We schrijven 1989. De Berlijnse Muur is net gevallen, en de Amerikaanse politieke wetenschapper Francis Fukuyama publiceert in het befaamde maandblad Foreign Affairs zijn inmiddels beroemde essay 'Het einde van de geschiedenis en de laatste mens', waarin hij betoogt hoe nu, na het einde van het communisme, de liberale democratie het enige overgebleven alternatief is nu het de Koude Oorlog heeft gewonnen. Het optimisme overheerste. De liberale democratie bleek superieur te zijn. Alleen zij had de toekomst.

Ondanks de tegenslagen van het heden heeft de liberale democratie nog steeds de toekomst.

Bijna 30 jaar later is er van datzelfde optimisme weinig overgebleven. Fukuyama's stelling is inmiddels, inclusief door hemzelf, vele malen weerlegd, en met de opkomst van de illiberale democratie en autoritair geleide staten als China lijkt het erop dat de liberale democratie de nodige uitdagers zal kennen in de 21e eeuw. Sterker nog, de liberale democratie is in verval. Zo erg dat sommige hedendaagse denkers zelfs van mening zijn dat het einde van de 'eeuw van de democratie' in zicht is.

Want eerder dit jaar viel er in Foreign Affairs een nieuwe geruchtmakend essay te lezen, geschreven door twee jonge opkomende politieke wetenschappers, Roberto Foa en Yascha Mounk. In The End of the Democratic Century voorspellen zij dat het einde van de periode waarin de liberale democratie dominant was weleens aangebroken kan zijn. Zij geven hier meerdere argumenten voor. Ten eerste zijn liberale democratieën steeds minder goed in staat om de levensomstandigheden van hun burgers aanzienlijk te verbeteren. Als tweede is er wereldwijd sprake van een groeiend aantal burgers wat waarde hecht aan het leven in een democratie. En als laatste zien we het aantal illiberale democratieën en autoritair geleide staten ook daadwerkelijk toenemen, ten koste van liberale democratieën.

De auteurs voorzien voor de nabije toekomst dan ook twee scenario's. Een eerste scenario houdt in dat de autoritaire staten toch op de een of andere manier zullen transformeren tot democratieën. Een scenario waaraan Foa en Mounk weinig geloof lijken te hechten. Een tweede optie is dat de wereld weer terecht komt in eenzelfde soort situatie als voor 1989, namelijk eentje waarin meerdere systemen met elkaar concurreren om wie er wereldwijd dominant is. En het is dan geenszins een gegeven dat de liberale democratie ook dan opnieuw zal overwinnen.

De overtuiging dat de liberale democratie beter is dan welk systeem dan ook lijkt in het Westen steeds meer plaats te maken voor wantrouwen jegens het eigen systeem en angst richting de toekomst.

Of zij daadwerkelijk gelijk zullen krijgen kan alleen de toekomst uitwijzen, maar vooralsnog lijken de door hen geschetste patronen voor de toekomst zeker geen onwaarschijnlijk scenario te zijn. Een kanttekening blijft hierbij echter van belang. Namelijk dat het juist het groeiende pessimisme in het Westen over de liberale democratie en haar toekomst is wat mede de liberale democratie dreigt te ondergraven. De liberale democratie won namelijk de Koude Oorlog niet alleen omdat zij in staat bleek de levensstandaard van haar burgers op formidabele wijze te verbeteren, en dankzij haar militaire superioriteit, maar ook middels haar soft power, haar aantrekkingskracht op inwoners van de onvrije landen in het Oostblok, en het geloof dat de burgers van de vrije landen in het Westen in de eigen liberale democratie en haar superioriteit over andere systemen hadden.

Anno 2018 lijkt dit vertrouwen grotendeels te zijn weggeëbd. De overtuiging dat de liberale democratie beter is dan welk systeem dan ook lijkt in het Westen steeds meer plaats te maken voor wantrouwen jegens het eigen systeem en angst richting de toekomst. De twijfel die wij hier in het Westen kennen is als een houtworm die de eigen boom langzaam maar zeker uitholt. Want wanneer wij er niet meer in geloven, wie blijft er dan nog over?

De analyse van Fukuyama uit 1989 kent zeker haar hiaten. Maar als geen ander is de liberale democratie erin geslaagd om samenlevingen te bouwen waarin burgers welvarender, gezonder en gelukkiger zijn dan waar dan ook. En ondanks de tegenslagen van het heden heeft de liberale democratie nog steeds de toekomst. Zolang de burgers van liberale democratieën maar bereid zijn om erin te geloven dat dit ook daadwerkelijk het geval is. Want wanneer wij onszelf ervan overtuigd hebben dat de democratie op haar einde loopt is zij inderdaad op sterven na dood.

