De hoogzomer spoort aan tot reflectie. Een goed boek inspireert. In 'Het Gestolde Land' stellen de Leuvense historici Buyst en Smeyers vast hoe gezapigheid, improvisatie en uitstelgedrag en dit land sinds 1918 voort laten kabbelen. En dat is systemisch: àlle sociale partners, middenveld en Wetstraat delen de verantwoordelijkheid. Het resultaat? We zijn op vele vlakken weggezakt naar de Europese middelmaat, maar eigenlijk kunnen we veel beter als we zouden willen.

De confrontatie van deze feiten met de dagelijkse realiteit is pijnlijk: ondanks alle retoriek over verandering leren we niets uit de geschiedenis. Terwijl de formatie van de deelstaatregeringen eindelijk op gang komt, moet die op federaal vlak nog goed en wel van start gaan. De grootste Vlaamse en Waalse partij zullen hun verantwoordelijkheid moeten opnemen. Nochtans moet een federale regering (in welke vorm dan ook) op 15 oktober een begroting voor volgend jaar richting Schumanplein sturen. Deze federale processie van Echternach zou komisch lijken, ware het niet dat de economische seinen op rood staan: de handelsoorlog tussen de VS en China begint te wegen, de Duitse economie krimpt en de Britten dreigen zonder deal de deur met het continent dicht te slaan. De gevolgen voor de begrotingsopmaak laten zich raden: het monitoringcomité corrigeerde de cijfers al neerwaarts. Eerder in juli tikte de vergrijzingsfactuur van het Studiecomité voor de vergrijzing naar jaarlijkse gewoonte verder aan. De zogenaamde Japanisering van de economie, waarbij lage rente, grijze bevolking en lage economische groei elkaar in een houdgreep hebben, komt volgens sommigen steeds dichterbij.

Ondanks alle retoriek over verandering leren we niets uit de geschiedenis.

Honderdduizenden Belgen brachten in mei een proteststem uit. Politologen van KUL, ULB en VUB concludeerden in juli dat het vertrouwen in politiek de afgelopen tien jaar gestaag gedaald is, onder andere door het kabaal in de federale regering. "Politici waren te veel met zichzelf bezig en er waren veel interne conflicten. Daar is behoorlijk wat boosheid over." Die boosheid is mogelijks gaan liggen in een of ander vakantieoord. Maar dat betwijfel ik. Wat in zeker geval overblijft is apathie. Hoe is het dan mogelijk om dit land in een noodzakelijke hervormingsmodus te brengen?

Als we professor Wim Moesen, autoriteit in overheidsfinanciën van de KUL, mogen geloven wordt het moeilijk om dit land uit het moeras van het immobilisme te trekken. We ontberen 'civiel kapitaal'. Het 'civiel kapitaal' van een land wordt opgebouwd uit politici die durven moedige beslissingen te nemen, een competente administratie die een beleid loyaal kan uitvoeren én burgers die regels en verplichtingen willen volgen; kortom burgerzin tonen. Landen met een laag civiel kapitaal koppelen dat altijd aan een hoge schuldgraad. In een onderzoek uit 2015 eindigde België slechts als 15e van de 21e mature industrielanden. Zich achter de ander verschuilen is makkelijk. Oud-journalist Guy Tegenbos verwoordde het zo: 'Als de leiders geen respect vertonen voor de instellingen, de wetten en de deontologie, kunnen ze dat dan van de bevolking verwachten?'

Zo beschouwd overstijgt het Belgische imbroglio in grote mate het huidige getreuzel in de Wetstraat. Er is dus véél meer nodig dan een spoedig te vormen federale regering met een geloofwaardig begrotingstraject. De Belgische kiezer verdient een coherent bestuur dat bijvoorbeeld begrotingsinspanningen evenredig over de diverse niveaus spreidt zonder daar oorlogjes over te voeren. Hij verdient een overheid die prioriteiten stelt en zich performant organiseert om waar voor het vele belastinggeld te leveren. Hij verdient een politiek bestel dat integriteit en zin tot zelfreinigend vermogen toont (denk maar aan het begraven van de senaat en redelijke uitstapregelingen). Hij verdient een politiek debat dat het zwartepieten en polariseren overstijgt.

Zo ben ik voorstander om in september experten en ervaren overheidsmanagers uit te nodigen in de commissie begroting om te vernemen hoe zij de begroting terug op de rails zouden krijgen. Het nieuwe federale parlement kan zo de kans grijpen om in afwachting van een nieuwe regering zijn verantwoordelijkheid te nemen en alle mogelijke pistes in kaart te brengen. Er wacht ons een zéér ernstige budgettaire oefening die moet steunen op structurele en ingrijpende hervormingen. We moeten nu nadenken over de juiste aanpak.

Als de Wetstraat er niet in slaagt het goede voorbeeld te geven in de opbouw van een sterk civiel kapitaal, kunnen we ook niet een juiste ingesteldheid van onze burgers verwachten om onze welvaart en die van de volgende generaties veilig te stellen.

Christian Leysen is ondernemer en federaal volksvertegenwoordiger voor Open VLD.