De vouchers werden in het leven geroepen aan het begin van de coronapandemie. Consumenten van wie de reis werd geannuleerd, konden er later een nieuwe reis mee boeken. Op die manier wilde men vermijden dat reisbureaus over de kop zouden gaan omdat ze geannuleerde reizen massaal moesten terugbetalen. De vouchers waren een jaar geldig om een nieuwe reis te boeken. Wie dat dan nog niet gedaan had, kon zijn geld terugvragen. De reisorganisator had dan zes maanden de tijd om de klant terug te betalen. De eerste reisvouchers moesten dus ten laatste in september terugbetaald worden. Nu blijkt dat ongeveer de helft van de coronavouchers nog niet is gebruikt voor een nieuwe reis, of naar schatting voor 135 miljoen euro. Een aanzienlijk bedrag dus dat de reisorganisatoren moeten terugbetalen. Om dat mogelijk te maken, lanceert de federale regering een coronavoucherbank. De reisorganisatoren kunnen een lening aangaan bij de staat om hun klanten terug te betalen. Ze kunnen maximaal 3 miljoen euro lenen en maximaal 80 procent van het totaalbedrag aan vouchers. Ze mogen het geld ook alleen gebruiken om de openstaande tegoedbonnen terug te betalen en ze moeten de bedragen rechtstreeks overmaken aan de consument. De leningen hebben een jaarlijkse rentevoet van 3 procent en moeten binnen de vijf jaar worden terugbetaald. Reisorganisatoren die zich tot de coronavoucherbank willen wenden, moeten dat ten laatste op 16 november laten weten aan de federale overheidsdienst Economie. Die zal tegen begin december een beslissing nemen en uiterlijk op 31 december zullen de geleende bedragen uitbetaald worden. De staatslening, waarvoor 210 miljoen euro is uitgetrokken, is een initiatief van minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V), minister voor Economie en Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) en staatssecretaris De Bleeker. "Met de oplossing van de staatslening verzekeren we de consument van een correcte terugbetaling en geven we financiële zuurstof aan reisorganisatoren", stelde De Bleeker. "Ik denk daarbij vooral aan de kleine, zelfstandige reiskantoren, die hun persoonlijke financiën aanspraken om hun bedrijf te doen overleven." (Belga)

De vouchers werden in het leven geroepen aan het begin van de coronapandemie. Consumenten van wie de reis werd geannuleerd, konden er later een nieuwe reis mee boeken. Op die manier wilde men vermijden dat reisbureaus over de kop zouden gaan omdat ze geannuleerde reizen massaal moesten terugbetalen. De vouchers waren een jaar geldig om een nieuwe reis te boeken. Wie dat dan nog niet gedaan had, kon zijn geld terugvragen. De reisorganisator had dan zes maanden de tijd om de klant terug te betalen. De eerste reisvouchers moesten dus ten laatste in september terugbetaald worden. Nu blijkt dat ongeveer de helft van de coronavouchers nog niet is gebruikt voor een nieuwe reis, of naar schatting voor 135 miljoen euro. Een aanzienlijk bedrag dus dat de reisorganisatoren moeten terugbetalen. Om dat mogelijk te maken, lanceert de federale regering een coronavoucherbank. De reisorganisatoren kunnen een lening aangaan bij de staat om hun klanten terug te betalen. Ze kunnen maximaal 3 miljoen euro lenen en maximaal 80 procent van het totaalbedrag aan vouchers. Ze mogen het geld ook alleen gebruiken om de openstaande tegoedbonnen terug te betalen en ze moeten de bedragen rechtstreeks overmaken aan de consument. De leningen hebben een jaarlijkse rentevoet van 3 procent en moeten binnen de vijf jaar worden terugbetaald. Reisorganisatoren die zich tot de coronavoucherbank willen wenden, moeten dat ten laatste op 16 november laten weten aan de federale overheidsdienst Economie. Die zal tegen begin december een beslissing nemen en uiterlijk op 31 december zullen de geleende bedragen uitbetaald worden. De staatslening, waarvoor 210 miljoen euro is uitgetrokken, is een initiatief van minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V), minister voor Economie en Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) en staatssecretaris De Bleeker. "Met de oplossing van de staatslening verzekeren we de consument van een correcte terugbetaling en geven we financiële zuurstof aan reisorganisatoren", stelde De Bleeker. "Ik denk daarbij vooral aan de kleine, zelfstandige reiskantoren, die hun persoonlijke financiën aanspraken om hun bedrijf te doen overleven." (Belga)