'Dit is geen goednieuwsshow. We gaan niet verkondigen dat er totaal géén dreiging meer uitgaat van de IS.' Paul Van Tigchelt, sinds twee jaar directeur van het Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging (OCAD), is voorzichtig maar ook opgelucht. Sinds de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs zakte het dreigingsniveau in België niet meer onder de 3 ('ernstig'). Tot het OCAD afgelopen maandag het niveau liet zakken naar 2 ('gemiddeld'). 'Het is de eerste keer sinds ik hier ben dat ik een beetje positief nieuws mag vertellen', zegt Van Tigchelt. Zijn intense werk van de voorbije twee jaar heeft hem anders naar de samenleving doen kijken. 'Ik kom uit de magistratuur. Ik werkte er op cocaïne-criminaliteit en de Antwerpse haven. Per definitie moesten we repressief optreden. Hier op het OCAD zie ik dat een deugdelijk beleid tegen maatschappelijke problemen in eerste instantie géén kwestie is van politie en Justitie. Het begint in een veel vroeger stadium. Het klinkt misschien wollig, maar het is een kwestie van preventie. Dat is mijn belangrijkste inzicht: de strijd tegen terrorisme is op de eerste plaats een strijd voor een inclusieve samenleving.'
...

'Dit is geen goednieuwsshow. We gaan niet verkondigen dat er totaal géén dreiging meer uitgaat van de IS.' Paul Van Tigchelt, sinds twee jaar directeur van het Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging (OCAD), is voorzichtig maar ook opgelucht. Sinds de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs zakte het dreigingsniveau in België niet meer onder de 3 ('ernstig'). Tot het OCAD afgelopen maandag het niveau liet zakken naar 2 ('gemiddeld'). 'Het is de eerste keer sinds ik hier ben dat ik een beetje positief nieuws mag vertellen', zegt Van Tigchelt. Zijn intense werk van de voorbije twee jaar heeft hem anders naar de samenleving doen kijken. 'Ik kom uit de magistratuur. Ik werkte er op cocaïne-criminaliteit en de Antwerpse haven. Per definitie moesten we repressief optreden. Hier op het OCAD zie ik dat een deugdelijk beleid tegen maatschappelijke problemen in eerste instantie géén kwestie is van politie en Justitie. Het begint in een veel vroeger stadium. Het klinkt misschien wollig, maar het is een kwestie van preventie. Dat is mijn belangrijkste inzicht: de strijd tegen terrorisme is op de eerste plaats een strijd voor een inclusieve samenleving.' Na 800 dagen is het dreigingsniveau in ons land eindelijk verlaagd. Waarom? Van Tigchelt: Niveau 3 is nooit een automatisme geweest. Elke maand maakten we de oefening of er nog genoeg elementen waren om niveau 3 te handhaven. Zo zagen we eind vorig jaar dat de dreiging begon af te nemen. Gezien de feestdagen lieten we in december het niveau nog op 3 staan, maar we vermoedden toen wel dat - als de zaken zouden blijven zoals ze waren - een niveaudaling in januari mogelijk was. Dat is natuurlijk geen wetenschappelijke oefening, menselijke appreciatie speelt een rol. Maar het is de sterkte van het OCAD dat we veel metier in huis hebben op het vlak van dreigingsinschatting en -analyse. Kunt u dat metier eens beschrijven? Welke criteria nemen jullie experts in aanmerking? Van Tigchelt: We bekijken de dreiging voornamelijk door een IS-bril, want vanuit extreemrechts of -links, vanuit anarchistische hoek en zelfs vanuit Al-Qaeda is er op dit ogenblik géén acute dreiging. Maar bij de IS spreken we over een drievoudige bedreiging. In de eerste plaats heb je de commando's die door de IS worden gestuurd vanuit het strijdgebied in Syrië of Irak, om hier aanslagen te plegen. De laatste aanslag op Europees grondgebied die zo'n cel van Syriëstrijders pleegde - wij noemen hen Foreign Terrorist Fighters - was die in Zaventem en het metrostation Maalbeek. Sindsdien krijgen we nog wel informatie binnen van onze partnerdiensten over mensen die onderweg zouden zijn of over slapende cellen. Wij hebben die informatie altijd grondig geanalyseerd en gecontextualiseerd, maar konden de info niet