De nieuwste resultaten van de PISA-test zijn ronduit ontnuchterend. De ontegensprekelijk negatieve spiraal waarin ons onderwijs zich nu al jaren bevindt, neemt hallucinante proporties aan. Vooral de snelheid van de achteruitgang, of eigenlijk zelfs de teloorgang, van ons onderwijsniveau slaat nu bijna iedereen met verstomming. Of zou dat toch moeten doen.

Historische cijfers

De nieuwste resultaten van de PISA-testen zijn op meerdere vlakken historisch te noemen. Helaas wordt het etiket 'historisch' verdiend omwille van negatieve redenen. Zo vallen onze leerlingen voor de allereerste keer ooit uit de top 10 van de OESO-landen op vlak van leesvaardigheid. Daarbij geldt dan nog dat 19% van onze leerlingen het minimumniveau voor lezen niet eens haalt. Bijna een op vijf van de Vlaamse leerlingen zijn dus niet eens in staat om de belangrijkste elementen uit een tekst te halen. Men kan zich nog schouderophalend afvragen of dit eigenlijk zo erg is. Stel je voor dat iemand zich in een situatie bevindt waarin iemand onwel wordt en het gebruik van een AED-toestel nodig is. Je zal dan maar moeten geholpen worden door een persoon die niet in staat is om de instructies op het AED-toestel te begrijpen! Gelukkig voor de potentiële persoon in nood worden steeds vaker pictogrammen toegevoegd om dat euvel te vermijden.

De slechte PISA-resultaten komen niet als een donderslag bij heldere hemel.

Een ander historisch element uit de cijfers is het feit dat Vlaanderen voor het eerst de koppositie voor wiskunde kwijt is binnen de Europese landen. We halen toch nog steeds de top drie, zullen sommigen nu tegenwerpen. Inderdaad, maar de conclusie is ook hier beenhard: sinds 2003 daalde het aantal toppresteerders voor wiskunde in Vlaanderen met 15%. In geen enkel ander land uit de test daalde dit cijfer zo hard. Ook dit is dus een historische prestatie die we ons mogen toekennen.

Daarnaast zijn ook de evoluties van de resultaten historisch te noemen. Zo stelt het resultaat dat "Gemiddeld overheen de OESO-landen veranderde de score voor leesvaardigheid niet significant tussen 2009 en 2018". Voor Vlaanderen geldt echter een daling van 17 punten tussen 2009 en 2018 voor de gemiddelde score voor leesvaardigheid. Slechts zes andere landen doen slechter.

Op het vlak van wiskundige geletterdheid is er eveneens een historische daling met 35 punten. Hier doet slechts een ander land het nog slechter.

Tot slot is er nog de daling van het aantal toppresteerders op het vlak van wiskundige geletterdheid. Hierin zijn we echt wereldtop: geen enkel land kent zo'n grote daling als Vlaanderen.

We hebben dus een gans gamma aan historische resultaten die zouden moeten leiden tot een ongeziene hysterie: er zijn nu zwart op wit objectieve bewijzen dat we een ganse generatie jongeren niet het niveau van onderwijs bieden waar ze recht op hebben.

Enige nuance (?)

Uiteraard zullen sommigen deze cijfers graag nuanceren. Voor hen zal ik waarschijnlijk niet meer zijn dan een onheilsprofeet, een vox clamantis in deserto om het met Bijbelse bewoordingen te zeggen, of een negatieveling met agressief taalgebruik om de omschrijving van mijn persoon door een niet-nader genoemd schepen te citeren.

Inderdaad, er worden nog meer landen geconfronteerd met een achteruitgang in prestaties. Vlaanderen is niet het enige zwart gat in een universum van onderwijskundige prestaties. Zoiets beweer ik ook niet.

Het zijn echter steeds dezelfde educatieve kwakzalvers die de negatieve tendensen nu al jaren trachten te nuanceren. Steeds opnieuw draven dezelfde figuren op om toch te wijzen op de gewijzigde omstandigheden, of op het feit dat leerlingen nu eenmaal anders leerstof verwerken dan vroeger. Zij moeten natuurlijk hun grijsgedraaide plaat nogmaals laten horen. Zij zijn het immers die veelal mee aan de oorsprong liggen van de complete instorting van ons onderwijsniveau. Zij waren het namelijk die het klassieke onderwijsleergesprek of het doceren in de ban van de educatieve kerk sloegen en als ware pedagogische inquisiteurs jacht maakten op leerkrachten die het lef hadden zoiets toch nog toe te passen. Zo'n leerkrachten werden door hen dan gebrandmerkt als aftandse fossielen, educatieve dinosaurussen en niet net op de brandstapel van het pedagogisch-didactisch correcte denken geplaatst.

O wee wanneer men geen hoekwerk toepast. O wee wanneer men vakinhoudelijke eisen durft te stellen aan leerlingen. O wee wanneer men niet het (schijn)heilig evangelie der speelse en leuke les aanhangt. O wee wanneer men het afgodsbeeld der vaardigheden niet aanbidt. O wee wanneer men zich als leerkracht niet tot educatieve clown laat degraderen.

In al deze gevallen stonden en staan de genadeloze bloedhonden van de pretpedagogie klaar om geruggensteund vanuit de ivoren onderwijskoepels de aanval te openen op de vermetele leerkrachten die vasthielden en -houden aan de in hun ogen ketterij der kennis en hen met alle zonden Israëls te overladen. Wanneer deze pedagoochelaars dus de pedagogisch-didactische passie preken, onderwijs let op uw niveau.

