Het slachthuis van Tielt beroert onze gemoederen. Terecht. Dieren hebben een bewustzijn én kennen angst als ze bedreigd worden. De hele samenleving aanvaardt de schandalige praktijken niet meer.

De Vlamingen eten ook steeds minder vlees. Maar daarmee zijn de problemen niet opgelost. Vlaanderen produceert op haar eentje immers 5 keer meer vlees dan nodig voor de Belgische voedselbehoefte. Die enorme overproductie legt een enorme druk op ons milieu, het welzijn van de dieren en het landschap.

'Om de gruwel uit de slachthuizen te halen, moeten ook grenzen komen aan de Vlaamse exportmachine'

Om de wanpraktijken te stoppen, moet er dus ook ingegrepen worden op de gigantische slacht- en exportmachine die onze Vlaamse vleessector geworden is.

Die exportindustrie veroorzaakt tal van hinderlijke problemen in onze contreien: de mest van die miljoenen varkens vervuilt onze beken en rivieren , het methaan, de stikstof en het vervoer van al die dieren vervuilen de lucht. Bovendien krijgen onze boeren door de keiharde concurrentie slechte prijzen voor hun dieren.

De internationale industrie gaat zo ver dat ze massaal Zuid-Amerikaanse soja invoert, om de dieren op te fokken in Vlaanderen, en dan naar Azië te exporteren. Vlaanderen is zo de vervuilde slachtvloer van een internationale miljoenindustrie geworden. Heeft iemand dat eigenlijk gevraagd?

Warme sanering

Waarop wachten we dus om de problematiek bij de wortel aan te pakken? Er moeten grenzen komen aan de ongebreidelde wildgroei. Zo komen er ook grenzen aan de slachthuizen.

Wat hebben we nodig? Een warme sanering voor de noodlijdende veeboeren. We moeten hen een sociaal verantwoorde uitweg bieden. Veehouders die hun bedrijf stopzetten of kiezen voor boerderij met minder dieren krijgen, als het van ons afhangt, een financiële compensatie.

Zo moet de sector evolueren naar een beperking van het aantal varkens. Dat is 3 keer interessant: Boeren aan de rand van het faillissement krijgen een uitweg. De veestapel daalt zodat vraag en aanbod terug meer in evenwicht komen. En het belangrijkste: minder dieren die 'onmenselijk' behandeld worden in opfok en bij het slachten.

Kille sanering

Voor de boeren is ons voorstel een vooruitgang. Want wat gebeurt er sinds enkele jaren? Een stille, maar kille sanering in de varkenssector. In 2015 werden er de helft meer faillissementen opgetekend dan het jaar voordien. Het aantal boerenbedrijven daalde met 5.330 bedrijven tussen 2010 en 2015 (dat is een daling met 19%). Boeren verliezen het bedrijf waar ze jarenlang dag en nacht voor gewerkt hebben. Ze blijven verweesd achter met een grote schuldenberg waardoor hun veerkracht om opnieuw te beginnen bijzonder klein is.

Grote veevoederbedrijven kopen de stallen op en de boer mag er loonslaaf worden. Dus, zelfs met die die vele tragische faillissementen daalt de veestapel niet. De veehouderijen worden gewoon groter en mikken op kostenbesparing. Die context maakt het risico op de gruwelijke behandeling zoals in Tielt veel groter. De strijd tegen die mishandelingen moet dus ook de structurele problemen aanpakken.

Heroriëntering van de crisismaatregelen

In 2015 en 2016 werd jaarlijks meer dan 30 miljoen euro aan zogenaamde crisismaatregelen uitgetrokken voor de veehouderij. Het gaat bijvoorbeeld. om de vrijstelling van de sanitaire bijdragen, de vermindering van de Rendacfactuur, de terugbetaling voor fosfaatstaalnames in kader van het mestbeleid, inzetten op bijkomende export en crisissteun zeugenhouders.

Deze dure maatregelen zijn te versnipperd en brengen hoogstens tijdelijk soelaas. Veel boeren slagen er niet in hun schuldeisers te betalen. Wij willen deze middelen groeperen en heroriënteren naar die bedrijven die de steun het hardst nodig hebben bij het stopzetten of omvormen van hun bedrijf. Daarvoor zijn geen extra centen nodig, het kan perfect met die crisisbudgetten. Concreet stellen we een tweesporenbeleid voor: een nieuwe vrijwillige opkoopregeling voor de veehouderij, met financiële ondersteuning voor bedrijven die op vrijwillige basis definitief stoppen met het houden van dieren. Daarnaast een omschakelingsvergoeding voor veehouders die hun dierenaantal duurzaam en significant afbouwen. Om de grootte van de veestapel te verkleinen, stellen we een heroriëntering voor van de investeringssteun voor landbouwbedrijven. Dat moet beginnen met het stopzetten van de uitbreiding van individuele bedrijven.

Vlaams minister Ben Weyts moet het slachthuis in Tielt sluiten, zorgen voor meer inspecties en controle op de slachthuizen, dat staat vast. Maar we verwachten van de regering-Bourgeois ook dat ze het probleem structureel aanpakt.

En dat kan enkel door zo een warme sanering, waarbij boeren een uitweg wordt gegeven. Het is positief voor de dieren, de boeren zelf, en ook ons milieu zal er wel bij varen.

