De vraag of de Bijbel vrouwonvriendelijk is, spreekt tot de verbeelding. Ze lokt pro's en contra's uit. Ze opent discussies met daarbij horende emoties. Alvorens in prompte antwoordmodus te schieten, is het raadzaam om - zoals elke goede student dat zou moeten doen - de vraag grondig te lezen. Immers, bij nader inzien is het een verraderlijke vraag, misschien zelfs een strikvraag. Ze bevat twee elementen die allebei niet vanzelfsprekend zijn. Enerzijds is het feitelijk onmogelijk te spreken over dé Bijbel en nog minder over dé visie van dé Bijbel, en anderzijds is het etiket 'vrouwonvriendelijk' een anachronisme in dit verband. Beide facetten verdienen derhalve eerst onze aandacht, voor we overhaast en luid een ja of neen gaan roepen.

Dé Bijbel?

De Bijbel lijkt eenieder bekend of zelfs overbekend. Er wordt aan gerefereerd in literatuur, in de beeldende kunst, in de architectuur, maar evengoed in songteksten, in films, tot in de reclame toe. En toch is die bekende Bijbel eigenlijk vooral vreemd. Niet alleen in heel wat opzichten 'vervreemd' ten gevolge van de cultuur-historische ontwikkeling die we doormaakten. Hij is ook - en dat is fundamenteel - als zodanig 'vreemd'. En die vreemdheid komt tot uiting op twee vlakken: in zijn tekst en in zijn context.

Vreemde tekst

Als we spreken over de tekst, moet men zich vooreerst al bewust worden van het feit dat de Bijbel niet zomaar één boek is, maar een verzameling van boeken. Het is als het ware een bibliotheek met boeken die ontstaan zijn tussen de 8ste eeuw v.Chr. en de 1ste eeuw na Chr. Hij bevat literatuur van verscheiden aard. Bovendien is geen enkel van die boeken eenduidig door één auteur op een bepaald ogenblik geschreven. Zonder uitzondering vertonen ze sporen van een lange ontstaansgeschiedenis, van verscheidene redacties, van actualisatie, vaak over verschillende eeuwen heen. De Bijbel is 'gegroeide literatuur'. En tot slot kan men, feitelijk gesproken, zelfs letterlijk geen gewag maken van 'de' Bijbel. Van niet één Bijbels boek is er een werkelijke autograaf voorhanden. Elk van de Bijbelse boeken is overgeleverd in verschillende manuscripten, die niet alleen veelvoudig maar ook veelvormig tekstmateriaal aanreiken.

Vreemde context

Als we dan de focus richten op de 'context', zien we des te sterker dat die 'overbekende' Bijbel eigenlijk zeer vreemd is. Om te beginnen is de hedendaagse lezer een 'outsider' in het proces van communicatie tussen de oorspronkelijke auteurs/redacteurs en hun publiek. Daarnaast zijn de teksten geschreven in oude talen die niet meer de onze zijn. De twee genoemde elementen hebben, tot slot, beide te maken met de grote culturele en chronologische kloof die ons scheidt van de oorspronkelijke ontstaanscontext en ?perioden van deze tekst. Om Bijbelse teksten te begrijpen hebben we derhalve wat achtergrondkennis, wat 'bemiddeling' nodig. Er is, zonder meer, nood aan duiding. De Bijbelse teksten moeten vooreerst 'gelezen' worden, maar ze moeten ook in hun context gelezen worden, en vanuit hun eigen bedoeling. Anders kan me ze eender wat laten prediken.

Dé vrouw in dé Bijbel?

Als we tegen die achtergrond het tweede deel van de vraag bekijken - het al dan niet vrouwonvriendelijke karakter van de Bijbel -, dan mag meteen duidelijk zijn dat het hier gaat om een heikele kwestie. Het is moeilijk of zelfs onmogelijk om dé visie van dé Bijbel op dé vrouw uit deze oude, veelvoudige en veelvormige teksten te distilleren.

Negatief

Er zijn, tegen de boven beschreven context, inderdaad teksten die negatief overkomen als het gaat om het beeld op de vrouw. Verwijzend naar de taal, bijvoorbeeld, kan men vaststellen dat het Hebreeuwse woord voor echtgenoot ba'al is en dat voor echtgenote be'ula. Welnu, de eerste betekenis van ba'al is 'eigenaar', en die van be'ula is 'eigendom'. Veel uitleg behoeft dit niet. En toch zien we dat zelfs in deze teksten die ons negatief lijken, heel vaak een beschermende context mee speelt.

