Vlaanderen slaagt er nog te weinig in om internationaal toptalent met een economische meerwaarde aan te trekken, zegt minister Crevits woensdag in een persbericht. De minister heeft daarom een nieuw kader uitgewerkt dat de regelgeving rond zelfstandigen van 1955 moderniseert. Dat kader creëert drie nieuwe categorieën van zelfstandige ondernemers: de start-ups scale-ups, de klassieke ondernemingen en de speciale statuten. Met klassieke ondernemingen worden ondernemingen bedoeld die een economische meerwaarde betekenen voor Vlaanderen, door bijvoorbeeld jobcreatie, een knelpuntberoep, of een investering aan te tonen. Het gaat bijvoorbeeld om een kebabzaak of een bouwonderneming. De speciale statuten zijn die van sportlui en kunstenaars en diamantairs. Er komen daarnaast zes criteria waaraan een aanvrager moet voldoen. Welke criteria van toepassing zijn, hangt af van de categorie zelfstandige. Zo moet de zelfstandige een ondernemingsplan hebben. De Vlaamse regering wil ook inzage in het financieel plan en vraagt een startkapitaal van minstens 18.600 euro voor klassieke ondernemingen. De zelfstandige moet ook minstens een diploma secundair onderwijs kunnen voorleggen. Er komt ook aandacht voor het profiel van de ondernemer: "door te peilen naar de verworven competenties, ondernemerschaps- en werkervaring en een uittreksel uit het strafregister verkrijgen we een goed beeld van de betrokkene". Tot slot wordt er ook gepeild naar de mogelijkheid tot jobcreatie, investeringen en de invulling van een knelpuntberoep. "Vlaanderen positioneert zich met dit decreet als aantrekkingspool voor buitenlands innovatief toptalent", zegt minister Crevits. "Ze bieden een meerwaarde voor onze economie door bijvoorbeeld werkgelegenheid te creëren. Vlaanderen heeft geen nood aan een zoveelste kebabzaak. Dergelijke klassieke ondernemingen blijven uiteraard welkom in België maar enkel indien er voortaan een startkapitaal van minimaal 18.600 euro ter beschikking is én als de ondernemer over een diploma secundair onderwijs beschikt." (Belga)

Vlaanderen slaagt er nog te weinig in om internationaal toptalent met een economische meerwaarde aan te trekken, zegt minister Crevits woensdag in een persbericht. De minister heeft daarom een nieuw kader uitgewerkt dat de regelgeving rond zelfstandigen van 1955 moderniseert. Dat kader creëert drie nieuwe categorieën van zelfstandige ondernemers: de start-ups scale-ups, de klassieke ondernemingen en de speciale statuten. Met klassieke ondernemingen worden ondernemingen bedoeld die een economische meerwaarde betekenen voor Vlaanderen, door bijvoorbeeld jobcreatie, een knelpuntberoep, of een investering aan te tonen. Het gaat bijvoorbeeld om een kebabzaak of een bouwonderneming. De speciale statuten zijn die van sportlui en kunstenaars en diamantairs. Er komen daarnaast zes criteria waaraan een aanvrager moet voldoen. Welke criteria van toepassing zijn, hangt af van de categorie zelfstandige. Zo moet de zelfstandige een ondernemingsplan hebben. De Vlaamse regering wil ook inzage in het financieel plan en vraagt een startkapitaal van minstens 18.600 euro voor klassieke ondernemingen. De zelfstandige moet ook minstens een diploma secundair onderwijs kunnen voorleggen. Er komt ook aandacht voor het profiel van de ondernemer: "door te peilen naar de verworven competenties, ondernemerschaps- en werkervaring en een uittreksel uit het strafregister verkrijgen we een goed beeld van de betrokkene". Tot slot wordt er ook gepeild naar de mogelijkheid tot jobcreatie, investeringen en de invulling van een knelpuntberoep. "Vlaanderen positioneert zich met dit decreet als aantrekkingspool voor buitenlands innovatief toptalent", zegt minister Crevits. "Ze bieden een meerwaarde voor onze economie door bijvoorbeeld werkgelegenheid te creëren. Vlaanderen heeft geen nood aan een zoveelste kebabzaak. Dergelijke klassieke ondernemingen blijven uiteraard welkom in België maar enkel indien er voortaan een startkapitaal van minimaal 18.600 euro ter beschikking is én als de ondernemer over een diploma secundair onderwijs beschikt." (Belga)