De Turks-Koerdische stad Nusaybin, 3 september 2018. Ik sta aan de 4de eeuwse Mar Yakoub-kerk. Tot mijn verbazing zijn we niet gecontroleerd geweest bij het binnenrijden van de stad. Honderd meter van de kerk staat namelijk een drie meter hoge muur, die Nusaybin afscheidt van het Syrische Qamishli.

Offensief om Idlib zou een nieuwe fase in het Syrisch conflict betekenen.

Deze stad is het bestuurlijk centrum van 'Rojava'. Dit gebied, gecontroleerd door de grotendeels Koerdische milities van de Syrian Democratic Forces (SDF), strekt zich uit over Noordoost-Syrië tot bijna in Aleppo. Voor Turkije is dit een vijandige entiteit. De dominante component van de SDF zijn namelijk de People Protection Forces (YPG). Die groepering heeft sterke banden met de Koerdische Arbeiders Partij (PKK), een organisatie die door Turkije en de EU als terroristisch wordt bestempeld.

De toenemende invloed van de YPG in Noord-Syrië heeft een grote impact gehad in het grotendeels Koerdische zuidoosten van Turkije. Het fragiele vredesbestand tussen de PKK en de Turkse overheid kwam onder zware druk te staan. In 2015 laaide het decennialange conflict weer op. Na de verkiezingen van juni 2015 kwam voor het eerst een pro-Koerdische politieke partij in het parlement, wat ten koste ging van de parlementaire meerderheid van de AKP van president Erdogan.

De toenemende politieke invloed van de progressieve Koerdische oppositie maakte de AKP nerveus. Na een aanslag op linkse studenten, toegeschreven aan IS en de moord op twee Turkse agenten werd het vredesbestand opgezegd. Zuidoost-Turkije werd opnieuw het strijdtoneel tussen de PKK en de Turkse overheid. Naar het voorbeeld van de YPG riepen PKK milities het zelfbestuur uit over enkele steden, waaronder Nusaybin.

Deze oorlog werd voornamelijk uitgevochten in de steden, waarbij het Turkse leger de grote middelen niet schuwde. Volledige stadsdelen werden verwoest door militaire operaties met tientallen burgerslachtoffers als gevolg.

Langdurig conflict

Vandaag is dit nog steeds merkbaar. In Sur, het oude stadsdeel van de Koerdische miljoenenstad Diyarbakir, is het oostelijk gedeelte volledig afgesloten. De omliggende straten staan vol met kapotgeschoten, verlaten woningen. De omvang van deze totale vernietiging wordt pas duidelijk vanop de oude stadswallen van Diyarbakir. Een grasweide gevuld met geruïneerde woonwijken is al wat rest van de oostelijke oude stad. Naast de vernieling is de heropbouw ook duidelijk zichtbaar. Bouwprojecten met moderne, betonnen woningen in plaats van de historische panden zijn in volle gang. Geen spoor van een herinnering of verwijzing naar het verleden van de stad of het langdurige conflict.

Van ver is de kerktoren van de Armeense Surp Garibos-kerk duidelijk zichtbaar. Deze werd tijdens de oorlog in 2015 verwoest en was een van de laatste overblijfselen van de vroegere religieuze diversiteit in de regio. Voor 1915 was meer dan een derde van de bevolking van Diyarbakir christelijk. De Armeense en Assyrische genocide brachten hier een eind aan. In 2018 blijven er nog een vijftigtal christelijke families over in Diyarbakir.

Turkije erkent de vele duizenden Armeense slachtoffers, maar ontkent dat dit een geplande genocide was en benadrukt de vele Koerdische en Turkse doden in dit conflict. De relaties met buurland Armenië blijven tot vandaag ronduit slecht. De Turkse overheid restaureerde recent, met redelijk wat media-aandacht, de befaamde Armeense kerk op het Akdamar eiland als symbolisch gebaar. Als bezoeker krijg je uitgebreide info over de lange geschiedenis van de kerk, maar enige verwijzing naar de reden voor het plotse verdwijnen van de Armeense bevolking is niet te bespeuren, terwijl het merendeel van de Armeense kerken verder verkommeren.

