Gezondheid en welzijn zijn ons hoogste goed. Maar onze zorg staat op een kruispunt. Als we te lang talmen, riskeren we de verkeerde weg in te slaan.

Het is vijf voor twaalf. We moeten onze zorg anders en beter organiseren om de kwaliteit, duurzaamheid, menswaardigheid, betaalbaarheid en toegankelijkheid te behouden. Het huidig zorgmodel is niet klaar voor de toekomst. We worden allemaal ouder. En steeds meer en betere innovaties doen hun intrede.

Afbrokkeling

Ons zorgmodel is nog steeds gericht op het behandelen van ziekten terwijl we juist naar een 'gezondhoudsysteem' moeten evolueren. Iedereen moet alle kansen krijgen om zo lang mogelijk gezond te blijven. Wanneer men dan toch ziek is, moeten mensen een zo goed mogelijke kwaliteit van leven kunnen behouden.

Onze zorg is voor de meeste mensen nog nabij, snel beschikbaar, betaalbaar en toegankelijk. De tevredenheid is nog steeds groot. Toch zien we een geleidelijke afbrokkeling van een aantal basisprincipes. Kwaliteit, solidariteit en duurzaamheid staan onder druk.

Er is overgebruik van zorg. Dat is niet efficiënt. Aan de andere zijde is er ook ondergebruik: een pak mensen vallen uit de boot. Er is een grote gezondheidsongelijkheid.Daar komt bij dat zorgverleners steeds meer onder druk staan, wat dan weer ten koste gaat van hun eigen kwaliteit van leven.

Prestatiefinanciering

Al deze uitdagingen moeten we het hoofd bieden. Alles begint bij een duidelijke visie en concrete doelstellingen: waar willen we staan in 2040? Eenmaal de doelstellingen bepaald, moeten we het traject er naartoe opvolgen en bijsturen.Wij werkten een visienota uit: 'Helping people live the healthiest lives possible'. In deze visienota stellen we prioriteiten en slopen we een aantal heilige huisjes.

Om onze zorg te redden, moeten heilige huisjes sneuvelen.

Neem bijvoorbeeld de manier waarop zorgverleners betaald worden. Vandaag is dit nog grotendeels op basis van betaling per prestatie, dus een bedrag voor elke handeling die een zorgverlener doet. Maar om mensen gezond te houden, is het beter om zorgverleners te betalen voor elke ingeschreven burger of zelfs voor een bepaalde populatie waar men verantwoordelijk voor is.

Goede kwaliteit moet men financieel aanmoedigen, terwijl vandaag vaak juist het gebrek aan kwaliteit wordt beloond. Wanneer we overstappen naar een betaling die fair is voor zorgverleners en kwaliteit bevordert, dan kunnen we eindelijk de zogenaamde 'deconventionering' (waarbij zorgverleners aangeven de afgesproken tarieven niet te zullen volgen) en ereloonsupplementen laten uitdoven.

Herinvesteer in zorg

Naar schatting wordt 10 tot 30 procent van de middelen in onze gezondheidszorg verkeerd gebruikt. Dat is dus minstens een bedrag van 3,3 miljard euro.

Met een doelmatiger gebruik komen die middelen vrij. We kunnen ze dan inzetten voor bijvoorbeeld meer preventie en gezondheidspromotie.

We willen bovendien de solidariteit tussen burgers maximaal versterken met een maximumfactuur in de ouderenzorg en de thuiszorg. We pleiten ook voor geen of zeer laag remgeld voor belangrijke, noodzakelijke behandelingen.

Kwaliteit, afstemming op levensdoelen en veiligheid van zorg worden de prioriteit. Dit zijn geen holle slogans. We moeten werken met indicatoren, intern kwaliteitsmanagement, accreditatie en zelfregulering. Uiteraard allemaal in goede afstemming met zorgprofessionals en gebruikers.

Dat vraagt natuurlijk veel meer samenwerking en bindende afspraken. Binnen vijf jaar moet het binnen zorg en welzijn vanzelfsprekend zijn om over muren heen te werken. Enkel zo wordt de zorg voor elke burger één traject, met de inzet van professionals, mantelzorgers, technologie en informatie.

