Op 20 november vieren we de verjaardag van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Het doel van dit verdrag was om kinderrechten te beschermen en promoten. Onderwijs is een van die fundamentele rechten, waardoor kinderen aan hun toekomst kunnen bouwen, én het is eveneens een toegangsticket tot andere rechten. Toch zijn er momenteel 260 miljoen kinderen die niet naar school gaan. De pandemie en de klimaatcrisis duwen hen daarbij steeds verder weg van de schoolbanken.

Inclusief en kwaliteitsvol onderwijs is verre van zelfsprekend, vooral voor jonge meisjes. Met name in lage- en midden-inkomenslanden is er extra aandacht nodig voor de toegang tot school. Maar het is een complex probleem, dat een veelzijdige oplossing vereist.

Oorlog en klimaatcrisis: obstakels op weg naar onderwijs voor iedereen

In landen met lage inkomens, zoals Niger, Burkina Faso en Mali, heeft één op twee kinderen geen toegang tot de middelbare school en één op vijf kinderen kan zelfs niet naar de lagere school. Meisjes worden vaker uitgesloten, maar de kloof wordt vooral duidelijk bij adolescenten. In Niger, Benin of Oeganda, zitten er voor elke tien jongens slechts 8 meisjes in het secundair onderwijs.

Oorlogen, epidemieën en klimatologische risico's zijn bijkomende obstakels op weg naar de schoolpoort. Dit jaar waren er in Mali bijna 1.500 gesloten scholen, goed voor meer dan 400.000 kinderen en jongeren die geen les kregen. Dit is te wijten aan gewapende groepen, die scholen en leerkrachten als doelwit kiezen of klaslokalen bezetten. Ook extreme weersomstandigheden, zoals overstromingen, spelen mee.

De sluiting van scholen door de COVID-19 pandemie heeft deze moeilijke realiteit nog verergerd. Meer dan anderhalf miljard kinderen werden hierdoor getroffen. Kortom, in West- en Centraal-Afrika is het aantal kinderen dat niet naar school gaat nu hoger dan 10 jaar geleden. En dat hebben we te danken aan de steeds terugkerende conflicten en het coronavirus.

Kinderen wiens recht op onderwijs wordt ontzegd, dragen de gevolgen heel hun leven met zich mee. Ze lopen meer kans op lichamelijke en geestelijke gezondheidsproblemen, hebben minder kans dat hun stem wordt gehoord en dat hun rechten worden gerespecteerd, en zullen als volwassene moeilijker een fatsoenlijke baan vinden. Meisjes hebben het extra hard te verduren, aangezien schooluitval hen kwetsbaarder maakt voor een kindhuwelijk of vroegtijdige zwangerschap.

Een complex probleem

Onderwijs is dus een fundamenteel recht en speelt een cruciale rol in de economische en sociale ontwikkeling van kinderen. Maar waarom is het dan zo moeilijk om kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen te garanderen? De redenen zijn helaas complex en versterken elkaar.

Armoede speelt een centrale rol. Zelfs wanneer onderwijs gratis is, brengt de schoolgang van een kind aanzienlijke kosten voor het gezin met zich mee. Uniformen, schoolbenodigdheden, vervoer, en soms zelfs "aanmoedigingspremies" voor leerkrachten die anders weinig of niets betaald krijgen. Als er te weinig geld is, worden kinderen van school gehouden om te werken en mee het gezin te onderhouden.

En als er een keuze gemaakt moet worden tussen een jongen of een meisje naar school sturen, trekken de meisjes vaak aan het kortste eind. Zij krijgen namelijk met specifieke hindernissen te maken: in veel gemeenschappen worden meisjes door sociale normen en stereotypen tot de huiselijke sfeer beperkt. Van jongs af aan wordt van hen verwacht dat ze helpen in het huishouden, water halen en zorgen voor hun broers en zussen.

In Ecuador, klagen partners van Plan International dat er aan jongens wordt verteld "dat ze goed moeten zijn in wiskunde en natuurwetenschappen, terwijl van meisjes wordt verwacht dat ze voor hun broers en zussen zorgen."

Naast financiële beperkingen en gendernormen, krijgen meisjes te maken met praktische belemmeringen. In Sub-Sahara Afrika beschikt een derde van de scholen niet over gescheiden toiletten. Voor adolescente meisjes is het dus niet mogelijk om discreet met hun menstruele hygiëne om te gaan. Hierdoor gaat één op de tien niet naar school wanneer zij ongesteld zijn.

Voor sommige ouders is hun dochter van school halen ook een manier om hen te beschermen. Op weg naar school is het risico op agressie groot, vooral wanneer meisjes lange afstanden moeten lopen - voor sommigen wel tot tien kilometer per dag. Eens aangekomen, worden ze blootgesteld aan pesterijen en geweld, zowel van leeftijdsgenoten als van hun leerkrachten.

