In vrijwel alle Europese landen is het aantal moslims de laatste decennia zichtbaar toegenomen. Dit vertaalt zich onder meer in een toenemend aantal islamitische scholen en in een stijgend aantal leerlingen dat islamitisch godsdienstonderwijs volgt op de openbare scholen. Zo is het aantal islamitische scholen in Nederland op een paar decennia gestegen van een handvol naar meer dan 50 en zien we in Vlaanderen op tien jaar tijd een verdubbeling (van 12% naar 22%) van het aantal leerlingen dat islamitische godsdienst volgt in het officieel onderwijs.

Onderwijskwaliteit moet beter

Dit onderwijs, dat in België al meer dan 30 jaar wordt georganiseerd, kampt jammer genoeg met een aantal problemen, die we ook elders in Europa zien: leerkrachten zijn niet of onvoldoende opgeleid; leerplannen en handboeken - die in heel wat Europese landen, waaronder België, sterk beïnvloed zijn door Turkije - zijn gedateerd en weinig kritisch; er is onvoldoende aandacht voor islamitische minderheden zoals sjiieten en alevieten; en ook voor andere religies en levensbeschouwingen is er weinig ruimte.

Onderwijs in en over de islam kunnen mekaar aanvullen.

Omwille van de scheiding tussen kerk en staat komt het niet toe aan de overheid, maar aan de betreffende erkende moslimgemeenschap (in België: de moslimexecutieve) om over de kwaliteit van het islamonderwijs te waken, maar dat blijkt niet altijd evident te zijn. De voorbije jaren werd er zowel in België als in een aantal andere Europese landen vanuit de erkende moslimgemeenschap actie ondernomen om de kwaliteit van het islamitisch godsdienstonderwijs te verbeteren. Dit resulteerde onder meer in de oprichting van lerarenopleidingen en universitaire studies in de islamitische theologie en in een update van leerplannen en handboeken. Ondanks deze goede voornemens is men veel te laat in actie geschoten, waardoor deze initiatieven voorlopig nog maar weinig vruchten afwerpen. Er is dus nog werk aan de winkel.

Diversiteit binnen de islam

Ook het onderwijs over de islam als onderdeel van een op religiewetenschap gebaseerd en seculier schoolvak kampt jammer genoeg met een aantal problemen. Net zoals bij het onderwijs in de islam wordt er onvoldoende rekening gehouden met de diversiteit binnen de islam. Bovendien wordt het beoogde neutrale godsdienstonderwijs, zoals we dat onder meer in Denemarken, Noorwegen en Zweden terugvinden, in de praktijk vaak overgoten met een Luthers, postkoloniaal sausje. Zo wordt er doorgaans vanuit gegaan dat religies een stichter, boek en god moeten hebben, maar dat strookt bijvoorbeeld niet met het boeddhisme en het hindoeïsme. De meeste religiewetenschappers erkennen dit probleem ondertussen en dat vertaalde zich onder meer in Noorwegen in nieuwe curricula, waarin leerlingen bewust worden gemaakt van de gebruikte conceptuele kaders binnen de vergelijkende religiewetenschap. Ook in Nederland, waar momenteel gewerkt wordt aan een basiscurriculum levensbeschouwing dat men zowel in het openbaar (officieel) als in het bijzonder (vrij) onderwijs wil implementeren, wordt rekening gehouden met deze problematiek.

Inspirerend

Dat zowel onderwijs over als in de islam in Europa met een aantal problemen te kampen heeft, hoeft geen reden te zijn om dan maar helemaal niets over religie te vertellen op school. Uit onderzoek blijkt immers dat er in een sterk geseculariseerd en levensbeschouwelijk gediversifieerd Europa meer dan ooit nood is aan 'levensbeschouwelijke geletterdheid' en ook de Raad van Europa heeft al gewezen op het belang van onderwijs over diverse levensbeschouwingen.

