James Peebles krijgt de prijs "voor theoretische ontdekkingen in fysische kosmologie". Zijn inzichten in dat domein hebben "het volledige onderzoeksveld verruimd" en een "fundering gelegd voor de transformatie van de kosmologie in de laatste vijftig jaar, van speculatie naar wetenschap", zegt de KVA. "Zijn theoretisch kader, ontwikkeld sinds de midden jaren 1960, is de basis van onze hedendaagse ideeën over het universum." Peebles bestudeerde met name de kosmische achtergrondstraling - die vrijkwam bij de oerknal - en slaagde erin om aan de hand van theoretische tools en berekeningen die straling te interpreteren en zo nieuwe fysische processen te ontdekken. "Het resultaat toonde ons een universum waarin slechts 5 procent van zijn inhoud bekend is, de materie waaruit sterren, planeten, bomen en wij, gemaakt zijn. De rest, 95 procent, is onbekende donkere materie en donkere energie", legt de KVA uit. Michel Mayor en Didier Queloz krijgen de Nobelprijs dan weer "voor de ontdekking van een exoplaneet die zich in een baan beweegt rond een zonachtige ster". In oktober 1995 maakten ze hun ontdekking van exoplaneet 51 Pegasi b - een Jupiterachtige gasreus - bekend. Het ging om de eerste planeet die ontdekt werd in een baan om een zonachtige ster. "Deze ontdekking ontketende een revolutie in de astronomie en sindsdien zijn 4.000 exoplaneten gevonden in de Melkweg", aldus de KVA. "Vreemde nieuwe werelden met verschillende afmetingen, vormen en banen, worden op dit moment nog steeds ontdekt. Ze dagen onze opvattingen over planetaire systemen uit en verplichten wetenschappers om hun theorieën over de fysische processen achter de herkomst van planeten te herzien." Aan de Nobelprijs voor Natuurkunde hangt een bedrag van 9 miljoen Zweedse kroon (ongeveer 830.000 euro) vast. Daarvan gaat dus de helft naar Peebles en de andere helft naar Mayor en Queloz. (Belga)