"Hoewel men kon verwachten dat de coronacrisis gepaard zou gaan met een stijging van het aantal vragen, was dat niet het geval", zegt ombudsman Arnout De Vidts in een persbericht bij het jaarverslag. "Een plausibele verklaring ligt mogelijk in de beschermingsmaatregelen van de diverse overheden, namelijk de opeenvolgende tijdelijke verboden op beslagen en uithuiszettingen, waardoor burgers sowieso minder contact hadden met gerechtsdeurwaarders." Net zoals in het eerste werkjaar wordt in bijna alle dossiers een gebrek aan communicatie met de gerechtsdeurwaarder aangehaald, wat leidt tot onbegrip bij de consument. Verder melden consumenten bijvoorbeeld dat hun mails of telefoons onbeantwoord blijven, wat volgens de ombudsman "uiteraard een heikel punt is in coronatijden", waarin de meeste kantoren gesloten zijn voor het publiek. Daarnaast is er vooral onbegrip over de kostprijs van een tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder of het verloop van een beslag. De ombudsman heeft geen tuchtbevoegdheid en kan een gerechtsdeurwaarder dus niet sanctioneren. Het bereiken van een praktische oplossing is zijn prioritaire opdracht. In zijn tweede werkjaar kon de ombudsman in drie op de tien dossiers een regeling treffen, wat in de praktijk meestal neerkwam op een betaling of een afbetalingsplan. "De overige dossiers werden weliswaar zonder regeling afgesloten, maar de ombudsman kon wel optreden als contactpersoon en de consument wegwijs maken. Drie vierde van deze dossiers werd ongegrond verklaard, omdat uiteindelijk bleek dat er geen fouten waren gemaakt." De ombudsman formuleert tot slot enkele aanbevelingen, die grotendeels dezelfde zijn als in het vorige werkjaar. Aan de gerechtsdeurwaarders raadt de ombudsman aan om meer tijd en middelen te inversteren in een goede dienstverlening en communicatie met debiteurs. Aan consumenten raadt hij aan om zeker geen briefwisseling te negeren en tijdig contact op te nemen. Bovendien geeft hij de raad om vroegtijdig hulp te zoeken bij een problematische schuldenlast. (Belga)

"Hoewel men kon verwachten dat de coronacrisis gepaard zou gaan met een stijging van het aantal vragen, was dat niet het geval", zegt ombudsman Arnout De Vidts in een persbericht bij het jaarverslag. "Een plausibele verklaring ligt mogelijk in de beschermingsmaatregelen van de diverse overheden, namelijk de opeenvolgende tijdelijke verboden op beslagen en uithuiszettingen, waardoor burgers sowieso minder contact hadden met gerechtsdeurwaarders." Net zoals in het eerste werkjaar wordt in bijna alle dossiers een gebrek aan communicatie met de gerechtsdeurwaarder aangehaald, wat leidt tot onbegrip bij de consument. Verder melden consumenten bijvoorbeeld dat hun mails of telefoons onbeantwoord blijven, wat volgens de ombudsman "uiteraard een heikel punt is in coronatijden", waarin de meeste kantoren gesloten zijn voor het publiek. Daarnaast is er vooral onbegrip over de kostprijs van een tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder of het verloop van een beslag. De ombudsman heeft geen tuchtbevoegdheid en kan een gerechtsdeurwaarder dus niet sanctioneren. Het bereiken van een praktische oplossing is zijn prioritaire opdracht. In zijn tweede werkjaar kon de ombudsman in drie op de tien dossiers een regeling treffen, wat in de praktijk meestal neerkwam op een betaling of een afbetalingsplan. "De overige dossiers werden weliswaar zonder regeling afgesloten, maar de ombudsman kon wel optreden als contactpersoon en de consument wegwijs maken. Drie vierde van deze dossiers werd ongegrond verklaard, omdat uiteindelijk bleek dat er geen fouten waren gemaakt." De ombudsman formuleert tot slot enkele aanbevelingen, die grotendeels dezelfde zijn als in het vorige werkjaar. Aan de gerechtsdeurwaarders raadt de ombudsman aan om meer tijd en middelen te inversteren in een goede dienstverlening en communicatie met debiteurs. Aan consumenten raadt hij aan om zeker geen briefwisseling te negeren en tijdig contact op te nemen. Bovendien geeft hij de raad om vroegtijdig hulp te zoeken bij een problematische schuldenlast. (Belga)