Vandaag omstreeks 16 uur bedroegen de 24-uurgemiddelde fijnstofconcentraties voor PM10 en PM2.5 respectievelijk 51 en 36 microgram per kubieke meter lucht. De drempelwaarden om de bevolking te informeren in de drie gewesten liggen op 50 microgram per kubieke meter voor PM10 of 35 microgram per kubieke meter voor PM2.5. In Brussel en Wallonië werd de drempel net niet overschreden, maar IRCEL verwacht dat dit de komende uren wel het geval zal zijn. De hoge fijnstofconcentraties worden veroorzaakt door de uitstoot van primair fijn stof (onder andere dieselroet, fijn stof afkomstig van houtverbranding) en precursoren van secundair fijn stof, in combinatie met ongunstige meteorologische omstandigheden zoals weinig of geen wind en een stabiele atmosfeer. Ook andere bronnen van luchtvervuiling zoals gebouwenverwarming (houtverbranding), industrie en landbouw zorgen bij ongunstige weersomstandigheden voor verhoogde fijnstofconcentraties. Mensen die bijzonder gevoelig zijn voor luchtvervuiling (jonge kinderen, ouderen, mensen met COPD of met hart- en vaatziekten) doen best geen ongewone lichamelijke inspanningen. Door de kleine afmeting van fijnstofdeeltjes, met een diameter kleiner dan een honderdste van een millimeter, kunnen ze gemakkelijk overal binnendringen. De concentraties ervan zijn binnenshuis overigens niet significant lager dan in de buitenlucht, aldus IRCEL. (Belga)

Vandaag omstreeks 16 uur bedroegen de 24-uurgemiddelde fijnstofconcentraties voor PM10 en PM2.5 respectievelijk 51 en 36 microgram per kubieke meter lucht. De drempelwaarden om de bevolking te informeren in de drie gewesten liggen op 50 microgram per kubieke meter voor PM10 of 35 microgram per kubieke meter voor PM2.5. In Brussel en Wallonië werd de drempel net niet overschreden, maar IRCEL verwacht dat dit de komende uren wel het geval zal zijn. De hoge fijnstofconcentraties worden veroorzaakt door de uitstoot van primair fijn stof (onder andere dieselroet, fijn stof afkomstig van houtverbranding) en precursoren van secundair fijn stof, in combinatie met ongunstige meteorologische omstandigheden zoals weinig of geen wind en een stabiele atmosfeer. Ook andere bronnen van luchtvervuiling zoals gebouwenverwarming (houtverbranding), industrie en landbouw zorgen bij ongunstige weersomstandigheden voor verhoogde fijnstofconcentraties. Mensen die bijzonder gevoelig zijn voor luchtvervuiling (jonge kinderen, ouderen, mensen met COPD of met hart- en vaatziekten) doen best geen ongewone lichamelijke inspanningen. Door de kleine afmeting van fijnstofdeeltjes, met een diameter kleiner dan een honderdste van een millimeter, kunnen ze gemakkelijk overal binnendringen. De concentraties ervan zijn binnenshuis overigens niet significant lager dan in de buitenlucht, aldus IRCEL. (Belga)