Olie en gas domineren de energiemix in ons land en het aandeel kernenergie behoort tot de hoogste in de Oeso. Het aandeel van hernieuwbare energie neemt toe, maar België ligt volgens het rapport niet op schema om de doelstellingen inzake hernieuwbare energie en energie-efficiëntie te halen. De uitstoot van broeikasgassen is tussen 2005 en 2014 gedaald, maar sindsdien gestabiliseerd. De uitstoot van het wegvervoer is in de periode 2013-2018 gestegen als gevolg van het groeiend aantal voertuigen en de toename van de afgelegde afstanden. Er zijn volgens de Oeso verdere inspanningen nodig om de strengere Europese doelstellingen voor 2030 te behalen.

Voor wat de luchtkwaliteit betreft, blijft lokale verontreiniging een probleem voor de gezondheid, vooral door transport en verwarming. In sommige meetstations worden de EU-grenswaarden voor stikstofdioxide nog steeds overschreden. Ondertussen wordt 93 procent van de Belgen blootgesteld aan concentraties fijn stof (PM2,5) die boven de aanbevolen gezondheidswaarde liggen. En ook de waterkwaliteit krijgt een onvoldoende van de Oeso. In 2016-17 bereikte slechts 24 procent van de oppervlaktewaterlichamen een goede ecologische toestand, en slechts 2 procent een goede chemische toestand. Voor grondwater is dat slechts 37 procent. Een hoog gebruik van nutriënten en pesticiden in de landbouw is de belangrijkste bron van vervuiling.

De Oeso pleit ervoor om, eenmaal de coronapandemie onder controle is, te kiezen voor 'groene groei'. 'De prioriteiten moeten liggen bij het investeren in koolstofarme en natuurlijke infrastructuur, bevorderen van de circulaire economie, verhogen van de koolstofprijzen en geleidelijk afschaffen van milieuvervuilende subsidies', klinkt het. Concreet pleit de Oeso voor de invoering van een koolstoftaks, voor de afschaffing van de gunstige fiscale behandeling van bedrijfswagens, voor een kilometerheffing en voor versnelle renovatie van gebouwen. Maar hiervoor moet de interfederale samenwerking nieuw leven worden ingeblazen. De versnippering van bevoegdheden en het gebrek aan samenhang wordt beschouwd als een van de belangrijkste pijnpunten. Ook een langetermijnvisie ontbreekt. Het gaat om de derde milieuprestatiebeoordeling van België, de eerste dateert al van 1998.

Olie en gas domineren de energiemix in ons land en het aandeel kernenergie behoort tot de hoogste in de Oeso. Het aandeel van hernieuwbare energie neemt toe, maar België ligt volgens het rapport niet op schema om de doelstellingen inzake hernieuwbare energie en energie-efficiëntie te halen. De uitstoot van broeikasgassen is tussen 2005 en 2014 gedaald, maar sindsdien gestabiliseerd. De uitstoot van het wegvervoer is in de periode 2013-2018 gestegen als gevolg van het groeiend aantal voertuigen en de toename van de afgelegde afstanden. Er zijn volgens de Oeso verdere inspanningen nodig om de strengere Europese doelstellingen voor 2030 te behalen. Voor wat de luchtkwaliteit betreft, blijft lokale verontreiniging een probleem voor de gezondheid, vooral door transport en verwarming. In sommige meetstations worden de EU-grenswaarden voor stikstofdioxide nog steeds overschreden. Ondertussen wordt 93 procent van de Belgen blootgesteld aan concentraties fijn stof (PM2,5) die boven de aanbevolen gezondheidswaarde liggen. En ook de waterkwaliteit krijgt een onvoldoende van de Oeso. In 2016-17 bereikte slechts 24 procent van de oppervlaktewaterlichamen een goede ecologische toestand, en slechts 2 procent een goede chemische toestand. Voor grondwater is dat slechts 37 procent. Een hoog gebruik van nutriënten en pesticiden in de landbouw is de belangrijkste bron van vervuiling. De Oeso pleit ervoor om, eenmaal de coronapandemie onder controle is, te kiezen voor 'groene groei'. 'De prioriteiten moeten liggen bij het investeren in koolstofarme en natuurlijke infrastructuur, bevorderen van de circulaire economie, verhogen van de koolstofprijzen en geleidelijk afschaffen van milieuvervuilende subsidies', klinkt het. Concreet pleit de Oeso voor de invoering van een koolstoftaks, voor de afschaffing van de gunstige fiscale behandeling van bedrijfswagens, voor een kilometerheffing en voor versnelle renovatie van gebouwen. Maar hiervoor moet de interfederale samenwerking nieuw leven worden ingeblazen. De versnippering van bevoegdheden en het gebrek aan samenhang wordt beschouwd als een van de belangrijkste pijnpunten. Ook een langetermijnvisie ontbreekt. Het gaat om de derde milieuprestatiebeoordeling van België, de eerste dateert al van 1998.