In bijna geen enkel ontwikkeld land is de kloof tussen allochtonen en autochtonen in het onderwijs zo groot als in Vlaanderen. 10 procent van de allochtone jongeren behaalt geen diploma hoger onderwijs. Bij kinderen van Noord-Afrikaanse en Turkse afkomst is dat 40 procent.
...

In bijna geen enkel ontwikkeld land is de kloof tussen allochtonen en autochtonen in het onderwijs zo groot als in Vlaanderen. 10 procent van de allochtone jongeren behaalt geen diploma hoger onderwijs. Bij kinderen van Noord-Afrikaanse en Turkse afkomst is dat 40 procent. Om de kloof te dichten werden de afgelopen jaren heel wat verenigingen opgericht. Een daarvan is Ladder'op uit Brussel, waarbij vrijwilligers en stagiairs kwetsbare kinderen thuis helpen met onderwijs en persoonlijke ontwikkeling. Vorig schooljaar steeg het aantal kinderen dat door Ladder'op werd begeleid met liefst 75 procent. 'Taalproblemen blijven het belangrijkste werkpunt', zegt voorzitster Hadiatou Diallo. 'Maar onze begeleiders helpen kinderen ook met concentratieproblemen. En als er echt een band ontstaat, kan er een brug geslagen worden tussen allochtonen en autochtonen. Kinderen kunnen met hun begeleider bijvoorbeeld praten over een vriendje hebben, wat bij hun ouders moeilijk lukt.'Een anders succesvolle vereniging is PEP. 'Wij zijn begonnen als een coachingprogramma, ' vertelt voorzitster Ribah Hajjaji. 'We brengen kansarme kinderen in contact met coaches uit het bedrijfsleven of de politiek. In een jaar tijd hebben we 120 coaches en 140 leerlingen gevonden.' Volgens Hajjaji, die als eerste in haar familie verder studeerde, heeft PEP een grote invloed op het leven van kinderen. 'Omdat er zo veel vraag is naar inhoudelijke ondersteuning organiseren wij ook bijlessen voor wiskunde. Wij hanteren het peer-to-peermodel: sterke aso-leerlingen begeleiden kinderen die problemen hebben met wiskunde. Zo blijven de bijlessen goedkoop en laagdrempelig. De afgelopen maanden hebben 30 kinderen onze bijlessen gevolgd. We zien dat al onze leerlingen het significant beter doen voor wiskunde.' Door het toenemende succes heeft Ladder'op het moeilijk om genoeg vrijwilligers te vinden. Bovendien zijn die weinig divers. 'Vaak gaat het om Vlamingen die naar Brussel zijn verhuisd', zegt Diallo. 'Vrijwilligers met allochtone roots bereiken we moeilijker, maar we proberen het wel. Misschien is er een cultureel verschil op het vlak van vrijwilligerswerk? Bovendien zijn veel mensen van allochtone afkomst bang dat ze niet genoeg Nederlands kennen om een kind te begeleiden.' Wat meer politieke steun zou helpen, meent Diallo. 'Sinds dit jaar hebben we dankzij het OCMW van Anderlecht een halftijdse kracht in dienst. Maar het onderwijs is gemaakt op maat van autochtonen. In Brussel is de realiteit veranderd. Het onderwijs zou zich daaraan moeten aanpassen, maar de Vlaamse overheid, die het Nederlandstalige onderwijs in Brussel organiseert, is daar niet genoeg mee bezig. Bovendien hebben verenigingen in Brussel het vaak moeilijker om steun te krijgen dan in Vlaanderen.' Dat laatste ontkent minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). 'Wij steunen heel wat van zulke initiatieven omdat ze leerlingen meer kansen bieden', zegt Crevits. 'Bovendien hebben we de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in het Brusselse onderwijs.' PEP krijgt wel steun van het ministerie van Onderwijs. 'Al hebben we daar voor moeten knokken', zegt Hajjaji. 'We hebben een groot lanceringsevenement gehouden. Daar kwamen 1100 mensen op af, en in enkele maanden tijd hebben we meer dan 200 leerlingen en coaches verzameld. Met zulke cijfers kan de overheid je niet langer negeren.'