We schrijven 1989. De Berlijnse Muur is net gevallen, en de Amerikaanse politieke wetenschapper Francis Fukuyama publiceert in het befaamde maandblad Foreign Affairs zijn inmiddels beroemde essay 'Het einde van de geschiedenis en de laatste mens', waarin hij betoogt hoe nu, na het einde van het communisme, de liberale democratie het enige overgebleven alternatief is nu het de Koude Oorlog heeft gewonnen. Het optimisme overheerste. De liberale democratie bleek superieur te zijn. Alleen zij had de toekomst. Bijna 30 jaar later is er van datzelfde optimisme weinig overgebleven. Fukuyama's stelling is inmiddels, inclusief door hemzelf, vele malen weerlegd, en met de opkomst van de illiberale democratie en autoritair geleide staten als China lijkt het erop dat de liberale democratie de nodige uitdagers zal kennen in de 21e eeuw. Sterker nog, de liberale democratie is in verval. Zo erg dat sommige hedendaagse denkers zelfs van mening zijn dat het einde van de 'eeuw van de democratie' in zicht is. Want eerder dit jaar viel er in Foreign Affairs een nieuwe geruchtmakend essay te lezen, geschreven door twee jonge opkomende politieke wetenschappers, Roberto Foa en Yascha Mounk. In The End of the Democratic Century voorspellen zij dat het einde van de periode waarin de liberale democratie dominant was weleens aangebroken kan zijn. Zij geven hier meerdere argumenten voor. Ten eerste zijn liberale democratieën steeds minder goed in staat om de levensomstandigheden van hun burgers aanzienlijk te verbeteren. Als tweede is er wereldwijd sprake van een groeiend aantal burgers wat waarde hecht aan het leven in een democratie. En als laatste zien we het aantal illiberale democratieën en autoritair geleide staten ook daadwerkelijk toenemen, ten koste van liberale democratieën. De auteurs voorzien voor de nabije toekomst dan ook twee scenario's. Een eerste scenario houdt in dat de autoritaire staten toch op de een of andere manier zullen transformeren tot democratieën. Een scenario waaraan Foa en Mounk weinig geloof lijken te hechten. Een tweede optie is dat de wereld weer terecht komt in eenzelfde soort situatie als voor 1989, namelijk eentje waarin meerdere systemen met elkaar concurreren om wie er wereldwijd dominant is. En het is dan geenszins een gegeven dat de liberale democratie ook dan opnieuw zal overwinnen. Of zij daadwerkelijk gelijk zullen krijgen kan alleen de toekomst uitwijzen, maar vooralsnog lijken de door hen geschetste patronen voor de toekomst zeker geen onwaarschijnlijk scenario te zijn. Een kanttekening blijft hierbij echter van belang. Namelijk dat het juist het groeiende pessimisme in het Westen over de liberale democratie en haar toekomst is wat mede de liberale democratie dreigt te ondergraven. De liberale democratie won namelijk de Koude Oorlog niet alleen omdat zij in staat bleek de levensstandaard van haar burgers op formidabele wijze te verbeteren, en dankzij haar militaire superioriteit, maar ook middels haar soft power, haar aantrekkingskracht op inwoners van de onvrije landen in het Oostblok, en het geloof dat de burgers van de vrije landen in het Westen in de eigen liberale democratie en haar superioriteit over andere systemen hadden. Anno 2018 lijkt dit vertrouwen grotendeels te zijn weggeëbd. De overtuiging dat de liberale democratie beter is dan welk systeem dan ook lijkt in het Westen steeds meer plaats te maken voor wantrouwen jegens het eigen systeem en angst richting de toekomst. De twijfel die wij hier in het Westen kennen is als een houtworm die de eigen boom langzaam maar zeker uitholt. Want wanneer wij er niet meer in geloven, wie blijft er dan nog over? De analyse van Fukuyama uit 1989 kent zeker haar hiaten. Maar als geen ander is de liberale democratie erin geslaagd om samenlevingen te bouwen waarin burgers welvarender, gezonder en gelukkiger zijn dan waar dan ook. En ondanks de tegenslagen van het heden heeft de liberale democratie nog steeds de toekomst. Zolang de burgers van liberale democratieën maar bereid zijn om erin te geloven dat dit ook daadwerkelijk het geval is. Want wanneer wij onszelf ervan overtuigd hebben dat de democratie op haar einde loopt is zij inderdaad op sterven na dood.