Keuzevrijheid

We willen de burger meer inspraak geven en hem responsabiliseren om onder- en overgebruik van zorg te vermijden. We ondersteunen de mondige, kritische burger in het keuzeproces voor zijn persoonlijke zorg, maar we geven ook extra aandacht aan diegene die daar niet toe in staat zijn.

We maken van zorgdigitalisering een topprioriteit. Dat vraagt opnieuw een globale visie in plaats van het versnipperd beleid dat we vandaag zien.

Maar keuzevrijheid voor patiënten en zorgverstrekkers is daarbij niet oneindig. Overgebruik en zorg zonder meerwaarde worden niet of veel minder terugbetaald. Denk aan een onnodig bezoek aan de spoed of een zoveelste opinie bij een specialist. In geval van overgebruik wordt de betrokken zorgprofessional er financieel op aangesproken.

Dit alles kan enkel met een perfect geïnformatiseerd systeem. We maken van zorgdigitalisering een topprioriteit. Dat vraagt opnieuw een globale visie in plaats van het ad hoc en versnipperd beleid dat we vandaag zien. Elke burger heeft in de nabije toekomst best één elektronisch gezondheidsdossier.

Obstakels

Dat betekent dat het beleid zichzelf ook in vraag moet stellen. Op korte termijn brengen we daarom de huidige obstakels bij de politieke besluitvorming in kaart.

We gaan dan over tot het hervormen van de overlegmechanismen binnen het RIZIV en Federale Overheidsdienst Volksgezondheid. We willen vanaf 2019 systematisch de nieuwe Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin inzetten. Deze raad moet zichzelf nog wel bewijzen. Op termijn brengen we het beleid en de administraties samen in één homogeen kader.

We zetten de kwaliteit van leven van zorgverleners, de inzet op autonomie en flexibiliteit, en een evenwichtige balans tussen werk en leven voorop. Ook opleidingen moeten vernieuwd worden. Er is nood aan duidelijkheid, een 'new deal'.

Dit alles kan alleen maar lukken als we dat samen doen, in goede interactie met alle zorgprofessionals.

Dit opiniestuk verscheen eerst op Sociaal.net en werd geschreven en ondertekend door Lieven Annemans, Luc Van Gorp, dPiet Vanthemsche en Lieven Zwaenepoel,Stefaan Callens, Wouter De Ploey, Raf De Rycke, Erwin Devriendt, Niko Dierickx, Marc Noppen, Roel Van Giel en Pieter Van Herck.