bevestigen. Wat dan met de recentere aanslagen in Londen en elders? Van Tigchelt: Die zijn niet gepleegd door commando's vanuit Syrië, maar door zogenaamde eenzame wolven. Zij vormen de tweede factor van IS-dreiging. Bij die lone actors kan het gaan om individuen die hier wonen maar die aangestuurd worden vanuit het Kalifaat. Dat gebeurt via gesloten sociaalmediakanalen of versleutelde apps. In onze databank met Homegrown Terrorist Fighters staan vandaag 33 namen. En ten slotte heb je nog de mensen van hier die geen enkele link hebben met de IS, ook niet via de sociale media. Ze worden wel geïnspireerd door de propaganda van de IS. Het zijn vaak kwetsbare mensen, met mentale problemen, soms zelfs met neigingen tot zelfdoding. Die zijn vatbaar voor dat soort ideologie. Ook in België kwamen zij in actie. Van Tigchelt: Sinds de aanslagen van 22 maart zijn er in België inderdaad drie van die terroristische incidenten geweest. Op 6 augustus 2016 in Charleroi, waarbij twee politiemensen werden aangevallen. Op 20 juni 2017, toen een man zich wilde laten ontploffen in het Centraal Station van Brussel. Dat mislukte en nadien stormde hij wild af op enkele militairen, die hem doodschoten. En op 25 augustus stormde een Belg van Somalische afkomst met een mes af op drie militairen. Hij had mentale problemen. Mensen die in hun eentje achter hun laptop radicaliseren, zijn moeilijk te monitoren. En toch verlaagt u het dreigingsniveau? Van Tigchelt: Het Kalifaat in Syrië en Irak is verslagen - al wil dat niet zeggen dat het gevaar volledig geweken is. Maar we stellen ook vast dat het nu minder aanlokkelijk wordt voor mensen van hier om aanslagen te plegen in naam van de IS. De aantrekkingskracht van de IS is grotendeels verdwenen. Ook de officiële IS-propaganda is in elkaar geklapt. De laatste editie van het IS-magazine, Rumiyah, dateert van september 2017. Er wordt weliswaar nog propaganda verspreid, maar daar zit weinig nieuws bij. Het gaat om bestaande zaken die gerecycleerd worden, bijvoorbeeld filmpjes die nieuwe ondertitels krijgen. Propaganda van fan boys en fan girls noemen wij dat. En ja, die zitten ook in België. Kortom, nog even en we zijn helemaal verlost van de IS? Van Tigchelt: Let op, dit is geen goednieuwsshow. We gaan niet verkondigen dat er totaal géén dreiging meer uitgaat van de IS of haar sympathisanten, of van het salafistische jihadisme tout court. Dat zou bijzonder dom zijn, want triomfalisme kan een trigger kunnen zijn voor sommigen om het toch maar eens te proberen. Toch is duidelijk dat de dreiging is afgenomen. De laatste aanslag door de IS op Europees grondgebied dateert van 1 oktober 2017, toen een man in Marseille twee jonge vrouwen doodde. Daarvóór zag je in Europa verscheidene terroristische incidenten per maand. Dat is dus teruggevallen. Bovendien lopen bij het OCAD minder zogenaamde leads met ruwe informatie van inlichtingen- en politiediensten binnen. Brussel is een internationale hoofdstad. Beslissen de Amerikaanse CIA en de Duitse Bundesnachrichtendienst mee over het dreigingsniveau? Van Tigchelt: We hebben overlegd met collega's in onze buurlanden en met de Verenigde Staten. We toetsen bij hen af of we niets gemist hebben, en gaan na of ze onze analyse delen. Hebt u politieke druk ondervonden om het dreigingsniveau te verlagen? Van Tigchelt: Ik ben intussen twee jaar aan de slag op het OCAD. Ik kom uit de magistratuur en weet dus wat het woord 'onafhankelijk' betekent. Het OCAD is totaal onafhankelijk in het bepalen van het dreigingsniveau. Werkelijk? U hebt nooit politieke druk gevoeld? Van Tigchelt: Nooit. Ik ben daar ook niet vatbaar voor. Ik besef natuurlijk goed dat onze beslissing gevolgen heeft, dus moet alles weloverwogen gebeuren. We hebben niet het recht om ons te vergissen. In die zin was het dus een moeilijke beslissing. Het makkelijkste zou zijn om het dreigingsniveau gewoon te behouden. Maar het is mijn plicht te streven naar het laagst mogelijke niveau. U steekt hiermee uw nek uit. Wat