Eindfase

Naast de duidelijke zichtbare sporen is de politieke instabiliteit ook op een andere manier duidelijk. Bij binnenrijden van steden in het Zuidoosten zijn zwaarbewapende checkpoints de normale gang van zaken. Hoewel de aanwezigheid van het Turkse veiligheidsapparaat ook merkbaar vergroot is in bijvoorbeeld Istanbul, is dit in de Koerdische regio's toch van een andere grootteorde. Het merendeel van de posten is onbemand, maar de mogelijkheid om bij een hernieuwd conflict alle toegangswegen tot de Koerdische steden af te sluiten is duidelijk. De overheid presenteert de oorlog met de PKK als in een eindfase, waarbij de militaire overwinning verzekerd is. De focus ligt nu echter op de andere kant van de grens. In januari 2018 lanceerde Turkije een eerste operatie tegen de YPG in het Syrische Afrin. Russische gedoogsteun voor deze operatie maakte dat Syrische rebellen samen met het Turkse leger de controle over deze YPG-enclave overnamen.

Vandaag zijn de ogen gericht op Idlib, dat grenst aan Turkije en even ten Zuidelijk van Afrin ligt. Dit is het laatste bolwerk van de Syrische oppositie, die gesteund wordt door Turkije. Naast gematigde groeperingen in het zuiden van de provincie, wordt het noordelijk gedeelte gecontroleerd door salafistische milities die banden hebben met Al-Qaeda. Zoals de afgelopen jaren duidelijk is geworden in Homs, Aleppo, Ghouta en Daraa zet Assad en zijn bondgenoten zwaar geschut in om de controle over steden te heroveren.

Hoewel Assad en de SDF grootschalige conflicten uit de weg zijn gegaan de afgelopen jaren, is de vraag wat er gebeuren staat nadat het Syrisch regime de controle over Idlib zal herwinnen.

Het offensief om Idlib zou een nieuwe fase in het Syrisch conflict inzetten. Het overleg tussen Turkije enerzijds en Assads bondgenoten Rusland en Iran anderzijds heeft het nakende offensief even uitgesteld. In Idlib hebben Turkije, Iran en Rusland conflicterende belangen. Over de SDF staan ze meer op dezelfde lijn. Turkije en Iran, beide met een aanzienlijke Koerdische minderheid, zijn de SDF vijandig gezind, maar de VS blijft een belangrijke bondgenoot van de Syrische Koerden. Als Assad de controle herwint over Idlib gaat dit ook gevolgen hebben voor de SDF, die meer dan een vijfde van het Syrisch grondgebied controleert. Hoewel Assad en de SDF grootschalige conflicten uit de weg zijn gegaan de afgelopen jaren, is de vraag wat er gebeuren staat nadat het Syrisch regime de controle over Idlib zal herwinnen.

Turkije is niet meer de trouwe Westerse, NAVO-partner die het de afgelopen 50 jaar was en kijkt nu ook naar het Oosten.

De YPG is zwaarbewapend, en heeft ervaring opgedaan in de strijd tegen IS. Een militaire escalatie is echter onwaarschijnlijk, dit zou Rusland ook in directe confrontatie met Amerikaanse soldaten brengen. Turkije, de traditionele partner van de VS, staat op bepaalde vlakken vandaag echter dichter bij Rusland. De relaties met de Trump-administratie staan op een historisch dieptepunt. De militaire en logistieke steun die vanuit Amerika wordt gegeven aan de YPG in hun strijd tegen IS, is een doorn in het oog voor Turkije wegens de PKK-banden. De gefaalde coup van in de zomer van 2016, die door Erdogan wordt toegeschreven aan de in VS-residerende geestelijke Fethullah Gülen zette de relaties verder onder druk. De sancties die Trump deze zomer aan Turkije oplegde versterkten de anti-Amerikaanse sentimenten verder in de Turkse politiek.

Turkije is niet meer de trouwe Westerse, NAVO-partner die het de afgelopen 50 jaar was en kijkt nu ook naar het Oosten. Dat Turkije, het tweede grootste NAVO-leger, een wapenafweersysteem van Rusland koopt en Erdogan openlijk toenadering zoekt met Poetin, illustreert dit. In Syrië hebben de EU en VS niks van inspraak in het 'vredesproces'. Beslissingen worden genomen in het trilateraal overleg tussen Erdogan, Poetin en Iraans president Rouhani. De focus ligt nu op Idlib, maar zal binnenkort over het gebied onder controle van de Koerdische milities gaan. Zuidoost-Turkije is kalm momenteel, maar de staat is duidelijk paraat voor mocht de oorlog in Syrië het conflict met de PKK opnieuw aanwakkeren.

