Opinie

Pieter De Gryse

‘Nieuwkomers op onze arbeidsmarkt hebben baat bij periode in de sociale economie voor ze het reguliere circuit intrekken’

Pieter De Gryse sociaal ondernemer en directeur van sociale economiebedrijf Groep Weerwerk.

‘Er is een copernicaanse omwenteling nodig in de manier waarop we naar maatwerkbedrijven en sociale economie kijken’, schrijft Pieter De Gryse, directeur van Groep Weerwerk.

In de recente geschiedenis werd vanuit werkgeverskringen nog nooit zo reikhalzend uitgekeken naar een vluchtelingenstroom als bij deze vreselijke Oekraïense oorlog. “Wanneer komen ze? Waar kunnen we ze vinden?” klonk het opgewonden vanaf begin maart.

Ook bij de zogenaamde ‘maatwerkbedrijven’ – beter bekend als de “beschutte en sociale werkplaatsen” – was de interesse meteen gewekt. Ook wij ondervinden meer dan ooit de krapte op de arbeidsmarkt. Vacatures voor omkaderingsmedewerkers staan veel langer open dan vroeger. En de instroom van medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt droogt op – in de ene regio duidelijker dan in de andere. Van alle kanten wordt aan arbeidskrachten getrokken – vanuit de reguliere economie, vanuit de interimsector, vanuit de maatwerkbedrijven. Mensen die vroeger door VDAB of OCMW richting sociale economie gestuurd werden, gaan nu rechtstreeks de reguliere economie in.

Intussen verwachten we in de sociale economie quasi nul instroom van Oekraïense vluchtelingen. Degenen die aan het werk willen en kunnen, zullen rechtstreeks het reguliere circuit instromen.

Gemiste kans

Het beleid mist hier duidelijk een kans. Nieuwkomers op onze arbeidsmarkt hebben baat bij een periode in de sociale economie voor ze het reguliere circuit intrekken. Oekraïners evengoed als Syriërs, Afghanen of gezinsherenigers uit Turkije of Marokko.

In een maatwerkbedrijf kunnen ze onder intense begeleiding de arbeidscultuur in Vlaanderen leren kennen: wat zijn de geschreven en ongeschreven regels? Ze kunnen hun taalniveau op de werkvloer opkrikken. Ze kunnen ontdekken wat voor hen een realistisch jobdoelwit is.

Er is een copernicaanse omwenteling nodig in de manier waarop we naar maatwerkbedrijven en sociale economie kijken. De focus ligt nu eenzijdig op maatwerkbedrijven als instrument om één doelgroep te bedienen, namelijk personen die een ticket ‘maatwerk’ krijgen van VDAB.

De realiteit is dat veel maatwerkbedrijven daar al lang voorbij zijn en personen in allerlei statuten bedienen: arbeidszorgers met een ticket Arbeid (WSE) of Welzijn (WVG), leefloners in artikel 60 traject, reguliere arbeiders, personen met een Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP), stagiairs in allerlei statuten, vrijwilligers, enzovoort. Vanaf 2023 komen daar ook de individuele maatwerkers bij, en voormalige werknemers van lokale diensteneconomiebedrijven.

Onbenut potentieel

Maatwerkbedrijven zouden door het beleid beschouwd moeten worden als een ‘(tijdelijke) werkplek met gespecialiseerde collectieve begeleiding’. Een plek waar omkaderingsmedewerkers werken die specialist zijn in het intensief begeleiden van werknemers die nog niet klaar zijn voor een job onder niet-intensieve begeleiding. Een plek waar een cultuur heerst van kansen, van groeien, van gelijkheid, van jezelf kunnen zijn, van ontdekken waar je goed in bent, van je eigen grenzen en mogelijkheden ontdekken.

Een plek ook die door veel mensen ervaren wordt als ‘beschermend’. Hoewel ook in de sociale economie werkdruk wordt opgelegd en de kwaliteit voor de klant even hoog moet zijn als in de reguliere sector, slagen wij er in om werknemers niet het gevoel te geven dat zij constant onder druk staan en afgerekend worden op hun presteren.

Vanuit dat perspectief kijken naar maatwerkbedrijven zou vanzelf tot de conclusie leiden dat dergelijke werkvloer een nuttig station is in het inburgeringstraject van een nieuwkomer. Maar ook een nuttige fase voor andere groepen op de arbeidsmarkt. Denk in de eerste plaats aan de sterk gegroeide groep van langdurig zieken. Wij hebben ervaring met het reïntegreren van deze groep op de arbeidsmarkt, door hen gradueel terug op de werkvloer te brengen én door intensief met hen te werken rond hun jobdoelwit en -verwachtingen.

Denk ook aan werknemers die tegen hun wil blijven vasthangen in het interim-circuit, die van interim naar interim laveren maar tussendoor vaak tegen hun wil thuis zitten, wachtend op dat telefoontje wanneer ze nog eens ‘nodig’ zijn. Deze mensen een tijd stabiel voltijds in een maatwerkbedrijf laten werken, zou hen ‘aansterken’ en met meer competenties terug kunnen ‘aanleveren’ aan het reguliere circuit.

Conclusie: het potentieel van de maatwerkbedrijven wordt vandaag sterk onderbenut door hen te reduceren tot ‘die plek waar mensen met een ticket maatwerk werken’. De blik open zetten, denken vanuit een bredere groep aan profielen op de arbeidsmarkt, zou de hele Vlaamse arbeidsmarkt ten goede komen.

Nog meer dan vandaag trajectmatig denken ook, en trajecten arbeidszorg, maatwerk, andere statuten en reguliere jobs nog meer als een totaaltraject zien. Waarbij ook de betrokken spelers als een totaalcluster gezien worden.

Economische noodzaak

De inclusieve economie is geen zaak van alleen de reguliere bedrijven inclusief te maken. De inclusieve economie kan alleen slagen als we een geïntegreerd netwerk ontwikkelen van verschillende spelers waar werknemers in verschillende stadia van hun groei tewerkgesteld worden.

Voor deze omwenteling is trouwens ook een harde economische noodzaak. Als het beleid er niet voor kiest om ook andere, sterkere profielen te laten instromen in maatwerkbedrijven, dreigen velen van hen het echt financieel moeilijk te krijgen.

De huidige arbeidsmarkt leidt tot een lagere instroom van personen met een ticket maatwerk. De instromers vertonen dan ook nog eens een grotere afstand tot de arbeidsmarkt – lees: initieel minder productief en meer begeleiding nodig. Als deze trend niet gecompenseerd wordt door tegelijk nieuwe groepen met een sterker profiel naar de maatwerkbedrijven te laten stromen, komen deze bedrijven structureel in de problemen en dreigen we heel nuttige instrumenten op onze arbeidsmarkt te verliezen. Tijd dus voor een omwenteling.

Pieter De Gryse is directeur van Groep Weerwerk en bestuurslid van koepelorganisatie Herwin. Hij schreef deze bijdrage in eigen naam.

Partner Content