als er volgende week een aanslag gebeurt? Van Tigchelt: Als ik niet met die druk kan leven, zit ik hier niet op mijn plaats. Even concreet: is ons land nu veiliger? Wat is in de praktijk het verschil tussen niveau 3 en niveau 2? Van Tigchelt: De dreiging daalt van 'mogelijk en waarschijnlijk' naar 'weinig waarschijnlijk'. Dus ja, België is veiliger geworden. Maar we zitten nog altijd niet op niveau 1. Er zitten nog altijd zo'n 140 Belgische strijders in Syrië en Irak. De IS-propaganda is verminderd maar doet nog altijd de ronde. Er zijn nog lopende onderzoeken, splinters of uitlopers van oude plots. Er zijn nog geradicaliseerde personen in ons land. Ook de voedingsbodem voor radicalisering is er nog: het wij-zijdenken, het salafistisch-jihadistische discours, de complottheorieën, het slachtofferdenken... Bovendien zitten er nog geradicaliseerde mensen in onze gevangenissen. Ooit komen die vrij. En natuurlijk is er nog de globale geopolitieke context die niet meteen tot vrolijkheid uitnodigt, zeker niet in het Midden-Oosten. Het valt af te wachten welke nieuwe gedaante het jihadistische moslimextremisme nu zal aannemen. Dan moet je voorzichtig en alert blijven. Wat gebeurt er met de militairen op straat? Van Tigchelt: Daar gaat het OCAD niet over. Wij staan in voor de dreigingsanalyse. Vervolgens doet het Crisiscentrum een risicoanalyse en werkt het samen met de politie en de Nationale Veiligheidsraad concrete maatregelen uit. Maar niet alle militairen zullen uit het straatbeeld verdwijnen, want sommige gevoelige plaatsen - om veiligheidsredenen kunnen we daar niet dieper op ingaan - blijven op niveau 3. Zullen onze lezers überhaupt merken dat het dreigingsniveau is gedaald? Wat bijvoorbeeld met muziekfestivals? Van Tigchelt: Het OCAD maakt elk jaar zo'n 1500 evaluaties van evenementen. Rock Werchter, Tomorrowland, de Ronde van Vlaanderen, een pensenkermis... We bekijken dat allemaal geval per geval. Je ziet dat er voor grote evenementen een veiligheidscultuur is gegroeid. Je kunt niet meer met een rugzak het stadion binnen als je naar de Rode Duivels gaat kijken. Die maatregel kost niet veel, vraagt weinig moeite maar verhoogt wel de veiligheid van de burger. Verandert er dan helemaal niets door niveau 2? Van Tigchelt: Sommige dingen zullen minder rigide gebeuren, maar ik spreek niet over concrete maatregelen. Het debat focust nogal op de militairen, omdat zij natuurlijk de meest zichtbare maatregel zijn van niveau 3. Maar voor mij is dat niet het belangrijkste - al denken we wel dat de militairen op straat hun nut hebben bewezen. De appreciatie voor hen is terecht. Kijk, het is niet omdat de dreiging vermindert, dat het beleid dat de voorbije jaren is ontwikkeld in de vuilnisbak moet. De Lokale Task Forces en Lokale Integrale Veiligheidscellen hebben hun nut bewezen. We mogen daar niet mee stoppen. België hád gewoon geen veiligheidscultuur. Tot vier jaren geleden kon je in dit land het parlement rustig in- en uitwandelen. Idem voor gerechtshoven en politiecommissariaten. Je kunt dat betreuren, maar sommige maatregelen waren noodzakelijk. Die veiligheidscultuur is er nu wel, en die moeten we behouden. Met zin voor proportionaliteit en met respect voor de democratische rechtsstaat, dat wel. Tussen ons: hoeveel aanslagen zijn er vermeden dankzij niveau 3? Van Tigchelt: Van mij zult u nooit horen dat er x aantal aanslagen zijn vermeden. Ik kan wel zeggen dat er tussenbeide is gekomen in dossiers waarvan er geloofwaardige aanwijzingen waren dat gearresteerde personen terroristische bedoelingen hadden. Maar dan nog kun je niet met zekerheid zeggen dat ze werkelijk tot de daad zouden zijn overgegaan. Het federaal parket kiest meer en meer voor disruptie. Je kunt niet vroeg genoeg tussenbeide komen. Heeft het OCAD nog zicht op de Belgische strijders in Syrië en Irak? Van Tigchelt: Wat we weten, is dat er 413 strijders uit België in de jihadistische conflictzone zijn geweest. Volgens onze databank zijn er 123 teruggekeerd en