Als scholen na de paasvakantie niet heropenen vanwege de coronamaatregelen, zal er nieuwe leerstof aangeleerd worden. Dat zei minister Ben Weyts gisteren na overleg met het onderwijsveld. Volgens de Gezinsbond is dat allesbehalve vanzelfsprekend. Er wordt immers vanuit gegaan dat alle ouders in staat zijn om hun kinderen daarin te begeleiden, maar niets is minder waar. Enkel laptops en een internetverbinding voorzien lost de grote kloof in digitale vaardigheden niet op. Ook de zogenaamde 'sterkere' ouders hebben het op dit moment bijzonder moeilijk om het hoofd boven water te houden. De combinatie thuiswerk en de zorg voor jonge kinderen is voor veel ouders (nu al) een onhaalbare situatie. Als daar ook nog nieuwe leerstof bijkomt, kan dat de emmer doen overlopen. Het moet dan in elk geval heel doordacht en behoedzaam gebeuren om het risico op achterstand van bepaalde leerlingen en de hoge druk op gezinnen maximaal in te perken.

Verplichte digitale stroomversnelling door Coronacrisis

Enkele jaren geleden trokken een aantal scholen resoluut de digitale kaart met laptops of tablets voor elke leerling. Andere kiezen voor een middenweg of beperken zich tot wat er in de ict-eindtermen staat, de verschillen tussen scholen zijn erg groot.

Nieuwe leerstof na de paasvakantie? Ouders kunnen de rol van leerkracht niet overnemen.

Vandaag heeft het coronavirus echter alle Vlaamse scholen onverwacht en vaak onvoorbereid in een digitale stroomversnelling gebracht. Leerkrachten doen hun uiterste best om hun leerlingen van op afstand 'bij de les' te houden, een krachttoer die respect afdwingt. Maar zoals met alle vernieuwingen, zeker als die niet met de nodige voorbereiding en ondersteuning kunnen worden ingevoerd, dreigt de bestaande kloof tussen leerlingen uit kansarme en kansrijke gezinnen alleen maar groter te worden. Want niet alleen tussen scholen, maar ook tussen gezinnen zijn er enorme verschillen in digitale snelheid. En dan hebben we het nog niet over alle andere zorgen waar gezinnen door de crisis soms ongemeen hard mee worden geconfronteerd.

Verontrustende signalen van thuiswerkende ouders

De Gezinsbond wordt overstelpt met noodkreten van ouders met schoolgaande kinderen die nu noodgedwongen thuis moeten blijven. Ze krijgen hun schooltaken via allerhande kanalen (mail, app, digitale leerplatformen), aan de ouders om hier wat structuur en een realistische planning in te brengen, een groot praktisch probleem in gezinnen waar niet iedereen zijn eigen rustige werkplek of computer heeft. Ouders van leerlingen met specifieke onderwijsnoden die in het gewoon onderwijs extra ondersteuning genieten, maken zich grote zorgen over de leerkansen van hun kinderen nu die hulp thuis wegvalt.

Ook veel zogenaamde 'sterkere' ouders staat het water aan de lippen. De combinatie van thuiswerk, zorgtaken, opvang van baby's en kleuters, en begeleiding van schooltaken wordt hen te veel. Opmerkelijk zijn ook de verzuchtingen van leerkrachten zelf, voor wie de combinatie van de opvang van hun eigen kinderen en het afstandsonderwijs aan hun klas erg zwaar valt. Ze stellen bovendien vast dat ze maar een beperkt deel van hun leerlingen 'mee hebben'.

Nieuwe leerstof zal de druk op uitval doen toenemen

De introductie van nieuwe leerstof zal die druk op en uitval van leerlingen alleen maar verder doen toenemen. Het verdelen van laptops onder gezinnen die daar niet over beschikken, is een heel mooi initiatief, maar het is geen oplossing voor het verschil in digitale vaardigheden van leerlingen. Er ontstaan her en der initiatieven die kwetsbare leerlingen willen ondersteunen, maar het is zeer de vraag of die begeleiding op afstand alle leerlingen die er nood aan hebben voldoende bereiken.

'Nieuwe leerstof na de paasvakantie? 'Ouders kunnen de rol van leerkracht niet overnemen'

Het siert de scholen dat ze hun leerlingen niet aan hun lot willen overlaten en leerachterstand willen vermijden. Iedereen zoekt naar creatieve oplossingen om dit mogelijk te maken. Het afstandsleren kan echter alleen succesvol zijn als de omstandigheden waarin leerlingen en ouders dit thuis moeten waarmaken, voldoende in rekening worden genomen. Taalachterstand, geen rustige studeerplek, gebrek aan digitale uitrusting en/of vaardigheden, de aanwezigheid van hele jonge kinderen in huis, ouders die vandaag extra hard moeten werken in zorg-, distributie- en veiligheidsberoepen, leerlingen met specifieke onderwijsnoden, de stress die kinderen ervaren die amper buiten kunnen spelen, de angst om zieke (groot)ouders of andere familieleden, ..., de opsomming is zeker niet volledig. En ook thuiswerkende leerkrachten staan als ouder onder zware druk.

