Op de nationale feestdag stelde de koning dat rampspoed opnieuw het belang van de staat aantoont. Hij heeft gelijk. Denken we aan corona en de overstromingen. Alleen zijn we het er in België niet over eens wat de staat is. Burgers lijken evenmin bereid om opnieuw in de levensnoodzakelijke functies van de staat te investeren. Ondanks het appel van de koning blijft zijn staat afbrokkelen.
...

Op de nationale feestdag stelde de koning dat rampspoed opnieuw het belang van de staat aantoont. Hij heeft gelijk. Denken we aan corona en de overstromingen. Alleen zijn we het er in België niet over eens wat de staat is. Burgers lijken evenmin bereid om opnieuw in de levensnoodzakelijke functies van de staat te investeren. Ondanks het appel van de koning blijft zijn staat afbrokkelen. De klassieken spraken in dat opzicht over het wiel van de fortuin. Staten maken een cyclus door. Ze staan op in tijden van onzekerheid. Succesvolle staten bewegen vervolgens naar een piek van voorspoed. Door die voorspoed lost de lijm en begint het verval. Stoïcijnen besloten dat we dat moeten aanvaarden zoals het wisselen van de seizoenen. Voor religieuzen was het de voorzienigheid van god. Niccolò Machiavelli schreef dat de voorspoed van staten grillig was als een vrouw. Hoe het ook zij, het is bijzonder lastig voor rijke staten om zich te herpakken zodra hun geluk begint te keren. Het is immers op die piek dat samenlevingen zelfgenoegzaam worden. Investeren maakt plaats voor consumeren. Patriottisme maakt plaats voor individualisme. Staatsmanschap maakt plaats voor demagogie. Een enkele staat herpakt zich, vele andere gaan kopje-onder - tijdelijk of voor altijd. Moeten we dan geen hoop putten uit de solidariteit na de overstromingen? Bewijst het enthousiasme van de medewerkers in vaccinatiecentra niet dat de staat - of toch minstens de samenleving - nog best veerkrachtig is? Helaas, dat zijn slechts tijdelijke opflakkeringen. De onderstroom van verzwakking, die gaat genadeloos voort. Trekken we dat alsnog recht? Alles hangt af van onze bereidheid om onze verontwaardiging om te zetten in verantwoordelijkheid. De eerste verantwoordelijkheid als burger blijft je niet in te laten pakken door volksmenners met schijnargumenten. De kracht van een staat hangt in grote mate af van kritisch, actief burgerschap. We zouden ons minstens enkele uren per week moeten informeren, en dan niet over de intriges tussen de partijen, maar over het beleid en hoever de partijen daarmee staan. De journalistiek heeft een belangrijke opdracht om vaker nuchter stil te staan bij die zaken. Maar, opnieuw: burgers die zich wentelen in schuldige onverschilligheid moeten niet verbaasd zijn dat de staat zijn werk niet doet. Een tweede verantwoordelijkheid: oog blijven hebben voor het algemeen belang. We hebben natuurlijk allemaal onze persoonlijke belangen. Maar het is fataal voor de stabiliteit van een staat als de horizon van burgers verengd wordt tot hedendaagse stammen: partijen, organisaties, bedrijven enzovoort. Dat is geen pleidooi voor centralisme, maar wanneer stammenpolitiek de bovenhand haalt, worden al die stammen gezamenlijk zeer kwetsbaar voor staten die beter georganiseerd zijn. Diversiteit is goed zolang er een zekere eenheid in de lotsbestemming bestaat. Een derde verantwoordelijkheid: investeren. Het kan niet genoeg gezegd, we zullen moeten evolueren van een consumptie-economie naar een economie waarin de groei vooral wordt aangedreven door investeringen in zaken die de staat productief en veilig houden. De recente overstromingen bevestigen dat we immense inspanningen zullen moeten leveren om onze leefwereld beter voor te bereiden op de klimaatverandering. Met de huidige schuldenberg en de investeringsnood kunnen we niet én het huidige consumptiepeil handhaven én onze toekomst veiligstellen. Elke integere politicus zou dat moeten uitleggen. Tot slot: institutionele hervormingen zijn heus niet de enige sleutel. Ook dat is demagogie. De verantwoordelijkheden zijn niet duidelijk genoeg afgebakend, maar op het neerwaartse vlak lijkt Vlaanderen slechts een paar stappen achter op Wallonië. Een recent rapport van KBC-econoom Johan Van Gompel legt de vinger op de wonde. Sinds de grote staatshervorming heeft Vlaanderen met de nieuwe bevoegdheden zijn economische positie ten aanzien van andere Europese regio's niet weten te verstevigen. Ideeën als een aansluiting bij Nederland illustreren hoe radeloos sommige flamiganten intussen zijn. Stammenpolitiek, een gebrek aan duidelijke strategische keuzes, afbrokkelend burgerschap, een tekort aan investeringen in wat vitaal is: ze zijn in alle drie de regio's aanwezig. Zowat overal in de wereld is de staat aan een remonte bezig, ook binnen Europa. Als we de onze niet heropbouwen, mét respect voor de interne veelzijdigheid, dan zullen we steeds meer in de schaduw belanden van andere staten.