zijn er 132 gestorven. Al zijn er ongetwijfeld veel meer gesneuveld zonder dat we het weten - en we zullen er nooit meer iets over horen. En weten we waar die pakweg 140 overblijvende Syriëstrijders nu zijn? Van Tigchelt: Het is moeilijk om daar een juist zicht op te hebben. De overlevenden zitten wellicht verspreid in het grensgebied van Syrië en Irak. Ze kunnen ook uitgezwermd zijn. Af en toe duikt er iemand op, zoals de vrouw uit Beringen die begin januari in Turkije werd gearresteerd. In ieder geval is de massale terugkeer die zo lang was voorspeld, maar waarin wij nooit hebben geloofd, er nooit gekomen. Komt die er nog? Van Tigchelt: Nee. In 2017 telden we amper vijf terugkeerders: vier vrouwen en een man. En ze hadden acht kinderen bij zich. Ze keren niet terug met terroristische bedoelingen - toch niet op het eerste gezicht. Het gaat, zonder het te minimaliseren, soms om intrieste verhalen. Van vrouwen, soms meisjes, die daar bevallen zijn. Kinderen ziek. Compleet gedegouteerd. Psychisch helemaal van de kaart. Het noorden kwijt. Hoeveel Belgische kinderen zijn er nog ter plekke? Van Tigchelt: Boven op die circa 140 Syriëstrijders gaat het om nog eens 140 kinderen onder de twaalf jaar in Syrië en Irak die een band hebben met België. Naar schatting 105 van hen zijn daar geboren. De vraag is natuurlijk: hoe controleer je of die kalifaatbaby's echt kinderen van Belgische strijders zijn? Van Tigchelt:Afstamming bewijzen is een moeilijke procedure. Geboorteattesten hebben ze natuurlijk niet bij zich, maar DNA-tests kunnen soelaas bieden. In Irak geldt de doodstraf. Welk beleid voert België tegenover zijn burgers die als strijder naar het Kalifaat trokken? Van Tigchelt: De regering heeft beslist dat kinderen onder de tien jaar het recht hebben om terug te keren. Voor Belgen die een Belgische ambassade kunnen bereiken, zal Buitenlandse Zaken het nodige doen. België is natuurlijk gebonden aan het internationale recht. Dat stelt dat een land het recht heeft om mensen die daar misdrijven hebben gepleegd te vervolgen. Concreet: wat gebeurt er met Syriëstrijders eens ze voet op Belgische bodem zetten? Van Tigchelt: Voor de minderjarigen geldt het jeugdbeschermingsrecht. Op vordering van het jeugdparket neemt de jeugdrechter beslissingen. In Vlaanderen worden dan de nodige maatregelen uitgerold door het Vlaams Agentschap Jongerenwelzijn. Voor de meerderjarigen geldt de strafrechtelijke aanpak. Per definitie worden ze internationaal opgespoord. Eens ze hier opduiken, vaak met het vliegtuig vanuit Turkije, worden ze opgewacht door de gerechtelijke politie en worden ze in de boeien geslagen. Dan gaan ze naar de onderzoeksrechter, die hen al dan niet aanhoudt. Verdwijnen ze lang achter de tralies? Van Tigchelt: Het zijn niet allemaal massamoordenaars die een gevangenisstraf van 30 jaar of langer riskeren. De meesten hebben louter deel uitgemaakt van een terroristische groepering. Daar staan straffen op, maar niet levenslang. Vroeg of laat komen ze vrij. Dus moeten wij met die mensen werken, met het oog op hun re-integratie. Dan heb je een aanpak nodig die begint in de gevangenis. Dat blijkt geen sinecure. De krant De Tijd berichtte recent over wantoestanden. Zelfs in zwaarbeveiligde afdelingen werd een gsm gevonden. Van Tigchelt: Een gevangenis hermetisch afsluiten van de buitenwereld? Dat kan in de boekskes en in de film, maar in de praktijk is het moeilijk. Een gevangenis - of ze nu in België, de VS of in Irak staat - is een plaats waar mensen niet graag zitten en waar de overheid de vijand is. Het wij-zijdenken wordt er alleen maar versterkt. Het is bij uitstek een plaats waar radicale ideeën kunnen gedijen. Maar de overheid neemt haar verantwoordelijkheid. Ze probeert er inlichtingen in te winnen. Het gevangeniswezen heeft de Cel Extremisme opgericht, die nauw samenwerkt met het OCAD.In 2018 komen verscheidene mensen vrij die veroordeeld waren wegens terrorisme. Wat nu? Van Tigchelt: Het is algemeen bekend dat mensen die