Ouders kunnen de rol van leerkracht thuis niet overnemen

Minister Weyts liet verstaan dat de introductie van nieuwe leerstof bij het aanhouden van de crisismaatregelen onvermijdelijk zal worden. Als dit het geval zou zijn, moet dit in ieder geval heel doordacht en behoedzaam gebeuren. Om het risico op achterstand van bepaalde leerlingen en de hoge druk op gezinnen maximaal in te perken, is dit enkel te verantwoorden indien alle leerlingen, op hun tempo, met de nodige digitale ondersteuning en ook zonder bijkomende hulp van hun ouders mee kunnen met de lesinhouden. Naast het uitvoeren van educatieve opdrachten is tijd om te spelen, te bewegen en te ontspannen meer dan ooit noodzakelijk. Kinderen die gebukt gaan onder stress zullen hun motivatie om te leren even goed verliezen dan kinderen die zich vervelen. En uit onderzoek mag dan wel blijken dat ouderbetrokkenheid een cruciale factor is voor de onderwijskansen van leerlingen, ouders zijn in de eerste plaats ouders, ze kunnen hun kinderen aanmoedigen maar er kan nooit verwacht worden dat ze de rol van leerkracht thuis overnemen.

Minister en onderwijskoepels zullen maximaal moeten ondersteunen

Om een vinger aan de pols te houden, zullen scholen de haalbaarheid en eventuele problemen hierbij voortdurend en op diverse manieren (digitaal, telefonisch, via brugfiguren) moeten bevragen bij leerlingen en hun ouders, en bereid zijn om een stap terug te schakelen indien nodig. Ook de draagkrachtafweging bij leerkrachten is een cruciale factor voor het welslagen. Zowel de minister als de onderwijskoepels zullen de scholen in dit proces voldoende moeten ondersteunen. De Gezinsbond rekent erop dat het welzijn van leerlingen, ouders en leerkrachten, en faire onderwijskansen voor iedereen, de rode draad zullen zijn in verdere onderwijskeuzes die gemaakt worden.

Hilde Timmermans werkt bij de studiedienst van de Gezinsbond.