Een oplossing, graag vandaag nog

Niettemin is onderwijs voor kinderen essentieel om ten volle van hun economische, sociale en politieke rechten te kunnen genieten. Als alle adolescenten kwalitatief secundair onderwijs krijgen, zouden maar liefst 420 miljoen mensen zich aan de armoede kunnen ontworstelen. En als alle meisjes de middelbare school zouden afmaken, zou de kindersterfte met de helft afnemen en zouden zowel moedersterfte als kindhuwelijken met twee derde worden teruggedrongen.

De Internationale Dag van de Rechten van het Kind is daarom een ideaal moment voor de internationale gemeenschap om zich opnieuw in te zetten voor inclusief, kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen. Dat is broodnodig in de huidige context van een gezondheidscrisis, de bijhorende economische impact, maar ook het toenemend aantal conflicten en de extremere klimaatschokken.

De tot dusver geboekte vooruitgang, toont ons immers dat het mogelijk is om de ongelijke toegang tot onderwijs weg te werken. En we kennen zelfs de oplossingen: programma's die de schoolkosten verlagen, ouders bewust maken van het belang van onderwijs, de veiligheid van schoolinfrastructuur vergroten en leerkrachten opleiden. Deze stappen zijn uiterst doeltreffend om het inschrijvingspercentage op alle niveaus te verhogen, vooral voor meisjes.

Regeringen, internationale organisaties en ngo's moeten zich inzetten om deze oplossingen uit te voeren. Plan International en onze partners doen dit al jaren. Onze projecten hebben ertoe bijgedragen dat tegen 2020 meer dan twintig miljoen meisjes en jongens toegang kregen tot kwaliteitsvol onderwijs. Plan wil dit jaar nog eens 1.000 meisjes steunen met de hulp van onze donateurs. Ook u kan dus helpen door onderwijsprojecten te steunen.

Aissata, 12 jaar, deelt vanuit Mali waarom dit voor haar zo belangrijk is: "een jaar geleden kon ik niet lezen of schrijven, maar dankzij het project van Plan International kon ik mijn leeftijdsgenoten bijbenen en kan ik nu naar school gaan. Later wil ik lerares worden om andere meisjes te helpen hun opleiding verder te zetten, zodat ze op hun eigen benen kunnen staan."

Nassima El Ouady is genderspecialist bij Plan International België.