Bart Caron is Vlaams volksvertegenwoordiger voor Groen. Hij is lid van de commissie landbouw en visserij.

Het slachthuis van Tielt beroert onze gemoederen. Terecht. Dieren hebben een bewustzijn én kennen angst als ze bedreigd worden. De hele samenleving aanvaardt de schandalige praktijken niet meer. De Vlamingen eten ook steeds minder vlees. Maar daarmee zijn de problemen niet opgelost. Vlaanderen produceert op haar eentje immers 5 keer meer vlees dan nodig voor de Belgische voedselbehoefte. Die enorme overproductie legt een enorme druk op ons milieu, het welzijn van de dieren en het landschap.Om de wanpraktijken te stoppen, moet er dus ook ingegrepen worden op de gigantische slacht- en exportmachine die onze Vlaamse vleessector geworden is. Die exportindustrie veroorzaakt tal van hinderlijke problemen in onze contreien: de mest van die miljoenen varkens vervuilt onze beken en rivieren , het methaan, de stikstof en het vervoer van al die dieren vervuilen de lucht. Bovendien krijgen onze boeren door de keiharde concurrentie slechte prijzen voor hun dieren. De internationale industrie gaat zo ver dat ze massaal Zuid-Amerikaanse soja invoert, om de dieren op te fokken in Vlaanderen, en dan naar Azië te exporteren. Vlaanderen is zo de vervuilde slachtvloer van een internationale miljoenindustrie geworden. Heeft iemand dat eigenlijk gevraagd? Waarop wachten we dus om de problematiek bij de wortel aan te pakken? Er moeten grenzen komen aan de ongebreidelde wildgroei. Zo komen er ook grenzen aan de slachthuizen. Wat hebben we nodig? Een warme sanering voor de noodlijdende veeboeren. We moeten hen een sociaal verantwoorde uitweg bieden. Veehouders die hun bedrijf stopzetten of kiezen voor boerderij met minder dieren krijgen, als het van ons afhangt, een financiële compensatie. Zo moet de sector evolueren naar een beperking van het aantal varkens. Dat is 3 keer interessant: Boeren aan de rand van het faillissement krijgen een uitweg. De veestapel daalt zodat vraag en aanbod terug meer in evenwicht komen. En het belangrijkste: minder dieren die 'onmenselijk' behandeld worden in opfok en bij het slachten.Voor de boeren is ons voorstel een vooruitgang. Want wat gebeurt er sinds enkele jaren? Een stille, maar kille sanering in de varkenssector. In 2015 werden er de helft meer faillissementen opgetekend dan het jaar voordien. Het aantal boerenbedrijven daalde met 5.330 bedrijven tussen 2010 en 2015 (dat is een daling met 19%). Boeren verliezen het bedrijf waar ze jarenlang dag en nacht voor gewerkt hebben. Ze blijven verweesd achter met een grote schuldenberg waardoor hun veerkracht om opnieuw te beginnen bijzonder klein is. Grote veevoederbedrijven kopen de stallen op en de boer mag er loonslaaf worden. Dus, zelfs met die die vele tragische faillissementen daalt de veestapel niet. De veehouderijen worden gewoon groter en mikken op kostenbesparing. Die context maakt het risico op de gruwelijke behandeling zoals in Tielt veel groter. De strijd tegen die mishandelingen moet dus ook de structurele problemen aanpakken. In 2015 en 2016 werd jaarlijks meer dan 30 miljoen euro aan zogenaamde crisismaatregelen uitgetrokken voor de veehouderij. Het gaat bijvoorbeeld. om de vrijstelling van de sanitaire bijdragen, de vermindering van de Rendacfactuur, de terugbetaling voor fosfaatstaalnames in kader van het mestbeleid, inzetten op bijkomende export en crisissteun zeugenhouders. Deze dure maatregelen zijn te versnipperd en brengen hoogstens tijdelijk soelaas. Veel boeren slagen er niet in hun schuldeisers te betalen. Wij willen deze middelen groeperen en heroriënteren naar die bedrijven die de steun het hardst nodig hebben bij het stopzetten of omvormen van hun bedrijf. Daarvoor zijn geen extra centen nodig, het kan perfect met die crisisbudgetten. Concreet stellen we een tweesporenbeleid voor: een nieuwe vrijwillige opkoopregeling voor de veehouderij, met financiële ondersteuning voor bedrijven die op vrijwillige basis definitief stoppen met het houden van dieren. Daarnaast een omschakelingsvergoeding voor veehouders die hun dierenaantal duurzaam en significant afbouwen. Om de grootte van de veestapel te verkleinen, stellen we een heroriëntering voor van de investeringssteun voor landbouwbedrijven. Dat moet beginnen met het stopzetten van de uitbreiding van individuele bedrijven. Vlaams minister Ben Weyts moet het slachthuis in Tielt sluiten, zorgen voor meer inspecties en controle op de slachthuizen, dat staat vast. Maar we verwachten van de regering-Bourgeois ook dat ze het probleem structureel aanpakt. En dat kan enkel door zo een warme sanering, waarbij boeren een uitweg wordt gegeven. Het is positief voor de dieren, de boeren zelf, en ook ons milieu zal er wel bij varen. Bart Caron is Vlaams volksvertegenwoordiger voor Groen. Hij is lid van de commissie landbouw en visserij.