Als scholen na de paasvakantie niet heropenen vanwege de coronamaatregelen, zal er nieuwe leerstof aangeleerd worden. Dat zei minister Ben Weyts gisteren na overleg met het onderwijsveld. Volgens de Gezinsbond is dat allesbehalve vanzelfsprekend. Er wordt immers vanuit gegaan dat alle ouders in staat zijn om hun kinderen daarin te begeleiden, maar niets is minder waar. Enkel laptops en een internetverbinding voorzien lost de grote kloof in digitale vaardigheden niet op. Ook de zogenaamde 'sterkere' ouders hebben het op dit moment bijzonder moeilijk om het hoofd boven water te houden. De combinatie thuiswerk en de zorg voor jonge kinderen is voor veel ouders (nu al) een onhaalbare situatie. Als daar ook nog nieuwe leerstof bijkomt, kan dat de emmer doen overlopen. Het moet dan in elk geval heel doordacht en behoedzaam gebeuren om het risico op achterstand van bepaalde leerlingen en de hoge druk op gezinnen maximaal in te perken. Verplichte digitale stroomversnelling door CoronacrisisEnkele jaren geleden trokken een aantal scholen resoluut de digitale kaart met laptops of tablets voor elke leerling. Andere kiezen voor een middenweg of beperken zich tot wat er in de ict-eindtermen staat, de verschillen tussen scholen zijn erg groot. Vandaag heeft het coronavirus echter alle Vlaamse scholen onverwacht en vaak onvoorbereid in een digitale stroomversnelling gebracht. Leerkrachten doen hun uiterste best om hun leerlingen van op afstand 'bij de les' te houden, een krachttoer die respect afdwingt. Maar zoals met alle vernieuwingen, zeker als die niet met de nodige voorbereiding en ondersteuning kunnen worden ingevoerd, dreigt de bestaande kloof tussen leerlingen uit kansarme en kansrijke gezinnen alleen maar groter te worden. Want niet alleen tussen scholen, maar ook tussen gezinnen zijn er enorme verschillen in digitale snelheid. En dan hebben we het nog niet over alle andere zorgen waar gezinnen door de crisis soms ongemeen hard mee worden geconfronteerd.Verontrustende signalen van thuiswerkende oudersDe Gezinsbond wordt overstelpt met noodkreten van ouders met schoolgaande kinderen die nu noodgedwongen thuis moeten blijven. Ze krijgen hun schooltaken via allerhande kanalen (mail, app, digitale leerplatformen), aan de ouders om hier wat structuur en een realistische planning in te brengen, een groot praktisch probleem in gezinnen waar niet iedereen zijn eigen rustige werkplek of computer heeft. Ouders van leerlingen met specifieke onderwijsnoden die in het gewoon onderwijs extra ondersteuning genieten, maken zich grote zorgen over de leerkansen van hun kinderen nu die hulp thuis wegvalt. Ook veel zogenaamde 'sterkere' ouders staat het water aan de lippen. De combinatie van thuiswerk, zorgtaken, opvang van baby's en kleuters, en begeleiding van schooltaken wordt hen te veel. Opmerkelijk zijn ook de verzuchtingen van leerkrachten zelf, voor wie de combinatie van de opvang van hun eigen kinderen en het afstandsonderwijs aan hun klas erg zwaar valt. Ze stellen bovendien vast dat ze maar een beperkt deel van hun leerlingen 'mee hebben'. De introductie van nieuwe leerstof zal die druk op en uitval van leerlingen alleen maar verder doen toenemen. Het verdelen van laptops onder gezinnen die daar niet over beschikken, is een heel mooi initiatief, maar het is geen oplossing voor het verschil in digitale vaardigheden van leerlingen. Er ontstaan her en der initiatieven die kwetsbare leerlingen willen ondersteunen, maar het is zeer de vraag of die begeleiding op afstand alle leerlingen die er nood aan hebben voldoende bereiken. Het siert de scholen dat ze hun leerlingen niet aan hun lot willen overlaten en leerachterstand willen vermijden. Iedereen zoekt naar creatieve oplossingen om dit mogelijk te maken. Het afstandsleren kan echter alleen succesvol zijn als de omstandigheden waarin leerlingen en ouders dit thuis moeten waarmaken, voldoende in rekening worden genomen. Taalachterstand, geen rustige studeerplek, gebrek aan digitale uitrusting en/of vaardigheden, de aanwezigheid van hele jonge kinderen in huis, ouders die vandaag extra hard moeten werken in zorg-, distributie- en veiligheidsberoepen, leerlingen met specifieke onderwijsnoden, de stress die kinderen ervaren die amper buiten kunnen spelen, de angst om zieke (groot)ouders of andere familieleden, ..., de opsomming is zeker niet volledig. En ook thuiswerkende leerkrachten staan als ouder onder zware druk. Minister Weyts liet verstaan dat de introductie van nieuwe leerstof bij het aanhouden van de crisismaatregelen onvermijdelijk zal worden. Als dit het geval zou zijn, moet dit in ieder geval heel doordacht en behoedzaam gebeuren. Om het risico op achterstand van bepaalde leerlingen en de hoge druk op gezinnen maximaal in te perken, is dit enkel te verantwoorden indien alle leerlingen, op hun tempo, met de nodige digitale ondersteuning en ook zonder bijkomende hulp van hun ouders mee kunnen met de lesinhouden. Naast het uitvoeren van educatieve opdrachten is tijd om te spelen, te bewegen en te ontspannen meer dan ooit noodzakelijk. Kinderen die gebukt gaan onder stress zullen hun motivatie om te leren even goed verliezen dan kinderen die zich vervelen. En uit onderzoek mag dan wel blijken dat ouderbetrokkenheid een cruciale factor is voor de onderwijskansen van leerlingen, ouders zijn in de eerste plaats ouders, ze kunnen hun kinderen aanmoedigen maar er kan nooit verwacht worden dat ze de rol van leerkracht thuis overnemen.Om een vinger aan de pols te houden, zullen scholen de haalbaarheid en eventuele problemen hierbij voortdurend en op diverse manieren (digitaal, telefonisch, via brugfiguren) moeten bevragen bij leerlingen en hun ouders, en bereid zijn om een stap terug te schakelen indien nodig. Ook de draagkrachtafweging bij leerkrachten is een cruciale factor voor het welslagen. Zowel de minister als de onderwijskoepels zullen de scholen in dit proces voldoende moeten ondersteunen. De Gezinsbond rekent erop dat het welzijn van leerlingen, ouders en leerkrachten, en faire onderwijskansen voor iedereen, de rode draad zullen zijn in verdere onderwijskeuzes die gemaakt worden. Hilde Timmermans werkt bij de studiedienst van de Gezinsbond.