Obesitas of zwaarlijvigheid is al jaren een bekend probleem, maar het neemt nog altijd toe in de Westerse wereld. Zestig procent van de bevolking in de Oeso-landen lijdt aan overgewicht, een kwart is obees. Dit kost de Oeso-landen gemiddeld 8,4 procent van hun totale gezondheidsbudget. Zwaarlijvigheid is de volgende drie decennia verantwoordelijk voor bijna 92 miljoen vroegtijdige overlijdens in de Oeso-landen. Het leidt tot een lagere levensverwachting (bijna drie jaar minder tegen 2050), geeft aanleiding tot slechtere schoolprestaties en meer absenteïsme op het werk. De Oeso merkt op dat elke cent die uitgegeven wordt om obesitas te bestrijden, zichzelf zes keer terugverdient. België scoort in verschillende Oeso-statistieken rond zwaarlijvigheid iets beter dan gemiddeld. Obesitas komt hier iets minder voor dan elders, al doen Frankrijk en Nederland het nog beter. Bij kinderen scoort België dan weer beter dan de buren. Ook blijft de impact van zwaarlijvigheid op de levensverwachting tegen 2050 in ons land beperkt tot iets meer dan twee jaar. Vooral de Oost-Europese landen scoren hier een pak slechter. Koploper is Mexico, met een daling van de levensverwachting met meer dan vier jaar. Ook het effect op het bruto binnenlands product ligt in België (minder dan 3 procent) lager dan het Oeso-gemiddelde van 3,3 procent. Aan de andere kant lopen de kosten van zwaarlijvigheid in België meer op dan gemiddeld. De uitgaven in de Oeso-zone bedragen gemiddeld 209 dollar per capita per jaar, tegen bijna 300 dollar in ons land. In Nederland en Duitsland ligt de kost nog hoger. Nog opmerkelijk: meisjes met een normaal gewicht hebben 27 procent meer kans op goede schoolprestaties in België dan hun klasgenoten met obesitas. Samen met Frankrijk scoort België hier het slechtst. Algemeen geldt dat hoe lager het inkomen, hoe hoger de kans op obesitas. Ook hier staat België bovenaan: bij mannen uit de laagste inkomensgroep is de kans op zwaarlijvigheid meer dan dubbel zo hoog. (Belga)