Het aanbieden van een verplicht, door de overheid georganiseerd en gecontroleerd vak LEF (levensbeschouwing, ethiek, filosofie) zou hier soelaas kunnen bieden. Uit onderzoek in Engeland en Zweden blijkt alvast dat moslimleerlingen helemaal niet afwijzend staan ten aanzien van een dergelijk vak, dat er overigens niet enkel in de openbare scholen, maar ook in gesubsidieerde confessionele scholen op het verplichte curriculum staat. Daarnaast kunnen Islamitische scholen, net zoals andere confessionele scholen, een eigen godsdienstvak aanbieden, op voorwaarde dat dat niet indruist tegen de algemene doelstellingen van het onderwijs. Zweedse en Engelse moslimleerlingen vatten deze godsdienstlessen in de islam doorgaans op als een zinvolle aanvulling op de verplichte lessen die ze over religie krijgen. Het hoeft dus, wat religieonderwijs betreft, niet noodzakelijk een of-verhaal te zijn (confessioneel of niet confessioneel), maar ook voor een en-verhaal valt iets te zeggen.

Dit en-verhaal kan inspirerend zijn voor de manier waarop we in België met (islamitisch) godsdienstonderwijs omgaan. Bij ons is onderwijs in en vanuit een bepaalde levensbeschouwing zowel in het vrij als in het officieel onderwijs de norm, terwijl op religiewetenschap gebaseerd onderwijs over levensbeschouwingen onbestaande is. Omdat de meeste leerlingen niet langer in een levensbeschouwelijk hokje passen, is dat model echter achterhaald. Het lijkt me daarom veel zinvoller om op alle gesubsidieerde (en dus erkende) scholen een verplicht en door de overheid gecontroleerd vak over levensbeschouwingen in te richten en om daarnaast onderwijs in een bepaalde levensbeschouwing aan te bieden voor wie dat wenst.

Mits wat politieke goodwill zou dat zowel voor het officieel als voor het vrij onderwijs een haalbare kaart kunnen zijn. Het debacle rond een mogelijke herziening van grondwetsartikel 24, dat een grondige hervorming van de levensbeschouwelijke vakken in het officieel onderwijs bemoeilijkt, toont helaas dat die goodwill vooralsnog ontbreekt. Maar ook het huidige debat rond de eindtermen, die volgens katholiek onderwijs Vlaanderen een vorm zijn van verregaande staatspedagogie en haar identiteit en vrijheid aantasten, toont aan dat deze goodwill nog niet voor morgen zal zijn.