Om Bijbelse teksten te begrijpen, hebben we nood aan achtergrondkennis en duiding.

Een institutie als het zogenaamde 'leviraatshuwelijk', waarbij gesteld wordt dat een weduwe niet met een vreemde man, maar met de broer van haar overleden echtgenoot moet huwen, lijkt ons in deze tijd verschrikkelijk paternalistisch. Echter, in een maatschappij zonder enige sociale zekerheid waren vrouwen enkel beschermd binnen de familie waarin ze ofwel geboren of ingehuwd waren. En in diezelfde maatschappij, waarin procreatie de enige garantie was op het voortbestaan van de familie (ook in haar juridisch en economisch verband), was deze instelling ook voor de overleden echtgenoot de vrijwaring van wat hij bij leven betrachtte.

Positief

Er zijn evenwel, in diezelfde context, ook teksten die positief klinken. De oudtestamentische 'wijsheidsliteratuur' bevat teksten die de vrouw zeer hoog achten. Ze prijzen haar uiterlijk, maar ook het belang van haar rol en functie. Boeken als Prediker, Sirach of Spreuken tekenen de vrouw als hoeksteen van de samenleving, als voorwaarde voor het geluk van haar man en gezin. En al mag dat alles misschien nog wat klassiek klinken, we zien ook dat de Wijsheid zelf, die in deze teksten haar oorsprong vindt in God zelf, als 'Vrouwe Wijsheid' wordt voorgesteld.

Er zijn daarnaast ook teksten die een ideaal vertolken. Wie het eerste scheppingsverhaal in Genesis 1,1-2,4 aandachtig leest, bemerkt in de grondtekst dat God geen 'man' en 'vrouw' schiep, maar dat hij de 'mens' schiep, 'vrouwelijk' en 'mannelijk': in twee varianten die met twee adjectieven beschreven worden. En vanzelfsprekend vertelt dat scheppingsverhaal niet hoe het ooit geweest is, maar het vertolkt een ideaal van hoe het zou moeten zijn.

Verder zijn er ook boeken die werkelijk sterke vrouwen op de voorgrond plaatsen. Vrouwen die niet alleen voor zichzelf maar ook voor hun volk het heft in handen nemen. Krachtige vrouwen als Judith, Esther en Ruth, die zich het lot van hun volk aantrekken, die keuzes maken en beslissingen nemen met sociale en politieke consequenties.

In deze context is het tot slot aangewezen om de aandacht te richten op één boek in het bijzonder. Het boek Hooglied, dat door de rabbijnen omschreven is als het mooiste lied dat ooit geschreven werd, bezingt in onverholen bewoordingen het totale bereik van de zintuiglijke liefde. Via beelden en metaforen die weliswaar de onze niet meer zijn, horen we in dit boek een stapelverliefde jongen en even verliefd meisje aan het woord. En los van de elders vaak aanwezige bekommernis om een nageslacht of het institutioneel aspect van het huwelijk, zelfs los van enige ethische, religieuze of sociale regelgeving, treffen we in dit boek gedichten aan waarin het standpunt van de vrouw op de voorgrond treedt. De meerderheid van de verzen liggen in haar mond en ook inhoudelijk speelt ze de leidende rol. Het refrein van het boek, 'ik ben van mijn lief en hij is van mij', vertolkt de liefde als een kracht die goed en kwaad overstijgt in de wederkerigheid van een herwonnen paradijs.

Geen ja/neen vraag

Het wordt tijd om tot een conclusie te komen. Is de Bijbel vrouwonvriendelijk? Het lijkt een simpele ja/neen-vraag. Maar schijn bedriegt. Het is een 'tricky' examenvraag. Er is geen simplistisch ja of neen als antwoord voorhanden. Er zijn inderdaad Bijbelse teksten die in onze oren vrouwonvriendelijk klinken, maar ze moeten in hun eigen historisch-culturele én literaire context gelezen worden. Niettemin zijn er ook Bijbelse teksten die, hoewel in dezelfde context, een echo laten horen van een ideaal dat - laat ons eerlijk zijn - ook vandaag nog niet geheel gerealiseerd is...

Prof. Dr. Bénédicte Lemmelijn is gewoon hoogleraar Bijbelwetenschappen en Vicedecaan Internationalisering aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. Ze leidt er ook het Centrum voor Septuaginta Studies en Tekstkritiek.