Er zijn 6,6 miljoen Syrische vluchtelingen, van wie het leeuwendeel wordt opgevangen in de regio. Daarnaast zijn 6 miljoen Syriërs ontheemd in eigen land. Volgens 11.11.11 gaat hun situatie er snel op achteruit en hebben ze geen of nauwelijks toegang tot één van de drie internationaal erkende 'duurzame oplossingen' voor mensen op de vlucht: lokale integratie, een veilige, vrijwillige en waardige terugkeer, en hervestiging naar derde landen. De coronacrisis van de voorbije maanden dreigt hen bovendien nog verder in de armoede te duwen. 11.11.11 vraagt dat de Belgische regering een voortrekkersrol opneemt om van de Syriëconferentie een succes te maken. Zo luidt de vraag om een extra financiële inspanning te doen, onder meer via een nieuwe bijdrage aan het EU Trust Fund voor Syrië. Ons land zou als lid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties ook alles in het werk moeten stellen om een nieuw VN-mandaat voor cross-border humanitaire hulp aan Noord-Syrië te verzekeren, luidt het. Binnen de Veiligheidsraad bestaat de kans dat Rusland een dergelijk mandaat blokkeert, waardoor bijna 5 miljoen Syriërs dreigen afgesneden te worden van humanitaire hulp. Uit het onderzoek van Gallup voor Unicef werden 3.500 Syrische gezinnen in Syrië, Jordanië en Libanon gevraagd naar hun grootste uitdagingen en zorgen. Zij verklaarden dat kinderen in het conflict de zwaarste prijs betalen. Gezinnen met kinderen zijn over het algemeen optimistischer dan gezinnen zonder kinderen. In sommige delen van Syrië zei meer dan de helft van de ondervraagde mensen dat ze minstens één kind van school hebben, in vergelijking met ongeveer een derde van de Syrische vluchtelingen in Jordanië en Libanon. Terwijl 2,8 miljoen Syrische kinderen van school zijn, hebben bijna 5 miljoen kinderen in Syrië en in de buurlanden tegen alle verwachtingen in wel toegang tot onderwijs. Dat is grotendeels te danken aan de inspanningen van leerkrachten, onderwijspersoneel, partners ter plaatse en aan de genereuze steun van de donoren van Unicef. Het VN-kinderfonds vraagt hen hun vrijgevigheid te behouden "zodat de kinderen de verloren jaren van onderwijs kunnen inhalen of hun opleiding kunnen voortzetten. Nu COVID-19 het informele onderwijs in sommige door Unicef gesteunde centra en kindvriendelijke ruimtes gedeeltelijk verstoort, is grootschalige financiering van fundamenteel belang voor hun toekomst en die van Syrië", aldus Ted Chaiban, regionaal directeur voor Unicef in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. (Belga)

Er zijn 6,6 miljoen Syrische vluchtelingen, van wie het leeuwendeel wordt opgevangen in de regio. Daarnaast zijn 6 miljoen Syriërs ontheemd in eigen land. Volgens 11.11.11 gaat hun situatie er snel op achteruit en hebben ze geen of nauwelijks toegang tot één van de drie internationaal erkende 'duurzame oplossingen' voor mensen op de vlucht: lokale integratie, een veilige, vrijwillige en waardige terugkeer, en hervestiging naar derde landen. De coronacrisis van de voorbije maanden dreigt hen bovendien nog verder in de armoede te duwen. 11.11.11 vraagt dat de Belgische regering een voortrekkersrol opneemt om van de Syriëconferentie een succes te maken. Zo luidt de vraag om een extra financiële inspanning te doen, onder meer via een nieuwe bijdrage aan het EU Trust Fund voor Syrië. Ons land zou als lid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties ook alles in het werk moeten stellen om een nieuw VN-mandaat voor cross-border humanitaire hulp aan Noord-Syrië te verzekeren, luidt het. Binnen de Veiligheidsraad bestaat de kans dat Rusland een dergelijk mandaat blokkeert, waardoor bijna 5 miljoen Syriërs dreigen afgesneden te worden van humanitaire hulp. Uit het onderzoek van Gallup voor Unicef werden 3.500 Syrische gezinnen in Syrië, Jordanië en Libanon gevraagd naar hun grootste uitdagingen en zorgen. Zij verklaarden dat kinderen in het conflict de zwaarste prijs betalen. Gezinnen met kinderen zijn over het algemeen optimistischer dan gezinnen zonder kinderen. In sommige delen van Syrië zei meer dan de helft van de ondervraagde mensen dat ze minstens één kind van school hebben, in vergelijking met ongeveer een derde van de Syrische vluchtelingen in Jordanië en Libanon. Terwijl 2,8 miljoen Syrische kinderen van school zijn, hebben bijna 5 miljoen kinderen in Syrië en in de buurlanden tegen alle verwachtingen in wel toegang tot onderwijs. Dat is grotendeels te danken aan de inspanningen van leerkrachten, onderwijspersoneel, partners ter plaatse en aan de genereuze steun van de donoren van Unicef. Het VN-kinderfonds vraagt hen hun vrijgevigheid te behouden "zodat de kinderen de verloren jaren van onderwijs kunnen inhalen of hun opleiding kunnen voortzetten. Nu COVID-19 het informele onderwijs in sommige door Unicef gesteunde centra en kindvriendelijke ruimtes gedeeltelijk verstoort, is grootschalige financiering van fundamenteel belang voor hun toekomst en die van Syrië", aldus Ted Chaiban, regionaal directeur voor Unicef in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. (Belga)