemiddelen. De ene keer moest onze groep op gesprek gaan, de andere keer waren Akela en zijn vrienden aan de beurt. Dat veranderde uiteindelijk niets. Die gasten bleven elkaar maar aanmoedigen om vervelend te doen. Toen Ken op een dag afwezig was, liep het helemaal uit de hand. Lesuur na lesuur maakten ze rotopmerkingen over transpersonen. Ontzettend kwaad werd ik daarvan. Dat conflict is helemaal geëscaleerd. De volgende dag hebben ze me zelfs fysiek bedreigd.

Toen het schooljaar ongeveer een maand bezig was, heeft de directie ingegrepen. Akela en zijn vrienden werden uit elkaar gehaald en over verschillende klassen verdeeld. Omdat ze elkaar niet meer de hele tijd konden opjutten, hadden we minder last van hen. Al denk ik niet dat ze ondertussen veel toleranter zijn geworden.’

Malika* (16)

‘In de geschiedenisles ging het over Congo. De leraar vertelde dat zwarte vrouwen soms een kind kregen met een witte Belg. Mulatten noemde hij die kinderen. Ik wist niet wat ik hoorde. En ik was niet de enige. Een kind van een zwarte moeder en een witte vader is een metis. Heel beleefd zei ik dat ik het woord “mulat” beledigend vond, maar meneer deed alsof hij me niet hoorde. Ik herhaalde mijn opmerking en ook mijn vrienden begonnen te protesteren. Toen werd hij echt kwaad. Hij vond dat we de les verstoorden, noemde onze generatie overgevoelig en overdreven politiek correct. Die preek duurde wel een halfuur.

Twee dagen later hadden we weer geschiedenis. Die les ging over de economische impact van de kolonisatie. De leraar legde uit hoe de kolonies België veel welvaart hadden gebracht. Een van mijn klasgenoten, een jongen met Rwandese roots, onderbrak hem meteen. “En de Afrikanen dan? Waar is hun welvaart?” blafte hij. Daarop begon iedereen door elkaar te roepen. Meneer kreeg de klas echt niet meer onder controle. Pas toen de bel ging, stopte het geschreeuw.

In de volgende les ging het plots niet meer over de kolonisatie. We keken naar een oersaaie documentaire over het interbellum. De leraar deed alsof er niets was gebeurd en ook wij hielden onze mond. Dat vond ik wel jammer. Ik had graag een écht klasgesprek over kolonisatie gehad, maar dat durfde ik niet te vragen. De rest van het schooljaar is er geen woord meer over de kolonisatie gezegd. We moesten dat hoofdstuk wel kennen voor het examen, maar meneer stelde er niet één vraag over. Ik denk dat hij een beetje bang was voor ons antwoord.’

* Omdat Malika nog op dezelfde school zit, getuigt ze onder een andere naam.

Lees meer in ons dossier op Knack.be/clashindeklas

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content