in de gevangenis hebben gezeten in bepaalde milieus als helden worden ontvangen. Dat hoeft geen rampscenario te zijn, maar het betekent wel dat de diensten daar veel werk mee zullen hebben. Zal het ooit lukken om iedereen te deradicaliseren? Van Tigchelt: Voor diehard ideologen is deradicalisering een mythe. Het hoogst bereikbare bij hen is disengagement: ze blijven hun ideologie trouw, maar zweren het geweld af. Nu we het over diehards hebben: het OCAD houdt een databank bij van haatpredikers. Hoeveel zijn het er? Van Tigchelt: 76. Het aantal evolueert, al breidt het niet exponentieel uit. Om als haatpropagandist te worden beschouwd, gelden bepaalde criteria. Niet elke problematische prediker is per definitie ook een haatpropagandist. We associëren het OCAD met de evaluatie van het jihadisme, maar onderzoeken jullie ook andere dreigingen? Van Tigchelt: Een paar maanden geleden werden we geconfronteerd met de anarchistische dreiging. Anarchisten viseerden Christine Lagarde, topvrouw van het Internationaal Monetair Fonds, en de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble. Dat leidde bij ons tot niveau 3 voor bepaalde Europese instellingen in Brussel. De dreiging die uitgaat van de Conspiracy of Cells of Fire (Griekse anarchistische organisatie, nvdr.) is natuurlijk van een andere soort dan de dreiging die uitgaat van de IS. Explosieven en wapens: dat doen de anarchisten niet. Zij maken veeleer gebruik van bombrieven. Er gaat dus wel een dreiging vanuit - niet gericht tegen soft targets maar tegen instellingen. Zijn er ook Belgen bij betrokken? Van Tigchelt: We hebben in België een anarchistisch milieu, zoals we ook een extreemrechts milieu hebben. Maar de anarchisten handelen niet gegroepeerd. Ze zullen ook nooit iets opeisen als ze iets doen. Dat maakt het moeilijk om ze in kaart te brengen. In de herfst werd er brand gesticht bij drie bedrijven uit de defensie-industrie. Was dat ook het werk van anarchisten? Van Tigchelt: In Genk, Mechelen en Herstal zijn inderdaad op korte termijn drie bedrijven in brand gestoken die direct of indirect gelinkt zijn aan de productie van wapens. Dan dient de vraag zich aan of er een link is tussen de feiten. Maar je moet uitkijken met overhaaste conclusies. Er zijn ook incidenten geweest met elektrische installaties en installaties van Proximus. Dat kan vandalisme, anarchisme of georganiseerde criminaliteit zijn. Maakt u zich net als federaal procureur Frédéric Van Leeuw zorgen over radicalisering binnen de Turkse gemeenschap? Van Tigchelt: We zien dat nog niet in de praktijk. Maar feit is dat de Turkse kwestie (de koers van president Recep Tayyip Ergdogan, nvdr.) aanleiding geeft tot polarisering, al was het maar binnen de Turkse gemeenschap zelf. De interne Turkse kwesties worden voor een stuk hier vertaald, ja. Dat wordt inderdaad opgevolgd met het oog op openbare orde én radicalisering. We zien ook dat de Turkse Diyanet (het overheidsorgaan dat een aantal moskeeën aanstuurt, nvdr.) wat meer de klemtoon legt op het religieuze. Dat zijn de polariserende krachten die spelen. Durft u nog optimistisch te zijn? Van Tigchelt: We zakken nu naar dreigingsniveau 2, maar onze democratie en onze samenleving zijn daarmee niet gered. Er spelen nog krachten, zowel in het Midden-Oosten als in het Westen, die erop gericht zijn de democratie te ondermijnen. Maar wanneer mijn kinderen vragen: 'Papa, ben je optimistisch?' dan antwoord ik 'ja'. Want het fijne is dat we dat zelf in de hand hebben. Niet de bommen in Raqqa of Mosul zullen ons redden, maar wel wat wij hier doen. Wij zijn de enigen die onszelf kunnen redden. Dat klinkt bijna als een slogan van de Bond zonder Naam. Van Tigchelt: Zolang wij onze democratische, verlichte waarden blijven uitdragen en beleven, maakt het terrorisme geen kans. Er zijn negatieve, polariserende krachten, maar tegelijkertijd hebben we nog nooit zoveel positieve krachten gezien. Dat meen ik echt. Oók in de moslimgemeenschap, die helaas zo geviseerd wordt.