De Turks-Koerdische stad Nusaybin, 3 september 2018. Ik sta aan de 4de eeuwse Mar Yakoub-kerk. Tot mijn verbazing zijn we niet gecontroleerd geweest bij het binnenrijden van de stad. Honderd meter van de kerk staat namelijk een drie meter hoge muur, die Nusaybin afscheidt van het Syrische Qamishli. Deze stad is het bestuurlijk centrum van 'Rojava'. Dit gebied, gecontroleerd door de grotendeels Koerdische milities van de Syrian Democratic Forces (SDF), strekt zich uit over Noordoost-Syrië tot bijna in Aleppo. Voor Turkije is dit een vijandige entiteit. De dominante component van de SDF zijn namelijk de People Protection Forces (YPG). Die groepering heeft sterke banden met de Koerdische Arbeiders Partij (PKK), een organisatie die door Turkije en de EU als terroristisch wordt bestempeld.De toenemende invloed van de YPG in Noord-Syrië heeft een grote impact gehad in het grotendeels Koerdische zuidoosten van Turkije. Het fragiele vredesbestand tussen de PKK en de Turkse overheid kwam onder zware druk te staan. In 2015 laaide het decennialange conflict weer op. Na de verkiezingen van juni 2015 kwam voor het eerst een pro-Koerdische politieke partij in het parlement, wat ten koste ging van de parlementaire meerderheid van de AKP van president Erdogan. De toenemende politieke invloed van de progressieve Koerdische oppositie maakte de AKP nerveus. Na een aanslag op linkse studenten, toegeschreven aan IS en de moord op twee Turkse agenten werd het vredesbestand opgezegd. Zuidoost-Turkije werd opnieuw het strijdtoneel tussen de PKK en de Turkse overheid. Naar het voorbeeld van de YPG riepen PKK milities het zelfbestuur uit over enkele steden, waaronder Nusaybin. Deze oorlog werd voornamelijk uitgevochten in de steden, waarbij het Turkse leger de grote middelen niet schuwde. Volledige stadsdelen werden verwoest door militaire operaties met tientallen burgerslachtoffers als gevolg. Vandaag is dit nog steeds merkbaar. In Sur, het oude stadsdeel van de Koerdische miljoenenstad Diyarbakir, is het oostelijk gedeelte volledig afgesloten. De omliggende straten staan vol met kapotgeschoten, verlaten woningen. De omvang van deze totale vernietiging wordt pas duidelijk vanop de oude stadswallen van Diyarbakir. Een grasweide gevuld met geruïneerde woonwijken is al wat rest van de oostelijke oude stad. Naast de vernieling is de heropbouw ook duidelijk zichtbaar. Bouwprojecten met moderne, betonnen woningen in plaats van de historische panden zijn in volle gang. Geen spoor van een herinnering of verwijzing naar het verleden van de stad of het langdurige conflict.Van ver is de kerktoren van de Armeense Surp Garibos-kerk duidelijk zichtbaar. Deze werd tijdens de oorlog in 2015 verwoest en was een van de laatste overblijfselen van de vroegere religieuze diversiteit in de regio. Voor 1915 was meer dan een derde van de bevolking van Diyarbakir christelijk. De Armeense en Assyrische genocide brachten hier een eind aan. In 2018 blijven er nog een vijftigtal christelijke families over in Diyarbakir. Turkije erkent de vele duizenden Armeense slachtoffers, maar ontkent dat dit een geplande genocide was en benadrukt de vele Koerdische en Turkse doden in dit conflict. De relaties met buurland Armenië blijven tot vandaag ronduit slecht. De Turkse overheid restaureerde recent, met redelijk wat media-aandacht, de befaamde Armeense kerk op het Akdamar eiland als symbolisch gebaar. Als bezoeker krijg je uitgebreide info over de lange geschiedenis van de kerk, maar enige verwijzing naar de reden voor het plotse verdwijnen van de Armeense bevolking is niet te bespeuren, terwijl het merendeel van de Armeense kerken verder verkommeren. Naast de duidelijke zichtbare sporen is de politieke instabiliteit ook op een andere