Op 20 november vieren we de verjaardag van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Het doel van dit verdrag was om kinderrechten te beschermen en promoten. Onderwijs is een van die fundamentele rechten, waardoor kinderen aan hun toekomst kunnen bouwen, én het is eveneens een toegangsticket tot andere rechten. Toch zijn er momenteel 260 miljoen kinderen die niet naar school gaan. De pandemie en de klimaatcrisis duwen hen daarbij steeds verder weg van de schoolbanken.Inclusief en kwaliteitsvol onderwijs is verre van zelfsprekend, vooral voor jonge meisjes. Met name in lage- en midden-inkomenslanden is er extra aandacht nodig voor de toegang tot school. Maar het is een complex probleem, dat een veelzijdige oplossing vereist.In landen met lage inkomens, zoals Niger, Burkina Faso en Mali, heeft één op twee kinderen geen toegang tot de middelbare school en één op vijf kinderen kan zelfs niet naar de lagere school. Meisjes worden vaker uitgesloten, maar de kloof wordt vooral duidelijk bij adolescenten. In Niger, Benin of Oeganda, zitten er voor elke tien jongens slechts 8 meisjes in het secundair onderwijs.Oorlogen, epidemieën en klimatologische risico's zijn bijkomende obstakels op weg naar de schoolpoort. Dit jaar waren er in Mali bijna 1.500 gesloten scholen, goed voor meer dan 400.000 kinderen en jongeren die geen les kregen. Dit is te wijten aan gewapende groepen, die scholen en leerkrachten als doelwit kiezen of klaslokalen bezetten. Ook extreme weersomstandigheden, zoals overstromingen, spelen mee.De sluiting van scholen door de COVID-19 pandemie heeft deze moeilijke realiteit nog verergerd. Meer dan anderhalf miljard kinderen werden hierdoor getroffen. Kortom, in West- en Centraal-Afrika is het aantal kinderen dat niet naar school gaat nu hoger dan 10 jaar geleden. En dat hebben we te danken aan de steeds terugkerende conflicten en het coronavirus.Kinderen wiens recht op onderwijs wordt ontzegd, dragen de gevolgen heel hun leven met zich mee. Ze lopen meer kans op lichamelijke en geestelijke gezondheidsproblemen, hebben minder kans dat hun stem wordt gehoord en dat hun rechten worden gerespecteerd, en zullen als volwassene moeilijker een fatsoenlijke baan vinden. Meisjes hebben het extra hard te verduren, aangezien schooluitval hen kwetsbaarder maakt voor een kindhuwelijk of vroegtijdige zwangerschap.Onderwijs is dus een fundamenteel recht en speelt een cruciale rol in de economische en sociale ontwikkeling van kinderen. Maar waarom is het dan zo moeilijk om kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen te garanderen? De redenen zijn helaas complex en versterken elkaar.Armoede speelt een centrale rol. Zelfs wanneer onderwijs gratis is, brengt de schoolgang van een kind aanzienlijke kosten voor het gezin met zich mee. Uniformen, schoolbenodigdheden, vervoer, en soms zelfs "aanmoedigingspremies" voor leerkrachten die anders weinig of niets betaald krijgen. Als er te weinig geld is, worden kinderen van school gehouden om te werken en mee het gezin te onderhouden.En als er een keuze gemaakt moet worden tussen een jongen of een meisje naar school sturen, trekken de meisjes vaak aan het kortste eind. Zij krijgen namelijk met specifieke hindernissen te maken: in veel gemeenschappen worden meisjes door sociale normen en stereotypen tot de huiselijke sfeer beperkt. Van jongs af aan wordt van hen verwacht dat ze helpen in het huishouden, water halen en zorgen voor hun broers en zussen.In Ecuador, klagen partners van Plan International dat er aan jongens wordt verteld "dat ze goed moeten zijn in wiskunde en natuurwetenschappen, terwijl van meisjes wordt verwacht dat ze voor hun broers en zussen zorgen."Naast financiële beperkingen en gendernormen, krijgen meisjes te maken met praktische belemmeringen. In Sub-Sahara Afrika beschikt een derde van de scholen niet over gescheiden toiletten. Voor adolescente meisjes is het dus niet mogelijk om discreet met hun menstruele hygiëne om te gaan. Hierdoor gaat één op de tien niet naar school wanneer zij ongesteld zijn.Voor sommige ouders is hun dochter van school halen ook een manier om hen te beschermen. Op weg naar school is het risico op agressie groot, vooral wanneer meisjes lange afstanden moeten lopen - voor sommigen wel tot tien kilometer per dag. Eens aangekomen, worden ze blootgesteld aan pesterijen en geweld, zowel van leeftijdsgenoten als van hun leerkrachten.Niettemin is onderwijs voor kinderen essentieel om ten volle van hun economische, sociale en politieke rechten te kunnen genieten. Als alle adolescenten kwalitatief secundair onderwijs krijgen, zouden maar liefst 420 miljoen mensen zich aan de armoede kunnen ontworstelen. En als alle meisjes de middelbare school zouden afmaken, zou de kindersterfte met de helft afnemen en zouden zowel moedersterfte als kindhuwelijken met twee derde worden teruggedrongen.De Internationale Dag van de Rechten van het Kind is daarom een ideaal moment voor de internationale gemeenschap om zich opnieuw in te zetten voor inclusief, kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen. Dat is broodnodig in de huidige context van een gezondheidscrisis, de bijhorende economische impact, maar ook het toenemend aantal conflicten en de extremere klimaatschokken.De tot dusver geboekte vooruitgang, toont ons immers dat het mogelijk is om de ongelijke toegang tot onderwijs weg te werken. En we kennen zelfs de oplossingen: programma's die de schoolkosten verlagen, ouders bewust maken van het belang van onderwijs, de veiligheid van schoolinfrastructuur vergroten en leerkrachten opleiden. Deze stappen zijn uiterst doeltreffend om het inschrijvingspercentage op alle niveaus te verhogen, vooral voor meisjes.Regeringen, internationale organisaties en ngo's moeten zich inzetten om deze oplossingen uit te voeren. Plan International en onze partners doen dit al jaren. Onze projecten hebben ertoe bijgedragen dat tegen 2020 meer dan twintig miljoen meisjes en jongens toegang kregen tot kwaliteitsvol onderwijs. Plan wil dit jaar nog eens 1.000 meisjes steunen met de hulp van onze donateurs. Ook u kan dus helpen door onderwijsprojecten te steunen.Aissata, 12 jaar, deelt vanuit Mali waarom dit voor haar zo belangrijk is: "een jaar geleden kon ik niet lezen of schrijven, maar dankzij het project van Plan International kon ik mijn leeftijdsgenoten bijbenen en kan ik nu naar school gaan. Later wil ik lerares worden om andere meisjes te helpen hun opleiding verder te zetten, zodat ze op hun eigen benen kunnen staan."Nassima El Ouady is genderspecialist bij Plan International België.