Het zou uiteraard oneerlijk zijn om de ganse schuld van de teloorgang van ons onderwijsniveau (en misschien zelfs van ons onderwijs tout court) in hun schoenen te schuiven. De beleidsmakers dragen een even verpletterende verantwoordelijkheid in dit verhaal. De politieke beleidsvoerders hebben immers jarenlang de kop in het zand gestoken en zich laten opjagen door een aantal fel gepropageerde waanbeelden. Hierdoor hebben zij oogluikend toegestaan dat de pretpedagogie zich als een vergif in ons onderwijs kon verspreiden. Hierdoor werden de fundamenten van ons ooit hoogstaand onderwijs beetje bij beetje aangetast. In dit opzicht doen zij denken aan de parabel der blinden geschilderd door Bruegel: verschillende blinden leiden elkaar en komen onherroepelijk ten val in een gracht.

Bijkomend vonden de verantwoordelijke politici (dit gaat ruimer dan de bevoegde ministers want beslissing worden op Vlaams niveau collegiaal genomen waardoor iedere partij die ooit deel uitmaakte van een coalitie een deel van de verantwoordelijkheid draagt) het steevast nodig om aan ons onderwijs te sleutelen. Het liefst gebeurde dit uiteraard met een grote hervorming om vanuit een of andere eerzucht een electorale trofee binnen te halen. Partijen kondigden daarbij zonder verpinken of blozen vernieuwingen aan die lijnrecht ingingen tegen de eerder door hen bevolkte coalities waren ingevoerd. Ieder ander mens zou in zo'n geval met hoogrode kaken in schaamte het hoofd buigen. Niet zo met de beleidvoerders: zij durfden zonder verpinken zichzelf tegenspreken alvorens over te gaan tot de orde van de dag. Zelfs uit puur electoraal gewin of louter ter geruststelling van de eigen achterban haalden zij kunstgrepen uit op ons onderwijs waarvan zelfs een blinde kon zien dat deze tot falen gedoemd waren.

Zodanig werden eerst onze leerkrachten geofferd aan de de valse profeten van het evangelie der leuke les en vervolgens werden nog eens onze leerlingen geofferd op het altaar van het politiek gewin door kortzichtige beleidvoerders.

En nu?

Een ding is dus duidelijk: wanneer we nu zien wie er allemaal gealarmeerd is door de resultaten, kan men daar enkel meewarig het hoofd om schudden. De huidige slechte cijfers zijn immers geen donderslag bij heldere hemel. Reeds vele jaren horen wij aan de onderwijskundige horizon het gerommel van naderend onweer. Reeds vele jaren voelen wij de nattigheid van de druppels die wijzen op een naderende storm in ons onderwijslandschap. De vele voortekenen van de teloorgang van ons onderwijs waren duidelijk voor iedereen die deze wilde zien: de resultaten van tal van testen gingen in dalende lijn. Helaas kozen de beleidvoerders en pedagoochelaars ervoor om net zoals de inwoners van Pompeii de voortekenen naast zich neer te leggen. Net zoals de inwoners van Pompeii en omgeving staat men nu verwonderd te kijken naar de ramp: de uitbarsting van de Vesuvius in Pompeii in het jaar 79 voor de oude Romeinen en de totale teloorgang van ons onderwijs vandaag de dag.

Er zullen diepgaande en weloverwogen maatregelen nodig zijn om ons onderwijs in ere te (proberen) herstellen. Laat ons hier niet flauw over doen: het is verre van zeker dat we hierin zullen slagen. Een negatieve spiraal die is ingezet is immers slechts zeer moeilijk te keren.

Daarnaast moeten we ons ook afvragen of onze beleidsmakers bereid zijn doortastend op te treden. Gaan zij in staat zijn om aan de sirenenzang, de lokroep der valse educatieve profeten te weerstaan? We hebben in deze nood aan beleidsmakers die er niet voor terug deinzen kordaat en weloverwogen op te treden, aan beleidsmakers die wars van ideologie pragmatisch kunnen handelen, aan beleidsmakers die los van ieder electoraal gewin het partijpolitieke spel kunnen overstijgen, kortom aan beleidsmakers die ageren voor al onze leerlingen en leerkrachten.

Laat ons onze beleidsmakers het voordeel van de twijfel gunnen en geloven dat zij met weloverwogen oplossingen komen die ons onderwijs geven waar het nood aan heeft: gezond verstand. Enkel op die manier kunnen we vermijden dat het beeld van kwalitatief onderwijs definitief tot het verleden behoort en een vage herinnering wordt die deel uitmaakt van de toekomstige Vlaamse Canon. Laat ons dus, dames en politici, er alles aan doen zodat we binnen een aantal jaren niet met weemoed moeten terugdenken aan de tijd dat het onderwijs in Vlaanderen echt top was, maar dat we kunnen zeggen dat we erin geslaagd zijn ons onderwijs opnieuw echt top te maken. De bal ligt in jullie kamp, dames en heren politici, de toekomstige generaties rekenen op jullie.

Stijn Van Hamme (1985) stapte na het behalen van zijn licentiaatsdiploma Romaanse Talen in het onderwijs. Hij gaf les in verschillende vakken aan leerlingen van de eerste, tweede en derde graad van het secundair onderwijs in verscheidene scholen in Vlaanderen, zowel in aso, tso als bso. Daarnaast was hij gedurende enige tijd lector in het hoger onderwijs. Sinds september 2015 werkt hij als praktijkassistent aan de UGent, waar hij Frans geeft in de opleiding Bestuurskunde en Publiek Management. Zijn boek 'Scholen laten schitteren' verschijnt bij Beefcake Publishing.