In vrijwel alle Europese landen is het aantal moslims de laatste decennia zichtbaar toegenomen. Dit vertaalt zich onder meer in een toenemend aantal islamitische scholen en in een stijgend aantal leerlingen dat islamitisch godsdienstonderwijs volgt op de openbare scholen. Zo is het aantal islamitische scholen in Nederland op een paar decennia gestegen van een handvol naar meer dan 50 en zien we in Vlaanderen op tien jaar tijd een verdubbeling (van 12% naar 22%) van het aantal leerlingen dat islamitische godsdienst volgt in het officieel onderwijs.Dit onderwijs, dat in België al meer dan 30 jaar wordt georganiseerd, kampt jammer genoeg met een aantal problemen, die we ook elders in Europa zien: leerkrachten zijn niet of onvoldoende opgeleid; leerplannen en handboeken - die in heel wat Europese landen, waaronder België, sterk beïnvloed zijn door Turkije - zijn gedateerd en weinig kritisch; er is onvoldoende aandacht voor islamitische minderheden zoals sjiieten en alevieten; en ook voor andere religies en levensbeschouwingen is er weinig ruimte.Omwille van de scheiding tussen kerk en staat komt het niet toe aan de overheid, maar aan de betreffende erkende moslimgemeenschap (in België: de moslimexecutieve) om over de kwaliteit van het islamonderwijs te waken, maar dat blijkt niet altijd evident te zijn. De voorbije jaren werd er zowel in België als in een aantal andere Europese landen vanuit de erkende moslimgemeenschap actie ondernomen om de kwaliteit van het islamitisch godsdienstonderwijs te verbeteren. Dit resulteerde onder meer in de oprichting van lerarenopleidingen en universitaire studies in de islamitische theologie en in een update van leerplannen en handboeken. Ondanks deze goede voornemens is men veel te laat in actie geschoten, waardoor deze initiatieven voorlopig nog maar weinig vruchten afwerpen. Er is dus nog werk aan de winkel.Ook het onderwijs over de islam als onderdeel van een op religiewetenschap gebaseerd en seculier schoolvak kampt jammer genoeg met een aantal problemen. Net zoals bij het onderwijs in de islam wordt er onvoldoende rekening gehouden met de diversiteit binnen de islam. Bovendien wordt het beoogde neutrale godsdienstonderwijs, zoals we dat onder meer in Denemarken, Noorwegen en Zweden terugvinden, in de praktijk vaak overgoten met een Luthers, postkoloniaal sausje. Zo wordt er doorgaans vanuit gegaan dat religies een stichter, boek en god moeten hebben, maar dat strookt bijvoorbeeld niet met het boeddhisme en het hindoeïsme. De meeste religiewetenschappers erkennen dit probleem ondertussen en dat vertaalde zich onder meer in Noorwegen in nieuwe curricula, waarin leerlingen bewust worden gemaakt van de gebruikte conceptuele kaders binnen de vergelijkende religiewetenschap. Ook in Nederland, waar momenteel gewerkt wordt aan een basiscurriculum levensbeschouwing dat men zowel in het openbaar (officieel) als in het bijzonder (vrij) onderwijs wil implementeren, wordt rekening gehouden met deze problematiek.Dat zowel onderwijs over als in de islam in Europa met een aantal problemen te kampen heeft, hoeft geen reden te zijn om dan maar helemaal niets over religie te vertellen op school. Uit onderzoek blijkt immers dat er in een sterk geseculariseerd en levensbeschouwelijk gediversifieerd Europa meer dan ooit nood is aan 'levensbeschouwelijke geletterdheid' en ook de Raad van Europa heeft al gewezen op het belang van onderwijs over diverse levensbeschouwingen.Het aanbieden van een verplicht, door de overheid georganiseerd en gecontroleerd vak LEF (levensbeschouwing, ethiek, filosofie) zou hier soelaas kunnen bieden. Uit onderzoek in Engeland en Zweden blijkt alvast dat moslimleerlingen helemaal niet afwijzend staan ten aanzien van een dergelijk vak, dat er overigens niet enkel in de openbare scholen, maar ook in gesubsidieerde confessionele scholen op het verplichte curriculum staat. Daarnaast kunnen Islamitische scholen, net zoals andere confessionele scholen, een eigen godsdienstvak aanbieden, op voorwaarde dat dat niet indruist tegen de algemene doelstellingen van het onderwijs. Zweedse en Engelse moslimleerlingen vatten deze godsdienstlessen in de islam doorgaans op als een zinvolle aanvulling op de verplichte lessen die ze over religie krijgen. Het hoeft dus, wat religieonderwijs betreft, niet noodzakelijk een of-verhaal te zijn (confessioneel of niet confessioneel), maar ook voor een en-verhaal valt iets te zeggen. Dit en-verhaal kan inspirerend zijn voor de manier waarop we in België met (islamitisch) godsdienstonderwijs omgaan. Bij ons is onderwijs in en vanuit een bepaalde levensbeschouwing zowel in het vrij als in het officieel onderwijs de norm, terwijl op religiewetenschap gebaseerd onderwijs over levensbeschouwingen onbestaande is. Omdat de meeste leerlingen niet langer in een levensbeschouwelijk hokje passen, is dat model echter achterhaald. Het lijkt me daarom veel zinvoller om op alle gesubsidieerde (en dus erkende) scholen een verplicht en door de overheid gecontroleerd vak over levensbeschouwingen in te richten en om daarnaast onderwijs in een bepaalde levensbeschouwing aan te bieden voor wie dat wenst. Mits wat politieke goodwill zou dat zowel voor het officieel als voor het vrij onderwijs een haalbare kaart kunnen zijn. Het debacle rond een mogelijke herziening van grondwetsartikel 24, dat een grondige hervorming van de levensbeschouwelijke vakken in het officieel onderwijs bemoeilijkt, toont helaas dat die goodwill vooralsnog ontbreekt. Maar ook het huidige debat rond de eindtermen, die volgens katholiek onderwijs Vlaanderen een vorm zijn van verregaande staatspedagogie en haar identiteit en vrijheid aantasten, toont aan dat deze goodwill nog niet voor morgen zal zijn.