Lula, die van 2003 tot 2010 staatshoofd was, zit in de gevangenis van Curitiba sinds april 2018 al een celstraf van 12 jaar en 1 maand uit voor corruptie en witwassen van geld. Hij had van het bouwconcern OAS een appartement in de kuststad Guarujá gekregen, in ruil voor enkele contracten bij het staatsoliebedrijf Petrobras. De nieuwe zaak draait om renovatiewerken ter waarde van ongeveer 1 miljoen real (240.000 euro) die de bedrijven Odebrecht en OAS uitvoerden in een buitenverblijf in Atibaia, een gemeente in de deelstaat São Paulo. De woning stond op naam van een zoon van een vriend van Lula, maar de oud-president nam er in 2010 met zijn familie tijdelijk zijn intrek. Hoewel Lula dus zelf niet de eigenaar was, oordeelde Hardt wel dat hij voordeel had gehaald uit de renovaties. Hij bezorgde ook hierbij Odebrecht en OAS in ruil contracten bij Petrobras. Behalve Lula veroordeelde de federale rechter ook meerdere zakenmannen, onder wie de voormalige voorzitter van OAS José Adelmario Pinheiro Neto (1 jaar en 7 maanden cel), patriarch van de Odebrecht-groep Emilio Odebrecht (3 jaar en 3 maanden cel) en zijn zoon Marcelo Odebrecht (5 jaar en 4 maanden cel). (Belga)