Gezondheid en welzijn zijn ons hoogste goed. Maar onze zorg staat op een kruispunt. Als we te lang talmen, riskeren we de verkeerde weg in te slaan.Het is vijf voor twaalf. We moeten onze zorg anders en beter organiseren om de kwaliteit, duurzaamheid, menswaardigheid, betaalbaarheid en toegankelijkheid te behouden. Het huidig zorgmodel is niet klaar voor de toekomst. We worden allemaal ouder. En steeds meer en betere innovaties doen hun intrede.Ons zorgmodel is nog steeds gericht op het behandelen van ziekten terwijl we juist naar een 'gezondhoudsysteem' moeten evolueren. Iedereen moet alle kansen krijgen om zo lang mogelijk gezond te blijven. Wanneer men dan toch ziek is, moeten mensen een zo goed mogelijke kwaliteit van leven kunnen behouden.Onze zorg is voor de meeste mensen nog nabij, snel beschikbaar, betaalbaar en toegankelijk. De tevredenheid is nog steeds groot. Toch zien we een geleidelijke afbrokkeling van een aantal basisprincipes. Kwaliteit, solidariteit en duurzaamheid staan onder druk.Er is overgebruik van zorg. Dat is niet efficiënt. Aan de andere zijde is er ook ondergebruik: een pak mensen vallen uit de boot. Er is een grote gezondheidsongelijkheid.Daar komt bij dat zorgverleners steeds meer onder druk staan, wat dan weer ten koste gaat van hun eigen kwaliteit van leven.Al deze uitdagingen moeten we het hoofd bieden. Alles begint bij een duidelijke visie en concrete doelstellingen: waar willen we staan in 2040? Eenmaal de doelstellingen bepaald, moeten we het traject er naartoe opvolgen en bijsturen.Wij werkten een visienota uit: 'Helping people live the healthiest lives possible'. In deze visienota stellen we prioriteiten en slopen we een aantal heilige huisjes.Neem bijvoorbeeld de manier waarop zorgverleners betaald worden. Vandaag is dit nog grotendeels op basis van betaling per prestatie, dus een bedrag voor elke handeling die een zorgverlener doet. Maar om mensen gezond te houden, is het beter om zorgverleners te betalen voor elke ingeschreven burger of zelfs voor een bepaalde populatie waar men verantwoordelijk voor is.Goede kwaliteit moet men financieel aanmoedigen, terwijl vandaag vaak juist het gebrek aan kwaliteit wordt beloond. Wanneer we overstappen naar een betaling die fair is voor zorgverleners en kwaliteit bevordert, dan kunnen we eindelijk de zogenaamde 'deconventionering' (waarbij zorgverleners aangeven de afgesproken tarieven niet te zullen volgen) en ereloonsupplementen laten uitdoven.Naar schatting wordt 10 tot 30 procent van de middelen in onze gezondheidszorg verkeerd gebruikt. Dat is dus minstens een bedrag van 3,3 miljard euro.Met een doelmatiger gebruik komen die middelen vrij. We kunnen ze dan inzetten voor bijvoorbeeld meer preventie en gezondheidspromotie.We willen bovendien de solidariteit tussen burgers maximaal versterken met een maximumfactuur in de ouderenzorg en de thuiszorg. We pleiten ook voor geen of zeer laag remgeld voor belangrijke, noodzakelijke behandelingen.Kwaliteit, afstemming op levensdoelen en veiligheid van zorg worden de prioriteit. Dit zijn geen holle slogans. We moeten werken met indicatoren, intern kwaliteitsmanagement, accreditatie en zelfregulering. Uiteraard allemaal in goede afstemming met zorgprofessionals en gebruikers.Dat vraagt natuurlijk veel meer samenwerking en bindende afspraken. Binnen vijf jaar moet het binnen zorg en welzijn vanzelfsprekend zijn om over muren heen te werken. Enkel zo wordt de zorg voor elke burger één traject, met de inzet van professionals, mantelzorgers, technologie en informatie.We willen de burger meer inspraak geven en hem responsabiliseren om onder- en overgebruik van zorg te vermijden. We ondersteunen de mondige, kritische burger in het keuzeproces voor zijn persoonlijke zorg, maar we geven ook extra aandacht aan diegene die daar niet toe in staat zijn.Maar keuzevrijheid voor patiënten en zorgverstrekkers is daarbij niet oneindig. Overgebruik en zorg zonder meerwaarde worden niet of veel minder terugbetaald. Denk aan een onnodig bezoek aan de spoed of een zoveelste opinie bij een specialist. In geval van overgebruik wordt de betrokken zorgprofessional er financieel op aangesproken.Dit alles kan enkel met een perfect geïnformatiseerd systeem. We maken van zorgdigitalisering een topprioriteit. Dat vraagt opnieuw een globale visie in plaats van het ad hoc en versnipperd beleid dat we vandaag zien. Elke burger heeft in de nabije toekomst best één elektronisch gezondheidsdossier.Dat betekent dat het beleid zichzelf ook in vraag moet stellen. Op korte termijn brengen we daarom de huidige obstakels bij de politieke besluitvorming in kaart.We gaan dan over tot het hervormen van de overlegmechanismen binnen het RIZIV en Federale Overheidsdienst Volksgezondheid. We willen vanaf 2019 systematisch de nieuwe Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin inzetten. Deze raad moet zichzelf nog wel bewijzen. Op termijn brengen we het beleid en de administraties samen in één homogeen kader.We zetten de kwaliteit van leven van zorgverleners, de inzet op autonomie en flexibiliteit, en een evenwichtige balans tussen werk en leven voorop. Ook opleidingen moeten vernieuwd worden. Er is nood aan duidelijkheid, een 'new deal'.Dit alles kan alleen maar lukken als we dat samen doen, in goede interactie met alle zorgprofessionals.