manier duidelijk. Bij binnenrijden van steden in het Zuidoosten zijn zwaarbewapende checkpoints de normale gang van zaken. Hoewel de aanwezigheid van het Turkse veiligheidsapparaat ook merkbaar vergroot is in bijvoorbeeld Istanbul, is dit in de Koerdische regio's toch van een andere grootteorde. Het merendeel van de posten is onbemand, maar de mogelijkheid om bij een hernieuwd conflict alle toegangswegen tot de Koerdische steden af te sluiten is duidelijk. De overheid presenteert de oorlog met de PKK als in een eindfase, waarbij de militaire overwinning verzekerd is. De focus ligt nu echter op de andere kant van de grens. In januari 2018 lanceerde Turkije een eerste operatie tegen de YPG in het Syrische Afrin. Russische gedoogsteun voor deze operatie maakte dat Syrische rebellen samen met het Turkse leger de controle over deze YPG-enclave overnamen.Vandaag zijn de ogen gericht op Idlib, dat grenst aan Turkije en even ten Zuidelijk van Afrin ligt. Dit is het laatste bolwerk van de Syrische oppositie, die gesteund wordt door Turkije. Naast gematigde groeperingen in het zuiden van de provincie, wordt het noordelijk gedeelte gecontroleerd door salafistische milities die banden hebben met Al-Qaeda. Zoals de afgelopen jaren duidelijk is geworden in Homs, Aleppo, Ghouta en Daraa zet Assad en zijn bondgenoten zwaar geschut in om de controle over steden te heroveren.Het offensief om Idlib zou een nieuwe fase in het Syrisch conflict inzetten. Het overleg tussen Turkije enerzijds en Assads bondgenoten Rusland en Iran anderzijds heeft het nakende offensief even uitgesteld. In Idlib hebben Turkije, Iran en Rusland conflicterende belangen. Over de SDF staan ze meer op dezelfde lijn. Turkije en Iran, beide met een aanzienlijke Koerdische minderheid, zijn de SDF vijandig gezind, maar de VS blijft een belangrijke bondgenoot van de Syrische Koerden. Als Assad de controle herwint over Idlib gaat dit ook gevolgen hebben voor de SDF, die meer dan een vijfde van het Syrisch grondgebied controleert. Hoewel Assad en de SDF grootschalige conflicten uit de weg zijn gegaan de afgelopen jaren, is de vraag wat er gebeuren staat nadat het Syrisch regime de controle over Idlib zal herwinnen. De YPG is zwaarbewapend, en heeft ervaring opgedaan in de strijd tegen IS. Een militaire escalatie is echter onwaarschijnlijk, dit zou Rusland ook in directe confrontatie met Amerikaanse soldaten brengen. Turkije, de traditionele partner van de VS, staat op bepaalde vlakken vandaag echter dichter bij Rusland. De relaties met de Trump-administratie staan op een historisch dieptepunt. De militaire en logistieke steun die vanuit Amerika wordt gegeven aan de YPG in hun strijd tegen IS, is een doorn in het oog voor Turkije wegens de PKK-banden. De gefaalde coup van in de zomer van 2016, die door Erdogan wordt toegeschreven aan de in VS-residerende geestelijke Fethullah Gülen zette de relaties verder onder druk. De sancties die Trump deze zomer aan Turkije oplegde versterkten de anti-Amerikaanse sentimenten verder in de Turkse politiek. Turkije is niet meer de trouwe Westerse, NAVO-partner die het de afgelopen 50 jaar was en kijkt nu ook naar het Oosten. Dat Turkije, het tweede grootste NAVO-leger, een wapenafweersysteem van Rusland koopt en Erdogan openlijk toenadering zoekt met Poetin, illustreert dit. In Syrië hebben de EU en VS niks van inspraak in het 'vredesproces'. Beslissingen worden genomen in het trilateraal overleg tussen Erdogan, Poetin en Iraans president Rouhani. De focus ligt nu op Idlib, maar zal binnenkort over het gebied onder controle van de Koerdische milities gaan. Zuidoost-Turkije is kalm momenteel, maar de staat is duidelijk paraat voor mocht de oorlog in Syrië het conflict met de PKK opnieuw aanwakkeren.